Cipiers Hondurese gevangenis weigerden brandweerlui de toegang

16/02/12 om 16:45 - Bijgewerkt om 16:45

De schade van de brand in de Comayagua gevangenis in het noorden van het Centraal-Amerikaanse land Honduras, die het leven kostte aan 358 gevangenen, kon beperkt worden. De verantwoordelijke gedetineerde waarschuwde zelfs op voorhand de gouverneur.

Cipiers Hondurese gevangenis weigerden brandweerlui de toegang

© Reuters

De gevangene die de brand startte door een matras aan te steken, belde eerst al schreeuwend naar de gouverneur met de boodschap dat hij 'de boel in as zou leggen'. De bevoegde instanties waren dus ruim op tijd op de hoogte van het gevaar. Zo schrijft Associated Press.

Ploegen van een nabijgelegen brandweerkazerne waren dan ook amper twee minuten na de telefonische waarschuwing ter plaatse. De cipiers weigerden hen echter een half uur lang de toegang, bewerend dat het geschreeuw het resultaat was van een uitgebroken rel. Toen de brandweer eindelijk naar binnen mocht, kon ze sleutel noch bewaker vinden om de poorten te openen.


Verkoolde lichamen

In de gevangenis blijven enkel puin en verkoolde lijken achter. Het vuur baande zich een weg door zes barakken waar telkens tussen 70 en 105 gevangenen verbleven in stapelbedden van vier niveaus. De lijken liggen opgestapeld in badkamers, waar de gevangenen kennelijk heen vluchtten in de hoop dat het water van de douches hen zou beschermen tegen de vlammen. De verkoolde lichamen van gedetineerden werden tegen elkaar aangedrukt in badkuipen.

"Het was verschrikkelijk," getuigt Eladio Chico een 40-jarige overlevende aan AP. "Ik kon enkel vlammen zien en toen we buiten raakten zag ik mensen levend verbranden. Ze plakten tegen de baren aan."


Naar brandweermannen werd niet gevraagd

Op maar vijftien minuten van de strafinstelling bevindt zich nochtans een Amerikaanse legerbasis waar goed uitgeruste reddingsteams steeds stand-by staan. Maar zij werden niet om hulp gevraagd. Kapitein Candace Allen, de woordvoerster van de basis, zei aan AP dat ze enkel toelating hebben datgene te sturen waar expliciet om gevraagd wordt. Dus stuurden ze 's nachts chirurgische maskers, zaklampen en glo sticks richting gevangenis. Naar brandweermannen werd niet gevraagd.

Brand is een van de grootste veiligheidsproblemen in gevangenissen. "Gedetineerden steken vaak iets in brand in hun cel. Sommigen voor aandacht, anderen bij wijze van aanval, en sommigen houden gewoon van vuur," vertelt de in gevangenissen gespecialiseerde geschiedkundige Mitchel P. Roth van de Sam Houston State University in Huntsville, Texas aan AP. "Bij brand worden de gevangenen dan vaak opgesloten, terwijl de slecht opgeleide bewakers voor hun leven rennen."

Ondertussen ontzette Hondurees president Porfirio Lobo de directeur van het nationaal gevangenissysteem Danilo Orellana en andere hooggeplaatsten die verantwoordelijk waren voor de gevangenis uit hun functie.


Nooit veroordeeld

Tussen de overleden gedetineerden bevinden zich hoogstwaarschijnlijk heel wat onschuldigen. Meer dan de helft van de 856 gevangen die in de Comayagua gevangenis vastzaten, zijn nooit voor de rechtbank verschenen. De meeste van hen zaten in de cel op verdenking van lidmaatschap van een bende. Dat staat in een intern rapport van de Hondurese overheid dat AP in handen kreeg.

Door de strikte Hondurese anti-bendewetgeving is het in Honduras genoeg om met een tatoeage over straat te lopen om gearresteerd te worden. De Verenigde Naties hebben deze praktijken eerder al veroordeeld als een inbreuk op het internationaal recht.


12 bewakers voor 856 gevangenen

De slechte opleiding van de bewakers en de willekeur waarmee er mensen werden opgesloten is niet het enige probleem waar de Comayagua gevangenis mee kampte. De leefomstandigheden waren volgens rapporten verschrikkelijk. Het gebouw biedt eigenlijk maar plaats aan 500 gevangenen maar er zaten op het moment van de brand 856 mensen vast. Overdag waren er maar 51 cipiers aanwezig en 's nachts, het moment dat de brand uitbrak, hielden slechts twaalf bewakers de wacht.

De gevangenis, die tegelijk dienst deed als boerderij waar de gevangenen zelf mais en bonen kweken, beschikte niet over een ziekenboeg of systeem om gevangenen met mentale problemen op te vangen. Volgens mensenrechtengroepen en de Amerikaanse overheid werden gedetineerden met mentale problemen of met zeer besmettelijke aandoeningen als tuberculose dan ook gewoon bij de rest van de populatie opgesloten.

Het meest recente rapport over mensenrechten in Honduras spreekt over marteling en misbruik van gevangenen in of onderweg naar de gevangenissen. Volgens datzelfde rapport hebben gedetineerden gemakkelijk toegang tot wapens en worden aanvallen op niet gewelddadige medegevangenen amper bestraft. Bedreiging van cipiers en hun familie door gevangenen en hun medestaanders buiten de instelling zijn schering en inslag. Dat alles leidt tot een zeer gevaarlijke leefomgeving. (PC)

Onze partners