06/12/12 om 09:57 - Bijgewerkt om 09:57

Wat is er toch aan de hand met de banken?

Deutsche Bank moffelt verliezen weg. OESO en Bank of England willen veel meer kapitaal voor de banken die méér dan ooit bang blijken te hebben voor elkaar. 'There's still someting rotten...'

Wat is er toch aan de hand met de banken?

© Image Globe

KBC Groep betaalt binnenkort 2,07 miljard euro terug van de 7 miljard steun die de bank tijdens de hoogdagen van de financiële crisis kreeg van de federale en de Vlaamse overheid. Dat is goed nieuws, niet enkel voor de schatkist van beide regeringen maar zo mogelijk nog meer voor de bank zelf. Deze teruggave bevestigt het goede nieuws rond de intense herstructurering van en binnen KBC, ook al blijft er nog een flinke weg te gaan tot het volledige herstel.

Tegelijk met dit positieve bericht rond KBC kwam er deze ochtend een veel minder opbeurend bericht rond Deutsche Bank, de grootste bank van Duitsland en één van de grootste in Europa. Deutsche Bank behoort bij de banken met een zeer hoge leverage, d.i. een relatief gering eigen vermogen in functie van het balanstotaal. Eind september van dit jaar beschikte de bank over 56,7 miljard euro aan eigen vermogen op een balanstotaal van 2164 miljard euro.

Bij Deutsche Bank zou men de voorbije jaren tot 12 miljard dollar aan verliezen weggemoffeld hebben. Op deze manier wou men bij DB voorkomen dat de autoriteiten zich al te nadrukkelijk met de bank gingen bemoeien, zo vertelden drie gewezen topmedewerkers van de Deutsche Bank aan de Amerikaanse regulator SEC (Securities and Exchange Commission). Bij de Deutsche Bank reageert men er op te wijzen dat deze aantijgingen ruim twee jaar geleden reeds onderzocht werden en "geheel ongefundeerd" bleken te zijn. Bij de SEC, zo blijkt onder meer uit de berichtgeving in de Financial Times, lijkt men niet geneigd de ontkenning van Deutsche Bank zomaar te slikken.

Dit onverkwikkelijke bericht rond Deutsche Bank vormt de zoveelste bevestiging dat er nog heel veel op te ruimen valt in bankenland. In eigen land weten we daar middels het aanslepende Dexia-dossier alles over. Ook de waarschuwingen welke de OESO en de Bank of England vorige week de wereld instuurden, lieten weinig aan de verbeelding over. De OESO rekende voor dat de banken binnen de eurozone zo snel mogelijk voor 400 miljard euro aan vers kapitaal zouden moeten zorgen. De Bank of England richtte dezelfde waarschuwing a rato van 50 miljard pond aan de Britse banken. Het spreekt voor zich dat dergelijke oproepen in belangrijke mate geïnspireerd zijn door de wetenschap, of toch minstens het zware vermoeden, dat er nog lelijke verliesklappen zullen worden uitgedeeld in de banksector.

Ook in de Verenigde Staten neemt de ongerustheid over de toestand van de banken terug toe. Vooral het too big to fail-syndroom boezemt daar (opnieuw) angst in. Min of meer expliciete waarschuwingen dat de grote, systemisch belangrijke banken anders en vooral harder moeten worden aangepakt, werden de voorbije weken verwoord door Tom Hoenig (gewezen topman van de Fed Kansas City en nu verbonden aan de Federal Deposit Insurance Cooperation), William Dudley (voorzitter van de Fed New York), Richard Fisher (voorzitter van de Fed Dallas) en Dan Tarullo (directeur op de centrale zetel van de Fed in Washington). Elk van hen argumenteert dat het too big to fail-probleem niet afnam maar veeleer toenam sedert de financiële crisis.

Het meest expliciete bewijs van de grote onzekerheid die het bankwezen blijft kenmerken, wordt door de banken zelf geleverd. Elke avond opnieuw blijven de banken die in het territorium van de Europese Centrale Bank (ECB) werken tussen de 400 en de 500 miljard euro aan reserves posteren bij die ECB. Het gaat dan om zogenaamde exces reserves, nl. reserves bovenop de reserves die de banken verplicht bij de ECB moeten aanhouden. Normaal brengen de banken deze overtollige reserves in circulatie, voornamelijk via de interbankenmarkt. Via deze weg kunnen de banken met overtollige reserves ook nog een mooie vergoeding opstrijken. De interbankenmarkt draait nog altijd zeer stroef. Het feit dat de banken beschikbare middelen weghouden van een lucratieve herbeleggingsmogelijkheid vormt een zeer goede indicatie van het blijvend grote onderlinge wantrouwen tussen de banken zelf.

In Japan deed men er in het zog van de immens vastgoed- en aandelenzeepbel van de jaren 1980 ruim vijftien jaar over vooraleer er een echt ernstige aanpak kwam van de belabberde toestand van de banken. Men moet blijven hopen dat men in de VS en zeker in Europa die kostelijke Japanse les ter harte neemt.

Johan Van Overtveldt

Onze partners