Hubert van Humbeeck
Hubert van Humbeeck
Commentator bij Knack
Opinie

09/11/14 om 07:27 - Bijgewerkt op 04/11/14 om 13:37

De snee die door het IJzeren Gordijn in Europa werd gekerfd laat na 25 jaar nog een lelijk litteken na

De oorlog in Oekraïne is het meest recente bewijs dat de val van het communisme en het daaropvolgende opbreken van de Sovjet-Unie blijven opspelen en slachtoffers maken.

Het bericht dat Oost-Duitsers nog diezelfde 9 november 1989 zonder visum of toelating naar het Westen konden reizen, was gewoon een misverstand. Een woordvoerder van de Oost-Duitse partijleiding versprak zich tijdens een persconferentie, maar zijn woorden waren nog niet koud of er tuften al Trabants van Oost- naar West-Berlijn. Leden van de Volkspolizei, de gevreesde Vopo's, aarzelden een moment en dat was genoeg om de wereldorde die na 1945 vorm kreeg, onderuit te halen. De Duitse Democratische Republiek zat op de knieën. De DDR bezweek onder de druk van de bevolking, die het gewoon zat was. 'Wir sind das Volk', stond er op een spandoek tijdens een betoging in Leipzig. Tegen die simpele vaststelling kon het vermolmde regime niet meer op.

Toch zagen weinig mensen aankomen dat het hele systeem zo snel en zomaar zou instorten. Ook het Westen wist niet meteen wat het met die ontwikkeling moest aanvangen. West-Europa leefde per slot van rekening sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog met de dreiging van een grote tankaanval waarvoor het altijd klaar moest staan. Als er al niet meteen kernbommen zouden worden gegooid. De wereldpolitiek stond bijna 45 jaar lang in het teken van dat conflict tussen Oost en West. Het verdeelde Berlijn stond voor een verdeeld Duitsland, dat op zijn beurt weer stond voor een verdeeld Europa.

Aan dat verdeelde Berlijn kwam met de val van de Muur abrupt een einde. Bondskanselier Helmut Kohl stuurde daarna aan op een snelle eenmaking van Duitsland, die minder dan een jaar later ook werd bezegeld. Maar de snee die door de Muur en het IJzeren Gordijn in Europa werd gekerfd, laat ook na 25 jaar nog een lelijk, zeurend litteken na. De oorlog in Oekraïne is het meest recente bewijs dat de val van het communisme en het daaropvolgende opbreken van de Sovjet-Unie blijven opspelen en slachtoffers maken.

Francis Fukuyama was wat vroeg toen hij begin jaren negentig het einde van de geschiedenis afkondigde. Verschillende Oost- en Centraal-Europese landen, die ondertussen lid zijn van de Europese Unie, worstelen om de rest van het continent bij te benen. Politiek blijft de verwarring er vaak groot en economisch kunnen ze niet zonder de steun uit Brussel. Dat is ook niet gek: de overgang van een starre planeconomie naar een - zeker aanvankelijk - zeer wilde vrije markt duwde veel mensen in een diepe put. Liberale leerling-tovenaars richtten hier en daar ravages aan in het zo al fragiele economische en maatschappelijke weefsel.

Dat die landen lid werden van de Europese Unie was politiek een noodzakelijke beslissing. Sociaaleconomisch waren ze niet klaar om als gelijke partners bij Europa aan te sluiten. De armoede en de onzekerheid die daaruit voortvloeide, voedden een nationalistische onderstroom die hun integratie niet vooruithielp. Na een halve eeuw onder Sovjetheerschappij kregen ze nauwelijks de kans om uit te maken wat ze eigenlijk zelf wilden. Kiezen voor de Europese Unie was een kwestie van zelfbehoud. Het nu zo sterke Duitsland mag trouwens niet vergeten dat de eenmaking, die het zo vurig wilde, voor een goed deel door alle Europeanen is betaald.

De val van het communisme was in die zin niet het einde van de geschiedenis, maar het begin van een moeilijk nieuw verhaal. En ook in dat verhaal zijn er winnaars en verliezers. De ideologische strijd was dan misschien voorbij, er kwam een andere, harde economische strijd voor in de plaats, en daarin het is het toch weer ieder voor zich.

Onze partners