14/01/12 om 13:16 - Bijgewerkt om 13:16

Wachten op het ¤-Lehman-moment

Het heeft er alle schijn van dat de eurozone stilaan maar zeker verder afglijdt naar een soort van Lehman-moment.

Wachten op het ¤-Lehman-moment

© Reuters

Negen eurolanden tegelijk die een afwaardering van hun kredietwaardigheid vanwege het ratingbureau S&P te slikken kregen, het was toch even slikken.

Euroleiders deden onmiddellijk hun verkrampte best om de jobstijding te minimaliseren, ja zelfs te ridiculiseren. Laat er geen twijfel over bestaan: op basis van hun track record verdienen de ratingbureaus absoluut niet de geloofwaardigheid die hen vandaag toegemeten wordt. De terecht vergruisde ratingbureaus doen evenwel niet anders dan melding maken van wat de trieste realiteit is. En die luidt dat de eurozone er bijzonder belabberd aan toe blijft.

Vooraleer afgelopen vrijdagnamiddag de hel losbarstte naar aanleiding van de geruchten rond de massieve actie van S&P waren er diverse berichten die de onrust reeds aanwakkerden. Zo was er de uitlating van Jörg Asmussen, het nieuwe Duitse lid van het directiecomité van de Europese Centrale Bank (ECB), dat de wijzigingen die aangebracht waren aan het akkoord van 9 december jl. rond een nieuw budgettair pact veel te veel tot "een verwatering" van het pact aanleiding gaven. De onderliggende waarschuwing was zonneklaar: de ECB heeft haar bereid tot interventies ten voordele van probleemlanden altijd expliciet afhankelijk gemaakt van naleving van strakke budgettaire discipline. Verzwakking van de discipline houdt dan ook in dat de ECB haar houding kan/zal wijzigen (zeker als het van de Duitsers afhangt, en er hangt sowieso veel af van de Duitsers).

Verder was er een zeer opmerkelijke uitspraak van de Slovaakse minister van Financiën Ivan Miklos die stelde dat "het in stand houden van de eurozone in haar huidige vorm geen redelijke optie meer is". Recente hoofdartikelen in ernstige, beleidsrelevante Duitse kranten als Die Welt en de Frankfurter Allgemeine Zeitung herhalen de jongste weken dit argument ook met de regelmaat van een klok. En dan was er tenslotte ook ECB-president Mario Draghi die mededeelde dat de banken die zwaar bij de ECB ontlenen andere banken zijn dan zij die hun overschotten bij de ECB herbeleggen. Draghi onderlijnde alzo de omvang van de crisis in de Europese bankwereld. Er zijn banken binnen de eurozone met constante funding-problemen die alleen nog bij de ECB terecht kunnen en er zijn banken met aanzienlijke overschotten. Deze laatste weigeren deze middelen naar de interbancaire markten te brengen en/of ze in de economie te injecteren. Deze duale crisissituatie escaleert steeds meer.

In het zog van die uitlatingen kwam dan het S&P-spervuur aan downgrades. Meest opvallend daarbij was het verlies van Frankrijk en Oostenrijk van hun AAA-rating en de dubbele afwaardering van Spanje en Italië. De gevolgen hiervan zijn aanzienlijk. Op de obligatiemarkten zullen de rentes voor al deze landen stijgen. Alleen interventies vanwege de ECB kan dat afremmen. Italië moet dit jaar 375 miljard euro schuld hernieuwen en Spanje 166 miljard euro. De interventies van de ECB zullen dus spectaculair moeten toenemen om te voorkomen dat deze twee landen (de derde resp. vierde economie van de eurozone) torenhoge rentes op hun obligaties moeten gaan neertellen en dus snel in een situatie van onbeheersbare schuldescalatie komen. Welke houding gaan Duitsland en Nederland aannemen ten aanzien van snel oplopende interventies vanwege de ECB? Een ECB-balans volgeladen met papier van landen die afglijden naar default-status is een zeer zorgelijk gegeven dat de markten verder over de rooie zal jagen.

Ook de banken in de afgewaardeerde landen zullen hun funding-kosten zien stijgen als gevolg van deze downgrades. Hun rendabiliteit en solvabiliteit wordt alzo verder aangetast, net zoals trouwens ook door de minwaarden die ze zullen moeten noteren op hun uitgebreide portefeuilles aan papier van eurolanden die op hun balans staat. Een ander gevolg van deze omvangrijke downgrades is dat het Europese stabiliteitsfonds (EFSF, ESM) nu ook op een lagere kredietwaardigheid zal terugvallen en dus ontleningen duurder dan voorheen zal moeten betalen.

De afwaarderingen doorgevoerd door S&P waren vooral qua omvang een verrassing. Ten gronde bevestigt deze actie het bekende: de euro-autoiteiten staan nog mijlenver van een begin van oplossing voor de meervoudige eurocrisis. De structurele handicaps van de monetaire unie (vooral het gebrek aan politieke unie), de bankencrisis en die van de publieke financiën en last but not least het gebrek aan internationale competitiviteit van de zuiderse eurolanden blijven acuut aan de orde. De onenigheid over mogelijke oplossingen is schrijnend. Het heeft er alle schijn van dat de eurozone stilaan maar zeker verder afglijdt naar een soort van Lehman-moment. Blijkbaar kan enkel een dergelijke orkaan de leiders echt in beweging krijgen. Maar ook dan zal de vraag blijven: welke richting gaat men onder die verpletterende druk inslaan?

Johan Van Overtveldt

Onze partners