Mieke Vogels
Opinie

19/07/13 om 14:02 - Bijgewerkt om 14:02

Wachtlijsten in zorg wegwerken is van levensbelang

Mensen willen best zorgen voor hun familielid met een handicap maar verwachten wel de garantie dat wanneer ze zelf niet meer kunnen zorgen voor hun kind of familielid, ze onmiddellijk kunnen rekenen op een kwalitatieve professionele opvang.

Vlaanderen telt tienduizenden gezinnen en ouders die dagelijks de zorg van hun zieke kind of partner op zich nemen. Dat is een nobele, maar tegelijk loodzware taak. Zeker als degene die de zorg verleent, zelf langzaamaan zorgen nodig heeft. Die mensen rekenen op de overheid om de zorg over te nemen wanneer ze het zelf niet meer aankunnen, maar voelen zich in de steek gelaten en zijn radeloos. Het is onaanvaardbaar dat in de 'warme' regio die Vlaanderen beweert te zijn mensen ten einde raad wanhopsdaden plegen zoals in Bornem, waar een moeder haar gehandicapte dochter wurgde.

De Vlaamse regering beseft dit, maar hoogdringend lijkt het voor hen toch allemaal niet te zijn. Bevoegd minister Jo Vandeurzen (CD&V) werkt aan een perspectiefplan dat tegen 2020 zorg garandeert voor alle mensen met een zware zorgnood. Tegen 2020? Mensen die vandaag een dringende zorgnood hebben, kunnen geen zeven jaar meer wachten. Zij verwachten vandaag een antwoord op hun dringende zorgvraag.

In 2003, toen ik als minister de noden in kaart bracht en de eerste wachtlijst werd opgemaakt, stonden er 7.000 mensen op. De toenmalige regering maakte een meerjarenplan om deze wachtlijst weg te werken. CD&V, toen in de oppositie, vond dat het niet snel genoeg ging en beloofde beter te doen. Onder hun bewind zouden de wachtlijsten smelten als sneeuw voor de zon. Het omgekeerde werd helaas waar. Volgens de meest recente cijfers staan er vandaag bijna 25.000 mensen op de wachtlijst, de trieste cijfers zijn meer dan verdriedubbeld.

Minister Vandeurzen schuift ondertussen zijn verantwoordelijkheid door. In plaats van de nodige middelen vrij te maken installeert hij per provincie een provinciale prioriteitencommissie waarin vertegenwoordigers van voorzieningen, verwijzers en personen met een handicap moeten kiezen welk dossier zij het meest schrijnend vinden. Onlangs gooiden alle leden van de Oost- Vlaamse prioriteitencommissie teleurgesteld de handdoek in de ring. Zij wilden niet meer verantwoordelijk zijn voor het verdelen van de schaarste. Terecht. Het is niet aan hen om de duim omhoog of omlaag te houden, het is aan de overheid om voldoende middelen vrij te maken voor wie het nodig heeft. Economisch moeilijke tijden kunnen geen excuus zijn om deze mensen in de kou te laten.

Het is tekenend voor het huidige beleid dat er zelfs nooit in kaart is gebracht wat de kosten zijn om de huidige wachtlijsten weg te werken. Meer nog, er is zelfs niet geweten hoeveel van de 25.000 wachtenden een hoogdringende hulpvraag hebben. Deze cijfers zijn essentieel om een doeltreffend beleid te kunnen voeren. Ze zijn ook het vertrekpunt om een zinvol debat te kunnen voeren over meer zorgsolidariteit en de financiële impact hiervan. De plannen van minister Vandeurzen om iedere persoon met een erkende handicap een basisuitkering van 300 à 400 euro uit te keren om zijn zorg mee in te kopen, zijn niet onderbouwd en op geen enkele berekening gebaseerd. Bovendien leeft bij veel personen met een handicap het gevoel dat ze worden 'afgekocht'. De wachtlijsten zullen dan wel verdwijnen, maar de zorgnoden blijven even hoog.

Groen wil op korte termijn een grondig debat en zal eind augustus een eigen onderbouwde conceptnota voorleggen die vertrekt vanuit het VN-verdrag van 2006 dat ons land ratificeerde en het recht op zorg voor personen met een handicap garandeert. Centraal in dit plan 'PERSPECTIEF NU' is de zorggarantie. Mensen willen best zorgen voor hun familielid met een handicap maar verwachten wel de garantie dat wanneer ze zelf niet meer kunnen zorgen voor hun kind of familielid, ze onmiddellijk kunnen rekenen op een kwalitatieve professionele opvang. Mensen willen dit perspectief vandaag en niet in 2020. Zeven jaar is te lang om in wanhoop te moeten leven.

Mieke Vogels

Onze partners