Luc Baltussen
Opinie

27/09/11 om 14:00 - Bijgewerkt om 14:00

Wel geld, geen regels

De aandelen KBC en Dexia daalden afgelopen week 10 tot 15 procent. Sinds begin 2011 werden beide banken bijna de helft minder waard. Dat is niet alleen slecht nieuws voor wie deze aandelen in portefeuille heeft, maar ook voor de belastingbetaler.

Het zag er nochtans lang goed uit. De maatregelen die de Europese Commissie had opgelegd - wie staatssteun nodig had, moet niet zeuren als hij verplicht wordt om een toontje lager te gaan zingen - werden vrij succesvol uitgevoerd. KBC verkocht verschillende onderdelen en speelde zelfs met de gedachte om een deel van de steun vervroegd terug te betalen. Maar de schuldencrisis gooide roet in het eten. Op de beurs worden beleggers steeds banger, vooral voor banken die aanzienlijke bedragen leenden aan landen die men nu ziet als probleemlanden: Griekenland, maar ook Spanje en Italië.

Die angst vertaalt zich in dalende koersen en die maken het op hun beurt dan weer moeilijker om de desinvesteringsplannen uit te voeren. De ratingbureaus verlaagden de rating van KBC precies omdat ze ervoor vrezen dat het terugbetalen van de overheidssteun én het verbeteren van de kapitaalratio samen wel een erg moeilijke klus zullen worden. Dexia loste vrijdag nog een kleine 4 miljard euro schuld af, volgens schema. Maar er staat nog altijd 25 miljard euro overheidsgegarandeerde schuld open. Dexia is bovendien als Frans-Belgisch bedrijf nauw verweven met de Franse context, die wegens haar grote belangen in de Zuid-Europese probleemregio's extra onder druk staat.

Ook voor Dexia is een ratingverlaging dus best denkbaar en dat maakt met name de Franse overheid zenuwachtig. Dexia is immers een absolute topspeler in de markt die de Franse lokale besturen financiert. Een ratingverlaging zou die financiering in het gedrang kunnen brengen. Terwijl er geen anders spelers groot genoeg zijn om zo nodig snel in het gat te springen. Het hoeft dan ook geen verwondering te wekken dat sommigen op het idee kwamen om de lekkere brokken uit Dexia los te weken en bijvoorbeeld in een nieuw bedrijf onder te brengen.

Veel van wat nu gebeurt, lijkt op wat in 2007 en 2008 is gebeurd. Toen was het de onduidelijkheid over de mate waarin banken blootgesteld waren aan de Amerikaanse rommelkredietencrisis, die het wantrouwen voedde. Nu is het de blootstelling aan de schuldencrisis. De vraag rijst of de maatregelen die de voorbije drie jaar zogezegd genomen werden om de bankwereld stabieler te maken, eigenlijk iets hebben veranderd aan hun kwetsbaarheid.

Overheden kunnen het financiële systeem helpen op twee manieren (waarbij de ene de andere niet uitsluit): met geld en met regels. Aan geld heeft het alvast niet ontbroken. Het is trouwens net mede door dat geld, dat veel landen nu in ademnood zitten. Aan de regelgevende kant van de zaak is de daadkracht een pak minder indrukwekkend geweest. Nog steeds zijn veel banken voor hun financiering te afhankelijk van andere banken. De schandalen met de aanslepende bonussen hebben bij het publiek minstens de indruk gewekt, dat de banken de lessen van de crisis slecht geleerd hebben. En dat uiteindelijk de belastingbetaler wel weer voor de problemen zal opdraaien. In elk geval zitten onze overheden nu al met een flink verlies op de investeringen die ze drie jaar geleden deden om Dexia en KBC overeind te houden.

Luc Baltussen

Onze partners