Peter De Roover (N-VA)
Peter De Roover (N-VA)
Federaal fractieleider van N-VA
Opinie

18/07/12 om 10:38 - Bijgewerkt om 10:38

Wat motiveerde N-VA om Ceder in huis te nemen?

N-VA zit hoe dan ook met een probleem, of het nu naïviteit of hoogmoed was die Jurgen Ceder binnenhaalde.

Wat bent u in het Ceder-debat, een believer of een non-believer?

De eerste zegt dat de kersverse N-VA'er met VB-verleden het 70-puntenprogramma nu toch nadrukkelijk afwijst. Vanuit intellectueel oogpunt is dat een erg onbevredigend argument, want mensen kunnen om talloze redenen liegen. De non-believer grossiert in citaten uit Ceders oeuvre die een hoog VB-gehalte blijken te hebben. Vanuit intellectueel oogpunt klinkt dat al even onbevredigend, want hij was toen ook gewoon VB'er. Maar mensen kunnen van mening veranderen.

Kortom, zo'n strijd tussen believers en non-believers om twijfelaars naar het eigen kamp te lokken, is inhoudelijk absoluut oninteressant. Het verzakt dan ook snel naar het niveau "Zie het 'crapuul' Jurgen Ceder zitten, en je weet: ongeneeslijk. Geen redden aan." Je houdt het niet voor mogelijk, maar het staat in een ernstige krant neergeschreven als bijdrage tot het debat.

Wat is Ceder? Een opportunist; een infiltrant; een leugenaar; iemand die het licht zag; een lafaard; een aanwinst voor de democratie; een geweldenaar die het onfatsoen tot politieke norm maakt; een politieke kruising tussen Fransiscus van Assisi en Paulus; het bewijs dat N-VA = VB? U kiest, naar persoonlijk goeddunken, vrij uit het rijke aanbod. Maar weet dat alleen de toekomst kan dienen als scheidsrechter om het juiste antwoord te scheiden van de foute kwalificaties. 'Hou hem goed in het oog', lijkt dan ook de enige juiste handelswijze.

Daarmee is het verhaal niet afgesloten. Het roept een andere en veel interessantere vraag op. Ook wie niet over madam Blanche-talenten beschikt, kon weten dat de toetreding van Jürgen Ceder voor heisa zou zorgen. De politieke strijd in Vlaanderen wordt beenhard gevoerd, want het marktleiderschap staat op het spel wegens betwist door een zeer succesrijke partij die beweert dat ze wil afstappen van de klassieke manier van politiek bedrijven in België. De houding van N-VA tijdens de regeringsonderhandelingen maakte het verschil met de drie klassieke partijen duidelijk. Het gaat niet zomaar over een procentje meer of minder, maar over een mogelijke paradigma-wissel. Dat beweert althans N-VA en dat geloven althans de traditionele partijen. Zowel de ene als de andere speelt het spel dan ook fors en offensief.

In die context moet de partijtop van N-VA uiteraard weten dat zo'n overstap wordt ge/misbruikt om de partij in diskrediet te brengen. Of was ze echt verbaasd? Dan is er sprake van verregaande naïviteit. Het blijft een mogelijkheid, maar er zijn er andere. Wat motiveert zo'n partijtop om zichzelf nationaal in het defensief te duwen voor 'een' kandidaat op 'een' zesde plaats van 'een' gemeentelijke lijst?

Als het geen naïviteit was, moeten we de verklaring zoeken in hoogmoed of overdreven gebrek aan een scheut machiavellisme. N-VA verkeert in een staat van genade en dan is hubris nooit ver weg. Menen de partijkopstukken onkwetsbaar geworden te zijn, mogelijk verblind door de blijken van bewondering en aanbidding waarmee ze zonder twijfel dagelijks worden overspoeld rond campagnebussen, op afdelingsfeesten en in fanmail? Dan ontstaat een sfeer van: 'wie ons prijst, vertaalt de algemene sfeer; wie kritiek heeft, is een vijand die de partij wil schaden en dus irrelevant, want wie doet ons wat?' Het zou erg menselijk zijn als de N-VA-kopstukken van dat fenomeen last beginnen krijgen, dus kan het als verklaringsgrond voor het Ceder-verhaal niet uitgesloten worden.

Het zou ook kunnen dat na diepgaand onderzoek bleek dat Ceder echt overtuigd is van het gelijk van het N-VA-programma en van diepe spijt over zijn VB-engagement. Misschien vonden partijtopmensen dat iedereen recht heeft op rehabilitatie, op een tweede kans, op berouw, op spijt na de zonde en nog van die dingen waar goede mensen terecht in geloven. Wie pragmatisch-machiavellistisch redeneert en meent dat het doel toch wel wat middelen heiligt, vindt het ook dan verstandiger om hem niet op te nemen, teneinde de tegenstanders niet van munitie te voorzien. Maar misschien besliste de partijtop toch te kiezen voor de ethisch correcte optie om de 'deemoedige zondaar' de absolutie te verlenen, welke reacties dat ook zou uitlokken.

Was het naïviteit, was het hoogmoed of was het idealistische afkeer voor de 'doel-heiligt-toch-wel-enkele-middelen'-aanpak? Vooraleer de goegemeente weer uit elkaar valt in believers en non-believers, maar meteen even zeggen dat we weer niet over de nodige informatie beschikken om ernstig te oordelen.

Belangrijker is dat N-VA in elk van de drie gevallen - of een cocktail daarvan - met een probleem zit. Naïviteit is tot op zekere hoogte een schone deugd, maar in het politieke bedrijf toch maar in zeer kleine hoeveelheden nuttig. Heeft N-VA last van hubris, dan wordt het hoog tijd over te gaan tot verspreiding onder leden en verantwoordelijken van witte steentjes met delftsblauwe opdruk 'hoogmoed komt voor de val' én partijlogo, voorzien van haakje om ze boven schouwmantels te kunnen bevestigen. Kampt N-VA met teveel schroom om het politieke spel te spelen zoals het gespeeld moet worden, dus inclusief een scheut machaivellisme, dan kunnen we verwachten dat ze geen 'partij' blijft voor de gehaaide tegenstand die weinig last heeft van scrupules.

Deel uitmakend van de lichtbak van de Belgische politiek, krijgen N-VA'ers zelfs in deze zomermaanden weinig tijd om van komkommers te genieten. Mocht er toch enige ruimte ontstaan, zou die wel besteed zijn als de partijtoppers de gedachten even laten gaan over één en ander.

Een voetbaltrainer die zo gewend is geraakt aan owngoals van de andere ploegen dat hij de eigen defensie gaat verwaarlozen, waarborgt spektakel voor de tribune maar zet de titel wel op het spel.

Peter De Roover schrijft dit stuk als chef Politiek van Doorbraak

Onze partners