Ludo Bekkers
Ludo Bekkers
Kunst- en fotografierecensent
Opinie

14/08/15 om 11:56 - Bijgewerkt om 11:56

Biënnale van Venetië: kunstenaars stellen sociale ongelijkheid aan de kaak

De Nigeriaanse curator van de Venetiaanse biënnale, Okwui Enwezo, geeft het kunstenevenement dit jaar een politiek randje.

Biënnale van Venetië: kunstenaars stellen sociale ongelijkheid aan de kaak

'High Visibility Burqa': performance van de Italiaanse kunstenaar Marco Biagini. © EPA

Deze zomer wordt in de lagunenstad Venetië, in het park de Giardini, voor de 56e keer de Biënnale georganiseerd, samen met de Documenta in Kassel het belangrijkste internationale evenement voor de hedendaagse beeldende kunst. Om de twee jaar dus, met uitzondering van de oorlogsjaren, tonen nu meer dan 28 landen in een eigen permanent paviljoen een of meerdere kunstenaars die geacht worden nieuwe facetten of inzichten in de actuele kunst te vertegenwoordigen. Aan een van hen wordt ook de grote prijs van de Biënnale toegekend wat steevast tot discussies en polemieken leidt, vooral in de plaatselijke en nationale Italiaanse pers. In de Giardini, door een promenade verbonden met het San Marcoplein, is ook een centraal paviljoen dat vroeger bestemd was voor een overzicht van de moderne Italiaanse kunst en nu, samen met het Arsenale, centraal gelegen in de stad aan de overzijde van het Canale Grande, de locatie is voor thematentoonstellingen die door internationale curatoren worden samengesteld.

Druk van Documenta

Het is, stapsgewijs, van in het midden van de vorige eeuw, dat de aandacht voor meer algemene internationale tendensen zich op de Biënnale en, vooral in het Arsenale, heeft doorgezet, mede onder druk van die andere belangrijke kunstshow, de Documenta in Kassel. die aanvankelijk geen concurrent was maar het toch geworden is. Nu zijn beiden allang geen plaatsen meer waar vooral eigen nationale kunstenaars zich konden tonen maar zijn het trefpunten geworden voor internationale kunstenaars maar ook "places to be" voor kunsthandelaars, verzamelaars en museumcuratoren die zich niet alleen maar willen informeren maar ook zaken doen en netwerken.

Delen

Biënnale van Venetië: kunstenaars stellen sociale ongelijkheid aan de kaak

Waar vroeger een commissaris werd aangesteld om het centrale paviljoen in het park en later ook de avontuurlijke ruimtes van het Arsenale met een al dan niet duidelijk concept een gezicht te geven worden nu "curatoren" met reputatie en artistieke glamour gezocht die op zichzelf al een lokmiddel werden om bezoekers te verleiden wat langer in de Dogenstad door te brengen want zo'n kunstmanifestatie is, toeristisch gezien, ook bedoeld om de horecakassa te laten rinkelen. Die curatoren kiest men op internationaal niveau en ze worden geacht een tentoonstelling samen te stellen die niet zozeer spraakmakend dan toch relevant zal zijn.

Sociale ongelijkheid in de wereld

De Raad van Bestuur van La Biënnale koos voor de huidige editie de Nigeriaan Okwui Enwezor (1963) die zijn sporen al verdiend had op Biënnales in Johannesburg (1996), de Documenta (1998), in Sevilla (2005), Zuid Korea (2008) en de Triënnale van Parijs (2012). Bovendien is hij directeur van het gerenommeerde Haus der Kunst in München. Hij stelde de exposities samen in de centrale locaties, de Giardini en het sinds vele jaren gereconverseerde Arsenale. De teneur van zijn beide selecties ligt consequent in de lijn van Enwezors' filosofie : het vergelijken en confronteren van de westerse cultuur en die van de Afrikaanse en de Aziatische werelden en, daarbij aansluitend, kunstenaars tonen die de sociale ongelijkheid in de wereld aan de kaak stelt. Het lag voor de hand dat de traditionele Biënnale pelgrims daar moeite mee zouden hebben. Het valt nu te bezien hoe de internationale kunstwereld daarop gaat reageren. Want Venetië is om de twee jaar de graadmeter om de waarde van kunstenaars in te schatten enerzijds maar van de andere kant is het ook de springplank voor een internationale carrière.

Een in het oog springend voorbeeld daarvan situeert zich tijdens de Biënnale van 1964 toen, in het paviljoen van de VS, een selectieve keuze werd getoond van het werk van Robert Rauschenberg, Jasper Johns, Jim Dine en Claes Oldenburg, vier exponenten van de toen in Europa noch nauwelijks bekende Pop Art. De kunstenaarskeuze voor deze tentoonstelling was officieel gemaakt door de Amerikaanse administratie maar doorgespeeld aan de kunstkenners en galeristen Leo Castelli en Ileana Sonnabend. Zowel de ene als de andere konden al een behoorlijk fraai curriculum voorleggen met het opsporen van jonge talenten uit de nieuwste kunststrekkingen. Dat zij voor deze vier kunstenaars hadden gekozen was, achteraf gezien, een welbewuste cultureel/politieke daad. Een: met deze keuze moest het duidelijk worden dat niet meer Europa maar Amerika de leiding nam in de wereld van de beeldende kunst. Twee: De Pop Art was een nieuwe bron die Castelli/Sonnabend aangeboord hadden en die ze wilden exporteren naar Europa.

De Biënnale was strategisch gezien een ideale aanleiding om hun expansiepolitiek op het spoor te zetten. De Verenigde Staten speelden het spel voluit mee. Voor het eerst werd een locatie buiten het Biënnale terrein aan de algemene expositie toegevoegd, het vroegere consulaat in de wijk San Gregoria waar een supplementaire show gepresenteerd werd met meer werk van de Biënnale-kunstenaars aangevuld met sculpturen van John Chamberlain. Bovendien was het exclusieve en mooie Teatro della Fenice afgehuurd waar Merce Cunningham en zijn gezelschap dansers enkele avonden optraden in decors van Rauschenberg. En dan, was het toeval of niet, ontving Rauschenberg de grote prijs van de Biënnale. Zou het ondenkbaar zijn dat een sluwe regisseur dit scenario had bedacht. In ieder geval was de tentoonstelling een overweldigend succes : de Amerikaanse Pop Art had haar Europese entree niet gemist.

Truc van de foor

Delen

De enorme truc van de foor was gelukt en de Europese kunst had het nakijken.

Mevrouw Sonnabend (1914-2007) van Roemeense origine had, met de steun van haar ex-echtgenoot, de in Triëst geboren uiterst intelligente Leo Castelli (1907-1999), in Parijs de Galerie Sonnabend geopend, twee jaar voor de fameuze Biënnale. Wat was het gevolg, De galerie werd, na de sluiting van de Venetiaanse show, druk gefrequenteerd door museumdirecteuren, verzamelaars en andere kunsthandelaren en het duurde niet zo lang of Eddy De Wilde, directeur van het Van Abbemuseum in Eindhoven en later van het Stedelijk in Amsterdam en Pontus Hulten, hoofd van het Moderna Museet in Stockholm, om er maar twee te noemen, werden er vaste klanten. De enorme truc van de foor was gelukt en de Europese kunst had het nakijken. In de kunstwereld is onderzoeksjournalistiek minder aan de orde maar deze ganse operatie, noem ze "goodwill invasie" had vele kanten die nooit uitgezocht werden. Tenzij men het geheel afdeed zoals de Osservator Romano (de spreekbuis van het Vaticaan) met het statement "Dit (de Pop Art) is de totale en algemene nederlaag van de cultuur".

Opstand

Dit ommetje om te situeren dat er iets gewijzigd was in het initiële opzet van het instituut Biënnale. Twee edities later, in 1986, als nasleep op de studentenrevoltes in Parijs brak ook die opstand los op de Biënnale. De officiële opening werd verstoord door demonstraties en rellen waarbij deelnemende kunstenaars niet afzijdig bleven. Velen onder hen bedekten hun werken met doeken, anderen haalden ze van de muur en keerden ze om op de vloer. De toon was gezet en het drong eindelijk door bij de Italiaanse organisatoren dat het schip van koers diende te veranderen. Dat is dan bij latere edities moeizaam gebeurd en stilaan zijn alle beschikbare ruimtes, grote en meer discrete pallazi gebruikt om talloze tentoonstellingen, los van de Biënnale, te organiseren. Venetië is zo uitgegroeid tot een echte hedendaagse kunststad die zes maanden een bedevaartsoord voor een internationaal kunstpubliek is geworden. Door die expansie is er tevens een osmose ontstaan tussen de hedendaagse kunst en de ontelbare kunstschatten die in de lokale musea en de talrijke kerken te bekijken vallen. Tijdelijke exposities vullen het aanbod aan zoals dit jaar in het Museo Correr, op het San Marco-plein tegenover de Basilica en het Dogenpaleis, dat uitpakt met een meer dan boeiend overzicht van Duitse kunst uit de Weimar republiek.

Tentoonstelling "La Biënnale", Venetië, nog tot 22 november

"Nuova Oggettività, Modern German Art in the Weimar Republic,1919-1933", Venetië, Museo Correr, nog tot 30 augustus.

Onze partners