Dirk Draulans
Dirk Draulans
Redacteur bij Knack
Opinie

18/05/12 om 09:29 - Bijgewerkt om 09:29

We leven op te grote voet

Om onze ecologische voetafdruk te doen dalen, moeten we eenvoudiger gaan leven. Misschien komt dat vanzelf.

We leven op te grote voet

Het klonk als een jubelbericht: het feit dat er voor het eerst sinds lang in Vlaanderen een wilde otter is waargenomen. Van het dier werden enkele seconden gecapteerd toen hij voorbij een verborgen camera van een wetenschapper op zoek naar bevers passeerde, als een diefje in de nacht. Niemand zag hem, niemand vond sporen van hem - het dier was bijna een spookbeeld van vroeger, toen er nog wel otters in onze regio zaten, voor ze door een combinatie van intense bejaging en zware milieuvervuiling de verdoemenis in gejaagd werden.

Het valt af te wachten of er meer waarnemingen van otters zullen komen. In regio's waarin ze algemeen zijn, laten ze zich wel zien. Misschien is het dier op zijn hoede, want het wordt nog altijd langs alle kanten belaagd, door wagens en allerhande gevaarlijke hindernissen in zijn biotoop, en door een massa onverlaten die vinden dat iets anders dan de mens dat vlees of vis eet geen plaats heeft in ons systeem.

De waarneming werd gekoppeld aan doorgedreven inspanningen om de kwaliteit van ons oppervlaktewater te verbeteren. Goed nieuws dus, maar in feite is het triest nieuws, want het had nooit zo ver mogen komen. Het getuigt ervan hoe laks wij met onze omgeving omspringen, en als we nu bezig zijn de waterkwaliteit te verbeteren heeft dat mee te maken met het gegeven dat we het ons financieel kunnen veroorloven, en dat we bezorgd zijn om onszelf, om onze gezondheid, eerder dan die van het ecosysteem.

Want het blijft onverdroten vechten om de verdere verloedering van ons landschap tegen te gaan. Toen de Vlaamse regering onlangs besliste tot de onteigening van de gehuchten Rapenburg en Ouden Doel in de buurt van het Verdronken Land van Saeftinghe en van de Hedwigepolder die nu misschien toch onder water zal worden gezet, was het kot ter plekke te klein. De burgemeester van Beveren, waarvan de gehuchten deel uitmaken, brieste dat het een schande is dat mensen moeten verhuizen voor vogels.

Terwijl de mensen natuurlijk niet moeten wijken voor vogels, maar voor een verdere uitbreiding van de haven van Antwerpen, waarvoor voor de zoveelste keer natuur moet verdwijnen, en volgens de nieuwe regels moet dat elders worden gecompenseerd door de creatie - al dan niet letterlijk - van nieuwe natuur. Tot wat dat kan leiden kan u prachtig zien in het geweldige gebied Putten-West in het oosten van Kieldrecht, met de Antwerpse haven als achtergronddecor. Daar vliegen lepelaars en steltkluten rond alsof het de normaalste zaak van de wereld is. Plaats genoeg ook voor enkele otters.

Het is toe te juichen dat de menselijke activiteit wat geconcentreerd wordt, dat de vreselijke versnippering die ons Vlaamse landschap zo lelijk maakt, wordt tegengewerkt. Wij hebben er in ons dichtbevolkte landje een potje van gemaakt, met al die wegen, die linten van huizen, dikwijls grote huizen, veel te groot voor het aantal mensen dat erin moet wonen. De Living Planet Index die het WWF deze week weer uitbracht, illustreert dat ons land op een beschamende zesde plaats in de wereldranglijst staat van landen met de hoogste ecologische voetafdruk, na onder meer drie kleine oliestaten uit de Golfregio. Niets om trots op te zijn. Ons land is zeven keer dichter bebouwd dan het wereldgemiddelde.

De beste remedie tegen een te hoge ecologische voetafdruk is arm worden, want onderaan de lijst bengelen uitsluitend arme landen. Dat is natuurlijk geen realistisch politiek uitgangspunt, maar het mag gerust wat minder zijn, en misschien zal een van de onverwachte neveneffecten van de economische crisis wel zijn dat we vanzelf wat soberder en efficiënter gaan leven.

Of dat de natuur ten goede zal komen, is de vraag, want efficiënte natuurbescherming staat of valt met de financiële middelen die beschikbaar zijn. In ons ecologisch zwaar beladen landje moet natuur letterlijk gekocht worden, of gemaakt, en het recupereren van een deel van de kosten via toeristische activiteiten volstaat niet. Wij moeten actief investeren in natuur. Zelfs landbouwvogels komen vandaag bijna uitsluitend in natuurgebieden voor, en niet langer in de monotonie van het landbouwareaal.

Dan mag de Living Planet Index van het WWF nog aantonen dat de biodiversiteit in gematigde regio's sinds 1970 aan het stijgen is (elders in de wereld daalt hij dramatisch), dat is toch vooral een gevolg van het feit dat we héél laag gezakt waren, en nu doorgedreven inspanningen leveren om te redden wat er te redden valt. Met de komst van de otter, en misschien op termijn ook de wolf, zouden we het gevoel kunnen krijgen dat we goed bezig zijn. Terecht.

Dirk Draulans

Onze partners