Ludo Bekkers
Ludo Bekkers
Kunst- en fotografierecensent
Column

23/11/16 om 18:00 - Bijgewerkt op 22/11/16 om 21:23

De twijfelachtige relatie tussen musea en galeries in de VS

Meer en meer ontstaan relaties en vallen samenwerkingen op die neigen naar belangenvermenging zonder dat het publiek zich daarvan bewust is, schrijft Ludo Bekkers.

De twijfelachtige relatie tussen musea en galeries in de VS

© Frank Stella

Er is in de Verenigde Staten van Amerika de jongste jaren een twijfelachtige relatie gegroeid tussen musea en vooraanstaande galeries, merkte de kunstcritica Claudia Steinberg op. Meer en meer ontstaan relaties en vallen samenwerkingen op die neigen naar belangenvermenging zonder dat het publiek zich daarvan bewust is. Maar het is geen geheim meer en met wat graven in de werking van beide instituten komt een nieuwe trend naar boven.

Voor alle duidelijkheid: het gaat niet om gesjoemel maar om samenwerkingen die toch wat vragen oproepen. De betrokkenen zijn niet de eerste de beste want het gaat om internationaal gerenommeerde commerciële kunsthandels en belangrijke museuminstellingen. Bij de eersten horen Galerie Gagosian, Hauser & Wirth of David Zwirner. Met die laatste werkt ook de Belgische galerie ZENO X die o.m. Luc Tuymans, Michael Borremans en Raoul De Keyser in de Verenigde Staten en dus mondiaal via Zwirner met succes wist te promoten. Een mooi voorbeeld van "onbaatzuchtige" samenwerking was een expositie met museale allures in de New Yorkse galerie "In the Studio". Met als onderwerp ateliers van kunstenaars werden werken getoond van Picasso en Giacometti tot Jasper Johns. Het was een lang gekoesterde droom van John Elderfield die vroeger hoofdcurator was geweest van het MOMA maar die hij in het museum nooit had kunnen realiseren. Larry Gagosian liet hem twee jaar zijn gang gaan in volledige onafhankelijkheid die Elderfield als een "bevrijding" ervoer na zijn museumervaringen. Hij struinde stichtingen af, musea, nalatenschappen, kunstenaars en verzamelaars in volle vrijheid zonder dat er sprake was van commerciële transacties. Alhoewel een aantal eigenaars van uitgeleende werken niet onder stoelen of banken staken dat zij een commerciële transactie wel zagen zitten. Die werd dan ook gerealiseerd zodat de immense verzekeringskosten en een luxueuze catalogus betaalbaar werden. Ook het imago van de galerie voer er wel bij.

Ander voorbeeld : David Zwirner nodigde Robert Storr, decaan van de Yale School of Art en expert van het oeuvre van de Amerikaanse schilder Ad Reinhardt uit om naar aanleiding van de 100e verjaardag van de kunstenaar een omvangrijke tentoonstelling te organiseren en er kon geen enkel werk op die expo gekocht worden. Maar ze had wel voor gevolg dat de nalatenschap van de kunstenaar, tekeningen, foto's en schilderijen, door de galerie beheerd ging worden. Daarmee is ook bewezen dat vermogende en flexibele galeries een alternatief vormen voor gerenommeerde curatoren die in hun eigen musea met begrensde budgetten en strakke planning niet kunnen realiseren wat zij wensen. Dat is het geval bijvoorbeeld van Paul Schimmel, die als hoofdcurator van het Museum voor Hedendaagse Kunst in Los Angeles, in onmin geraakte met zijn beheerraad en sedert een paar jaar partner is van de mega filiale van de galerie Hauser &Wirth waar hij zijn artistieke ambities ongehinderd kan uitleven. Anderzijds zijn sommige Amerikaanse musea wat blij om met rijke galeries te kunnen samenwerken om de alsmaar stijgende productie- en onderhoudskosten enigszins te compenseren. De Frank Stella retrospectieve in het New Yorkse Whitney Museum of American Art werd financieel ondersteund door de galeristen Marianne Boesky en Dominique Lévy die de kunstenaar samen vertegenwoordigen. Volgens Art Newspaper zou, tussen 2009 en 2013, bijna een derde van alle grote solo kunstenaarstentoonstellingen in de V.S. samengesteld geweest zijn met de vijf rijkste galeries van het land. De vraag is, en dat is de andere zijde van de medaille, of het niet beter is dat zakelijke huwelijk tussen musea en rijke galeries te prefereren op een andere praktijk en met name door schenkingen zwart geld wit te wassen. In het eerste geval vaart de kunstliefhebber er goed bij, hij krijgt een uitzonderlijke tentoonstelling te zien en hoeft geen aanzienlijk entreegeld te betalen.

Onze partners