De Crem: 'Buitenlandse missie is meer dan handjes schudden'

09/01/16 om 08:13 - Bijgewerkt om 08:23

Opent een federale handelsmissie echt meer deuren, in vergelijking met een Vlaamse delegatie? 'De zichtbaarheid van Buitenlandse Handel is een meerwaarde voor de NV België', aldus staatssecretaris Pieter De Crem (CD&V).

De Crem: 'Buitenlandse missie is meer dan handjes schudden'

Pieter De Crem (CD&V) en Alexander De Croo (Open VLD) in Burkina Faso © BELGA

'Geslaagd en zeker voor herhaling vatbaar', zo vat staatssecretaris voor Buitenlandse Handel Pieter De Crem (CD&V) zijn eerste gemeenschappelijke missie met minister voor Ontwikkelingssamenwerking Alexander De Croo (Open VLD) naar Guinee en Burkina Faso samen. 'We doorbreken het buitenlands beleid op vlak van ontwikkeling niet, maar voegen een extra waarde toe', klinkt het tevreden.

'Hoe vult Pieter De Crem zijn eigenlijk dagen?', die controversiële uitspraak van N-VA-voorzitter Bart De Wever lanceerde enkele maanden geleden een debat over het nut van een federale post Buitenlandse Handel. Een functie die regionale collega's voor de voeten loopt, volgens de één, net een voet tussen de deur op het hoogste niveau volgens de ander.

Hefboom

'Voor mij zijn alle missies goed, wie ze ook organiseert', zegt De Crem. Toch benadrukt hij dat zijn eigen aanwezigheid een 'gigantische hefboom voor investeringen kan beteken. De zichtbaarheid van Buitenlandse Handel is een meerwaarde voor de NV België', klinkt het. 'En ik ben niet de enige die er zo over denkt. Ook de bedrijven zelf waren tevreden over deze missie naar West-Afrika.'

Maar opent een federale delegatie echt meer deuren, dan "slechts" een Vlaamse economische missie? Gert Dom, projectcoördinator bij Rent a Port meent van wel. 'We kregen de kans om te praten met de president, dat is toch niet niets.' Ook de samenwerking met Ontwikkelingssamenwerking vindt hij een goede zaak: De goodwill die zo gecreëerd wordt door de Belgische overheid, komen de economische relaties ten goede. '

Alexander De Croo en Pieter De Crem bezoeken kippenkwekerij in Burkina Faso

Alexander De Croo en Pieter De Crem bezoeken kippenkwekerij in Burkina Faso © BELGA

Steven Poppe Afrikadirecteur van het baggerbedrijf DEME woonde al vaker economische missies bij, zowel Vlaamse als federale. 'Ik zie eigenlijk geen al te grote verschillen', vertelt hij in de Guinese hoofdstad Conakry.

Meer dan handjes schudden alleen

'Ik heb dan ook nooit beweerd dat een economische missie de sleutel is tot alles', zegt De Crem. 'Wel moet een missie verder gaan dan alleen maar handjes schudden. Permanente opvolging is noodzakelijk. Dat is iets waar we in het verleden tekort zijn geschoten.' Al voegt de staatssecretaris eraan toe dat ze bij Buitenlandse handel geen waakhond zijn. 'De bedrijven doen hun werk, wij het onze.'

En hoewel de kennis in het Westen over de twee bezochte landen Guinee en Burkina Faso zich vaak beperkt tot "de miserie" van de afgelopen maanden en jaren - ebola en politieke onrust - is er volgens De Crem geen sprake van ondernemersangst. 'Onze bedrijven zijn bereid om te investeren, er is financieringskapitaal en financiële organisaties zijn bereid om te waarborgen. Maar zowel tegen de Burkinese als tegen de Guinese autoriteiten heb ik duidelijk aangegeven dat ook zij een verantwoordelijkheid dragen. Ze moeten er namelijk voor zorgen dat er een investeringsvriendelijk klimaat is.'

Wat doet Buitenlandse Handel nu concreet in ontwikkelingslanden?

'Onze administratie beheerst Finexpo, een overheidsdienst die dossiers behandelt, ingediend door ondernemingen of banken die op zoek zijn naar overheidssteun voor hun export naar ontwikkelingslanden', legt kabinetschef Buitenlandse Handel Ludwig Van der Veken uit. Het budget is dus volledig gescheiden van het geld dat besteed wordt aan ontwikkelingssamenwerking. Aan de hand van een naar eigen zeggen succesvol voorbeeld uit Kenia maakt hij de financiering concreter.


'Het Belgische bedrijf Somati wilde brandweerwagens leveren aan Kenia voor 10 miljoen euro. Maar de Chinezen boden brandweerwagens aan voor 5 miljoen euro. En hoewel de Chinese wagens van veel slechtere kwaliteit waren, was de Keniaanse overheid niet bereid om het dubbele neer te tellen.

Op dat moment zijn wij tussengekomen met een financiering van 3 miljoen euro. Zodat Somati toch een contract van 10 miljoen euro kon onderteken, maar de Kenianen "slechts" 7 miljoen euro moesten betalen. Ok, dat blijft meer dan de 5 miljoen van de Chinezen, maar in ruil krijgen ze wel beter materiaal, dat langer meegaat.'

Onze partners