Donoren terughoudend met geld voor Syrische vluchtelingen

01/04/15 om 12:42 - Bijgewerkt om 12:42

Donoren hebben op een donorconferentie voor Syrië 3,8 miljard dollar hulp beloofd voor het door oorlog verscheurde land. Miljarden minder dan waar secretaris-generaal Ban Ki-moon van de Verenigde Naties op gehoopt had.

Donoren terughoudend met geld voor Syrische vluchtelingen

© Vejo

In zijn toespraak voor 78 potentiële donoren in Koeweit zei Ban dat het Syrische volk 'slachtoffer is van de ergste humanitaire crisis van onze tijd.' Vier van de vijf Syriërs leeft in armoede en ellende, zei hij. Syrië heeft tijdens de vijf jaar dat het nu in oorlog is, veertig jaar aan ontwikkeling verloren.

Zijn oproep om 8,4 miljard dollar te doneren voor humanitaire hulp, een flink bedrag, bleek echter niet de gehoopte respons op te leveren. Dat ondanks royale bijdragen van de Europese Unie (bijna een miljard dollar), de Verenigde Staten (507 miljoen dollar) en Koeweit (500 miljoen dollar).

Slechts 3,8 miljard

Diverse ngo's en liefdadigheidsinstellingen, inclusief de Turkse Stichting voor Humanitaire Hulp, het Rode Kruis in Qatar en de Islamitische Liefdadigheidsorganisatie van Koeweit, beloofden gezamenlijk 500 miljoen dollar.

Aan het einde van de dag bleek dat de conferentie slechts 3,8 miljard dollar had opgeleverd, veel minder dan de gehoopte 8,4 miljard dollar.

Zonder iets van zijn teleurstelling te laten blijken, concludeerde Ban dat deze bijdragen een belangrijk verschil kunnen maken voor de 4 miljoen Syriërs die hun toevlucht hebben gezocht in buurlanden en de 5 miljoen die nog zonder eten en medische hulp vastzitten in moeilijk bereikbare, belegerde gebieden in het land.

Situatie verslechtert

Valerie Amos, de vertrekkend ondersecretaris-generaal voor Humanitaire Zaken en Noodhulp, zei dat mensen in Syrië te maken hebben met 'adembenemende niveaus' van geweld en wreedheid. 'Vrede kunnen we niet brengen, maar dit geld kan humanitaire organisaties helpen levens te redden door voedsel, water, schuilplaatsen, medische zorg en andere hulp te bieden aan miljoenen mensen die in nood zijn', zei ze.

Donoren terughoudend met geld voor Syrische vluchtelingen

© Vejo

Na de aankondiging van de Europese bijdrage, zei eurocommissaris Christos Stylianides dat de situatie in Syrië met de dag verslechtert en dat het steeds moeilijker wordt voor hulpverleners om mensen in nood te bereiken. Sinds het begin van het conflict moesten meer dan 11 miljoen mensen hun huizen ontvluchten. Zo'n 3,9 miljoen mensen vluchtten naar buurlanden en meer dan 12 miljoen mensen hebben in Syrië dringend hulp nodig. Dat is 30 procent meer dan een jaar geleden, zei hij.

Vluchtelingen hebben onderdak gezocht in Libanon, Jordanië, Irak, Turkije en Egypte. Andy Baker, regionaal programmadirecteur van Oxfam in Jordanië, zegt in een reactie dat het met betrekking tot Syrië niet om een 'spel van getallen' gaat - het gaat om mensenlevens. Burgers die klem zitten in het conflict moeten moeilijke keuzes maken: met een lekkende boot naar Europa, de kinderen vragen om broodwinners te worden of een vroegtijdig huwelijk voor hun dochter arrangeren. 'De uiteindelijke keuze is vaak de lekkende boot'; zegt hij.

Een eerlijk deel

De eerste donorconferentie in 2013 leverde 1,2 miljoen dollar aan toezeggingen op. In 2014 beloofden landen 2,4 miljard. Gastland Koeweit was tijdens beide conferenties de grootste donor.

Delen

Burgers die klem zitten in het conflict moeten moeilijke keuzes maken: met een lekkende boot naar Europa, de kinderen vragen om broodwinners te worden of een vroegtijdig huwelijk voor hun dochter arrangeren

Oxfam heeft berekend dat bijna de helft van de grote donoren in de wereld in 2014 geen eerlijk deel aan hulp heeft gegeven op basis van de omvang van de economie. Zo gaf Rusland slechts 7 procent van dat deel, Australië 28 procent en Japan 29 procent. België gaf 48 procent in 2014.

Tot landen die volgens Oxfam een eerlijk deel gaven en soms zelfs veel meer, behoren Koeweit (1.107 procent), de Verenigde Arabische Emiraten (391 procent), Groot-Brittannië (166 procent), Nederland (114 procent) en diverse andere Europese landen. (IPS)

Lees meer over:

Onze partners