Ilja Van Braeckel
Ilja Van Braeckel
Bioloog en eindredacteur van Wtnschp.be aan de Vrije Universiteit Brussel
Opinie

09/05/16 om 15:10 - Bijgewerkt om 16:21

'Aardbeving Nepal, één jaar later: Hoe burgerinitiatieven hulpverleners helpen in rampgebieden'

'Of het nu om een aardschok, vloedgolven, ziekte-epidemieën of andere natuurrampen gaat, waar humanitaire acties tegemoet komen in de noden van getroffen personen, kan elke geëngageerde burger dus een belangrijke rol spelen', legt Ilja Van Braeckel (VUB) uit.

'Aardbeving Nepal, één jaar later: Hoe burgerinitiatieven hulpverleners helpen in rampgebieden'

Aardbeving Nepal © Reuters

Stel: na een bezoekje aan Swayambhunath geniet je van het zonovergoten uitzicht op de Nepalese hoofdstad Kathmandu. De Rhesus aapjes waar de tempel zijn bijnaam 'Monkey Temple' aan ontleent, proberen jouw aandacht te trekken, wanneer ze opgeschrikt worden door een aardschok van 8,4 op de schaal van Richter die voelbaar is tot op een afstand van 1900 km. De Monkey Temple waar je net uit kwam, ligt in puin, net als Kathmandu en de rest van Nepal.

Delen

'Aardbeving Nepal, één jaar later: Hoe burgerinitiatieven hulpverleners helpen in rampgebieden'

Die nachtmerrie werd één jaar geleden werkelijkheid en kostte het leven aan bijna 9000 mensen en liet 23.000 gewonden achter. Twee resulterende lawines bedolven 21 mensen op Mount Everest en 250 mensen in de Langtang vallei. Naar schatting 900.000 huizen werden beschadigd of vernield, honderdduizenden Nepalezen werden in één klap dakloos en 1,7 miljoen kinderen hadden nood aan drinkwater, psychologische bijstand, onderdak en bescherming tegen ziekten.

Wereldwijd werden hulpdiensten gemobiliseerd en humanitaire acties lieten niet lang op zich wachten. België doneerde bijna 5 miljoen euro en stuurde een tienkoppig team van Artsen Zonder Grenzen en een 43-koppig team van B-Fast, bestaande uit brandweerlieden, militairen, dokters en verplegers.

In crisissituaties zoals de aardschok in Nepal zijn gecoördineerde hulpacties ontzettend belangrijk maar ze kunnen niet optimaal benut worden zolang er beperkende praktische factoren zijn, die belangrijke beslissingen bemoeilijken. Eén daarvan is het tekort aan kaarten van risicogebieden. Elk jaar laten bijna 100.000 mensen het leven en worden er 200 miljoen mensen getroffen door natuurrampen, epidemieën en conflicten en veel van de locaties vallen letterlijk van de kaart.

In kaart brengen van risicogebieden

Om die reden hebben Artsen zonder Grenzen, het Rode Kruis en het Humanitarian OpenStreetMap Team in 2014 het "Missing Maps project" gelanceerd. Overal ter wereld wendt het project vrijwilligers aan om risicogebieden in kaart te brengen. Moeilijk is het niet, met enkel een computer en een internetverbinding zijn deelnemers in een mum van tijd volwaardige road mappers. De respons op het project is groot, het aantal vrijwilligers groeit wereldwijd, en steeds vaker worden er ook mapping parties of 'mapathons' georganiseerd, waar vrijwilligers samenkomen om een groter gebied in één keer samen te mappen.

De impact van dergelijke citizen science-projecten kan heel groot zijn, dat bleek onlangs, toen er een mazelenepidemie uitbrak op het eiland Idjwi, in het Congolese Kivu-meer. Om die uitbraak de kop in te drukken, moet Artsen Zonder Grenzen zo snel mogelijk 95% van de bevolking inenten maar kaartmateriaal dat aanduidt waar die bevolking precies woont, ontbrak. Zeven Belgische universiteiten sloegen de handen in mekaar en organiseerden samen met het Nationaal Comité voor Geografie en het Humanitarian OpenStreetMap - Team Belgium, één grote collectieve mapathon die doorging in zeven Belgische universiteiten. Al gauw bleek het om de grootste mapathon ter wereld te gaan en 240 deelnemers van elke leeftijd en achtergrond zorgden in een mum van tijd voor een dataset van toegangswegen en meer dan 23.000 gebouwen, waar voordien nog niets in kaart gebracht was.

Door de opkomst en interesse was het Kivu-project tegen de middag al klaar, en werden vervolgens nog eens 25.000 gebouwen in Swaziland gemapt, wat de Global Health Group van de Universiteit van California straks helpt bij het uittekenen van programma's om malaria uit te roeien. Of het nu om een aardschok, vloedgolven, ziekte-epidemieën of andere natuurrampen gaat, waar humanitaire acties tegemoet komen in de noden van getroffen personen, kan elke geëngageerde burger dus een belangrijke rol spelen.

(Ilja Van Braeckel is bioloog, cartoonist en wetenschapscommunicator aan de Vrije Universiteit Brussel waar hij de eindredactie doet van het online wetenschapsplatform Wtnschp.be.)"

Onze partners