Vrije Tribune
Vrije Tribune
Hier geven we een forum aan columnisten en gastbloggers
Opinie

13/07/18 om 07:45 - Bijgewerkt om 15:08

'De strijd tegen IS is nog lang niet voorbij'

Negen maanden na de val van de Syrische stad Raqqa in oktober 2017, het centrum van het kalifaat van de Islamitische Staat (IS), is het nog lang niet duidelijk of IS verleden tijd is. Extreme paramilitaire islamistische bewegingen zijn actief in diverse regio's, zegt zegt Paul Rogers, emeritus-hoogleraar aan de University of Bradford.

'De strijd tegen IS is nog lang niet voorbij'

Vlaggen van SDF (Syrische Democratische Strijdkrachten) in Raqqa © Belga

IS had in de zomer van 2014 een groot deel van het noorden van Syrië en Irak in handen, inclusief Mosul. De toenmalige Amerikaanse president Barack Obama gaf daarom opdracht tot intensieve luchtaanvallen om de verspreiding van IS tegen te gaan. Gedurende vier jaar werd een hevige oorlog uitgevochten. Voornamelijk door de VS, maar met steun van Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en enkele andere landen in Europa en het Midden-Oosten.

Volgens de laatste data van onderzoekscollectief Airwars vuurden de VS en bondgenoten gedurende 1.424 dagen 107.814 bommen en raketten af, gericht op 29.741 doelen in Irak en Syrië. Bronnen bij het Pentagon zeggen dat minstens 60.000 IS-paramilitairen gedood werden. Airwars meldt dat er bij de bombardementen ook 6.321 burgerdoden vielen.

Die cijfers vermelden niet de impact van de honderden Russische luchtaanvallen in Syrië. En informatie uit de zwaar gebombardeerde steden Raqqa, en Mosul in Irak, wijst erop dat daar mogelijk nog duizenden mensen onder het puin liggen.

Delen

De strijd tegen IS is nog lang niet voorbij.

De oorlog had het gewenste effect en Iraakse, Amerikaanse, Franse en andere grondtroepen, geholpen door milities met banden met Iran, wisten met succes het grootste deel van het door IS veroverde gebied terug te krijgen. Het kalifaat is verdwenen - in ieder geval voor nu. Maar andere ontwikkelingen wijzen erop dat dit slechts een pauze is in een lange, onregelmatige oorlog.

Missie geslaagd?

We hebben dit eerder gezien. President George W. Bush verklaarde binnen vier maanden na de aanslagen van 9/11 dat het talibanregime in Afghanistan verslagen was en Al-Qaeda uiteen gedreven. Prompt werd de 'oorlog tegen terreur' verbreed tot een 'as van het kwaad', met Iran als eerste doel.

De oorlog tegen de taliban en IS bestaat nog steeds in Afghanistan en gaat inmiddels zijn achttiende jaar in. De nieuwe Amerikaanse commandant in het land, generaal Austin Scott Miller, verklaarde onlangs dat er vooruitgang is geboekt, maar 'geen tijdlijn of einddatum' aan te kunnen geven. Miller is de zeventiende commandant van de Amerikaanse troepen in Afghanistan sinds 9/11.

Bush trok ook met een coalitie ten strijde in Irak, in maart 2003. Bagdad viel binnen drie weken en Bush zei nog eens drie weken later in een toespraak dat de missie volbracht was. In plaats daarvan woedde de oorlog nog zeven jaar.

Osama bin Laden werd in 2011 vermoord door Amerikaanse special forces, maar Al Qaida bestaat nog in verschillende landen. Obama dacht dat Irak rustig genoeg was om eind 2011 Amerikaanse troepen terug te trekken, maar binnen twee jaar vormde IS vanuit het niets een nieuwe regionale dreiging.

IS is nog steeds gevaarlijk

De huidige situatie is dat IS nog steeds bestaat, ondanks grote verliezen. De beweging heeft nog terrein in handen in het oosten van Syrië, wat voor de Iraakse regering voldoende is om IS als bedreiging te ervaren. Het land bouwt daarom een veiligheidshek bij de grens tussen beide landen.

IS is ook nog zeer actief op sociale media, waar het aanslagen in westerse landen aanmoedigt en zou contacten onderhouden met groepen in Egypte, Somalië, Jemen en de Filipijnen.

In Syrië en Irak lijkt IS te zijn teruggekeerd naar een guerrilla-oorlog. Aanhangers wordt voorgehouden dat het vierjarige 'kalifaat' in de eerste plaats een symbool was voor wat bereikt kan worden in de strijd tegen de overweldigende kracht van de kruisvaarders en hun zionistische aanhang - een symbool voor de toekomst.

Om een indruk te krijgen van hoe die toekomst eruit kan zien, is het wellicht interessant naar de huidige, westerse militaire operaties in de Sahel in Afrika te kijken. Het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk zijn de belangrijkste Europese landen die daarbij betrokken zijn, met name in Mali, Niger en Nigeria. Maar ook Amerikaanse special forces bevinden zich in de frontlinie van een bittere serie conflicten waar we nauwelijks iets over horen en waar ook Somalië, Kenia en Tunesië bij betrokken zijn.

Politico publiceerde details over betrokkenheid van Amerikaanse troepen bij directe militaire actie.

In het artikel wordt gezegd dat de Amerikaanse rol in Afrika volgens militaire woordvoerders beperkt is tot het 'adviseren en assisteren' van andere militairen, maar dat desondanks al minstens vijf jaar lang groene baretten, mariniers en andere commando's missies plannen en aansturen. Daarmee voeren ze in feite het bewind over de Afrikaanse militairen waar ze mee samenwerken. Een officier zei tegen Politico: 'Het is niet zozeer "wij helpen jou", maar eerder "je voert onze opdrachten uit".'

Waar IS en andere extreme bewegingen hun toekomst zien, is op plaatsen waar grote groepen mensen in de marge leven - vooral verbitterde en haatdragende jonge mannen - die genoeg geleerd hebben om te weten dat ze weinig kansen hebben en al te zeer bereid zijn zich te bekeren tot een aantrekkelijke, extreme zaak.

Wat de oorlogen tegen IS, Al-Qaeda en andere bewegingen laten zien, is dat een militaire antwoord lijkt te werken op de korte termijn. Maar uiteindelijk verandert er niet veel. Dat gebeurt alleen als de onderliggende sociaaleconomische factoren die in het voordeel zijn van deze bewegingen, worden aangepakt. Maar dat is niet de boodschap die de westerse elite wil horen. Dus blijven we oorlog voeren.

Paul Rogers, emeritus-hoogleraar aan de University of Bradford

Deze opinie verscheen eerder op The Conversation

Onze partners