Vrije Tribune
Vrije Tribune
Knack.be geeft hier een forum aan columnisten en gastbloggers
Opinie

12/04/11 om 11:11 - Bijgewerkt om 11:11

Wat prins Laurent niet zag in Congo (3)

Elke persoon die tot een etnie behoort die zich rond 1885 bevond op het grondgebied dat uiteindelijk Congo werd, is Congolees.

Wat prins Laurent niet zag in Congo (3)

© Els Schelfhout

Na alweer een lange rit (4u voor nauwelijks 95 km) kom ik aan in de stad Baraka, grondgebied Fizi. Deze regio werd door God en klein Pierke in de steek gelaten. Alleen MONUSCO (de VN-troepen, MONUC tot voor de herziening van hun mandaat waardoor ze de Congolese bevolking beter kunnen beschermen - ik zou lachen, mocht dit niet zo bitter zijn ) heeft hier een militaire basis.

Sinds op 1 januari in de Fizi-stad (10km voor Baraka) 63 vrouwen en meisjes - het jongste was 11 - werden mishandeld en verkracht, opereert MONUSCO in de op één na hoogste alarmfase, fase 4. Het VN-personeel wordt er goed voor betaald. Buiten de beschermende muren van de VN-gebouwen leeft de bevolking in alarmfase 'oneindig plus één'. Ze krijgen er niets voor in ruil.

We logeren in een guesthouse van het VN-vluchtelingencommissariaat. Hotels zijn hier niet, aangezien gasten die in de regio komen veelal ongenode gasten zijn: allerhande milities die vernieling en terreur zaaien.

MONUSCO en de lokale bevolking gaan gebukt onder een zwaar communicatieprobleem. Ik kan alvast vaststellen wat dat betekent. In het guesthouse verblijft een jonge vrouw van Pakistaanse afkomst. Ze is juriste, de bedoeling is dat ze gedurende minstens een jaar de rechten van slachtoffers uit de regio zal verdedigen. 'Waar', is één vraag. 'Hoe', is een andere. Ze doet erg haar best, maar het Frans dat ze spreekt, is schabouwelijk.

David, de verantwoordelijke van een plaatselijke N.G.O., legt de werking van zijn organisatie uit. De 'société civile' is goed vertegenwoordigd in Zuid-Kivu. Tenminste, voor zover de mensenrechtenactivisten kunnen rekenen op steun uit partnerschappen met buitenlandse donoren. Wanneer daar de geldkraan wordt dichtgedraaid - wat de laatste tijd ten gevolge van de internationale financiële crisis wel vaker gebeurt - vallen ze tussen de mazen van het net.

Zoals veel mensenrechtenactivisten zet David zich in voor 'vrede, goed bestuur en mensenrechten'. 'Vrede' betekent in deze context het vreedzaam samenleven tussen de verschillende etnische groepen in Fizi-territoire. En dat zijn er nogal wat. Ik leer dat samenleven vooral erg stroef gaat tussen de Banyamulenge en de Babembe. De Banyamulenge zijn Tutsi, veehouders die al sinds de 17e / 18e eeuw in het gebied leven. Deze groep werd uitgebreid tijdens de koloniale periode, toen de Belgische kolonisator oordeelde dat het gemakkelijker samenwerken was met Tutsi dan met Hutu. En nog eens na de kolonisatie, in de jaren '50-60. De Congolese nationaliteit wordt voornamelijk toegekend op basis van herkomst. Elke persoon die tot een etnie behoort die zich rond 1885 bevond op het grondgebied dat uiteindelijk Congo werd, is Congolees. Ten hoofde van de 'echte' Congolezen, zijn de Banyamulenge echter wat ze waren voor ze een eerste voet op Congolese bodem zetten: Rwandezen, vreemdelingen.

Na de Rwandese genocide van '94 kwam in Rwanda een Tutsi-regime aan de macht. De Banyamulenge voelden zich bedreigd door de Rwandese Hutu in Congo. Daarom keerden ze terug naar hun herkomstland en bereidden er de alliantie (AFDL, 'Alliantie van Democratische Krachten voor de Bevrijding van Congo') voor. Dat gebeurde met steun van Rwanda, Burundi en Oeganda en versterkt door Laurent-Désiré Kabila, de Luba-rebellenleider die het vegeteren in de brousse en een jarenlang verbijf in Tanzania beu was en eindelijk zijn tijd gekomen zag. Dit wordt de Banyamulenge op vandaag nog steeds kwalijk genomen. De bloeddorstige doortocht van de alliantie betekende immers niet alleen de liquidatie van Rwandese vluchtelingen en génocidairs, maar tegelijk het gruwelijk, systematisch en weloverwogen uitmoorden - eveneens genocide en begin oktober 2010 eindelijk zo geduid door het Hoog Commissariaat voor de Mensenrechten - van honderdduizenden Rwandese Hutu-vluchtelingen. En van honderdduizenden Congolezen.

Wanneer toenmalig president Kabila in '98, eens stevig in zijn presidentszetel, de Rwandese troepen vroeg om het land te verlaten, gaf dit aanleiding tot een nieuwe oorlog met een nieuwe rebellengroep: het R.C.D, de 'Rassemblement Congolais pour la Démocratie', gesteund door Rwanda. Gevolg: tienduizenden Banyamulenge werden afgeslacht door wat ze 'eigen volk' beschouwden. Op vandaag is deze moordpartij voor de woordvoerder van de Banyamulenge Uvira, nog steeds de verantwoordelijkheid van de Bizima KARAHA, een Munyamulenge van de Banyamulengegroep en toenmalig minister van Buitenlandse Zaken.

De Banyamulenge staan niet hoog aangeschreven bij de andere etnische groepen in Zuid-Kivu. Er zijn vooral problemen tussen Banyamulenge en Babembe, een van de grootste etnieën in de regio, met zelf nogal wat 'grondbezitters' in de rangen. Hun grondeigendommen - Wat is een hectare in dit onmetelijke land? - worden niet altijd bewerkt. 'Waarom ze dan niet aan ons te geven?' redeneren de Banyamulenge, die het gebied Minembwe in de haut plateaux aan Fizi, Uvira en Mwenga vragen. Dit niet alleen zeer tegen de zin van de Babembe, maar ook van de Babuyu, de Banyindu, de Bafuleru, de Bazoba, de Babuari, de Bamasanze en de Bagoma, om er maar enkele te noemen. Terzijde: de Democratische Republiek Congo telt een 500-tal etnische groepen.
"Mensen zijn verplicht om in sociale cohesie samen te leven", stelt David. Die nobele gedachte verkondigen hij en zijn medewerkers in ateliers, waar ze de toehoorders proberen te doordringen van het belang van onderhandelen, de 'technique médiation'. "Sommige conflicten worden voor justitie gebracht. Wanneer een lid van een bepaalde familie in de gevangenis belandt, is het risico groot dat wraakacties uitbreken, over en weer tussen de betrokken families. Daarom is het beter om het gezond verstand te gebruiken en de conflicten 'in der minne' te regelen. Door een koe te geven, een geit .... òf een vrouw, via een gearrangeerd huwelijk. Hoewel huwelijken tussen Babembe en Banyamulenge nauwelijks voorkomen.

David koppelt aan deze vaststelling het belang van goed bestuur en het belang van lokale verkiezingen om dit bestuur mogelijk te maken. Bestuur begint bij de basis. Lokale verkiezingen zijn belangrijk, helaas werden ze vooralsnog niet georganiseerd. Van het bestuur in Kinshasa weet de bevolking maar weinig af. "On souffre à la base, on ne sait même pas ce que se passe 'en haut'".
Els Schelfhout

Lees morgen deel 4: over het eengemaakte Congolese leger

Lees ook: Wat prins Laurent niet zag in Congo (1) Wat prins Laurent niet zag in Congo (2)

Onze partners