Bevolking gevangen in Libische Benghazi: 'Onmiddellijke doorgang humanitaire hulp nodig'

26/05/15 om 15:41 - Bijgewerkt om 15:41

De lokale bevolking en buitenlanders zitten gevangen in het Libische Benghazi. Het conflict in verschillende wijken van de stad escaleert, zo waarschuwt Human Rights Watch dat de strijdende partijen vraagt humanitaire hulp door te laten en de inwoners vrij te laten.

Bevolking gevangen in Libische Benghazi: 'Onmiddellijke doorgang humanitaire hulp nodig'

© Reuters

Mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch (HRW) was in april nog ter plaatse in Benghazi, na hoofdstad Tripoli de tweede grootste stad van Libië. Maar ook later in telefonische gesprekken op 21 mei kreeg de organisatie van getuigen ter plaatse te horen hoe Libiërs en buitenlanders gevangen zitten in het centrum van de stad. Voornamelijk de wijken El-Blad, Sidi Khreibish en El-Sabri maken deel uit van het strijdtoneel in het oosten van het land, verduidelijkt HRW in een persbericht.

Voedseltekort, geen medische zorg, stroompannes

In Benghazi bekampen militanten en (aanhangers van) het Libische leger elkaar. Inwoners getuigden tegenover de mensenrechtenorganisatie, dat de militanten die de controle hebben over bepaalde wijken verhinderen dat de burgers daar vertrekken. Dat terwijl de levensomstandigheden dramatisch slecht worden: er zijn voedseltekorten, het is er onmogelijk geworden om medische zorg te krijgen en de meeste gebieden lijden onder stroompannes.

Een inwoner die ontsnapte aan de door milities gecontroleerde gebieden, bevestigde aan HRW dat sinds maart vier burgers het leven lieten: een van hen werd neergekogeld, de andere drie bezweken aan hun verwondingen omdat ze geen verzorging kregen.

Maar ook het Libische leger zou verhinderen dat inwoners de wijken ontvluchten. Een bewoner die uit Sidi Khreibish ontsnapte, zei dat het leger niet langer toeliet dat burgers de regio verlieten. Dat zou enkel mogelijk zijn als de veilige doorgang door de Libische Rode Halve Maan verzekerd wordt.

Na meer dan een jaar is een school in Benghazi weer geopend. De stad is verdeeld tussen zones onder controle van islamistische militanten door Washington beschuldigd van de aanslag op het Amerikaanse consulaat en troepen trouw aan het Libische leger.

Na meer dan een jaar is een school in Benghazi weer geopend. De stad is verdeeld tussen zones onder controle van islamistische militanten door Washington beschuldigd van de aanslag op het Amerikaanse consulaat en troepen trouw aan het Libische leger. © Reuters

Evacuaties verhinderd door leger en militanten

De Rode Halve Maan had dan ook aanvankelijk een akkoord met de strijdkrachten trouw aan het Libische leger en met de militanten in Benghazi: burgers zouden in alle veiligheid de wijken kunnen verlaten tot 4 november 2014, verklaarde een getuige tegenover HRW. Maar sinds die dag zijn alle verdere pogingen tot evacuatie mislukt: of omdat de militanten zich daartegen verzetten, of omdat aanhangers van het leger de evacuatie weigerden die volgens hen het leven van de burgers in gevaar zou brengen.

Een inwoner liet inderdaad het leven bij zo'n evacuatiepoging. De man werd in een auto vervoerd, maar bezweek aan zijn verwondingen toen het Libische leger weigerde het voertuig door te laten. Het leger hamerde er toen op, dat inwoners de zone enkel te voet mochten verlaten.

'Uit vrije wil'

In april beweerde Abdelrazeq al-Nadhouri van het Libische leger dat de achtergebleven families in Benghazi zich daar 'uit vrije wil' bevonden en 'weigerden te vertrekken'. Bovendien zou het leger iedereen toelaten de regio te verlaten. Ook Zakaria Beltamer, hoofd van het crisiscomité van Benghazi (een organisme gecreëerd door de diensten van de premier met meerdere leden van de lokale raad en de Libische Rode Halve Maan) zei dat alle families geëvacueerd waren uit de getroffen wijken. 'Wie achterbleef, hoort bij hen', klonk het volgens HRW alluderend op leden van Ansar al-Sharia of dus de islamistische militanten.

Toch spreken inwoners van Benghazi die versie van de feiten tegen. Een vrijwilliger bij de Rode Halve Maan die de evacuaties had helpen coördineren, getuigde dat 58 mensen zich telefonisch bij de organisatie geregistreerd hadden: ze leefden onder controle van de milities en wilden vertrekken, maar konden dat niet uit vrees aangevallen te worden door de militanten.

Bevolking gevangen in Libische Benghazi: 'Onmiddellijke doorgang humanitaire hulp nodig'

© Reuters

Oorlogsmisdaad

'Met elke dag die voorbijgaat, worden de levensomstandigheden slechter en het gevaar voor de burgers - gevangen in wijken getroffen door het conflict - groter', waarschuwt Sarah Leah Whitson, hoofd van HRW in het Midden-Oosten en Noord-Afrika. 'De betrokken partijen moeten voorkomen dat aan de burgers en hun eigendom schade berokkend wordt. Het Libische leger en de andere aanwezige milities in Benghazi moeten de burgers de mogelijkheid bieden de zones in alle veiligheid te verlaten en moeten de toegang vergemakkelijken voor de cruciale humanitaire hulp voor wie in de stad bleef.'

Verhinderen dat burgers toegang krijgen tot voeding en medische zorg is een schending van het internationaal humanitair recht, herinnert HRW. Het bewust aanvallen van personeel, installaties, materiaal, apparatuur of voertuigen nodig voor humanitaire reddingsoperaties is een oorlogsmisdaad.

Aantal dodelijke slachtoffers stijgt

Het aantal slachtoffers blijft ook toenemen, meent HRW. Bij een bomaanslag op 12 mei in de wijk Ad Baloun werden drie kinderen gedood en raakten twee anderen gewond, allen van dezelfde familie. Militanten gelinkt aan de terreurbeweging Islamitische Staat (IS) eisten de aanslag op. Twee dagen later lieten een man en zeven kinderen het leven bij een andere bomaanslag in Hay Al-Salam.

Bevolking gevangen in Libische Benghazi: 'Onmiddellijke doorgang humanitaire hulp nodig'

© Reuters

Het internationale humanitaire recht of het oorlogsrecht gebiedt alle betrokken partijen niet alleen het mogelijk maken van veilige evacuatie en vrije doorgang van humanitaire hulp, het eist ook dat inwoners 'effectief op voorhand worden ingelicht' over aanvallen die hen mogelijk in gevaar kunnen brengen. Bovendien moeten gewapende groepen alle voorzorgsmaatregelen nemen om te voorkomen dat er burgerslachtoffers vallen. Dat houdt onder andere in dat een offensief niet wordt uitgevoerd als het om een burgerdoel gaat of als in verhouding meer burgerslachtoffers zouden vallen dan dat er sprake zou zijn van militair gewin. Ook al heeft het Libische leger de burgers in november aangeraden de wijken te evacueren, dat stelt het niet vrij van de taak om aanvallen tegen die inwoners te voorkomen, stelt HRW.

Onderzoek VN en ICC

Omdat het conflict in Libië escaleert heeft HRW het Internationaal Strafhof (ICC) opgeroepen om een onderzoek te openen naar ernstige schendingen van de mensenrechten in het land. Ook binnen de VN-Mensenrechtenraad werd actie ondernomen: een missie werd in het leven geroepen om onderzoek te voeren naar ernstige misdaden in Libië sinds 2014. (WB)

Onze partners