Koen Lowet
Koen Lowet
Sectorverantwoordelijke klinische psychologie bij de Belgische Federatie van Psychologen
Opinie

04/07/13 om 11:26 - Bijgewerkt om 11:25

Waar blijft de erkenning van klinische psychologen?

U maakt een kans op drie om problemen te krijgen met uw geestelijke gezondheid. Toch blijft een erkenning van het beroep van klinisch psycholoog uit, klaagt Koen Lowet van de Belgische Federatie van Psychologen aan.

Denktank Itinera schreef in een rapport over onze geestelijke gezondheid dat we één kans op drie hebben om in de loop van ons leven een psychische stoornis te ontwikkelen. Dat is niet niks. Volgens de prevalentiecijfers maakt u het meeste kans om een depressie of een angststoornis te ontwikkelen: wegzakken in een sombere stemming of panisch van angst uw huis niet meer uit durven. Het zijn niet zo'n prettige vooruitzichten.

Nochtans zijn deze psychische stoornissen perfect behandelbaar. Wetenschappelijk onderzoek in de geestelijke gezondheidszorg is wel degelijk zo ver dat we over internationale richtlijnen beschikken om deze stoornissen op een effectieve manier te kunnen behandelen. Vaak gaat het dan over farmacologische en/of psychologische behandelingen. Waar er in Nederland (Trimbos) en Engeland (NICE) heuse instituten zijn die dit soort richtlijnen uitvaardigen, bestaat dit in België jammer genoeg niet.

Itinera stelt in zijn rapport dat er te weinig aandacht is van het beleid voor de sector geestelijke gezondheidszorg. Je kan hen moeilijk ongelijk geven. De cijfers spreken voor zich. België blijft de trieste koploper in het peloton van suïcide - cijfers en slikkers van psychofarmaca. Recent nog zagen we een studie van de socialistische mutualiteit over de toename van psychofarmaca bij onze ouderen. Onze centra voor geestelijke gezondheidszorg blijven in sommige regio's kampen met lange wachtlijsten ondanks de inspanningen van de mensen op het terrein. Hoe komt het toch dat we er maar niet in slagen om deze tendensen te keren?

Het antwoord is misschien te vinden in hoe we onze gezondheidszorg hebben georganiseerd. Twee eigenschappen lijken hierbij belangrijk.

De Belg vindt het belangrijk om zijn zorgverstrekker bij hem in de buurt te hebben. In ons land kennen we een lange traditie van zorgverstrekkers als een vrij beroep, waardoor die laagdrempelig en vlot toegankelijk zijn. Ga maar eens na. Wanneer u een lichamelijke klacht heeft, dan zal u vlot uw weg vinden naar de huisarts, tandarts, apotheker, kinesist, ... bij u in het dorp. Bovendien netjes gefaciliteerd door onze sociale zekerheid die u een groot deel van uw kosten terugbetaalt. Stelt u zich echter diezelfde vraag eens wanneer u een psychisch probleem heeft. Weet u waar u de psycholoog van het dorp kan vinden?

Onze gezondheidszorg is vooral een medisch model, gedomineerd door artsen en 'gebetonneerd' in een in de sector berucht geworden KB 78 "wet op de gezondheidszorgberoepen". Die wet stelt, enigszins simplistisch voorgesteld, artsen mogen alles doen, andere zorgverstrekkers mogen dit enkel als de artsen hiermee akkoord zijn. Voor de somatische gezondheidszorg lijkt dit prima gewerkt te hebben. We mogen terecht fier zijn op onze excellente ziekenhuizen en zorgverstrekkers in de straat.

Het blijkt echter nefast te zijn voor onze geestelijke gezondheidszorg. Wanneer we immers gaan kijken bij welke beroepen patiënten met psychische klachten terecht kunnen, dan blijkt het lijstje wel erg beperkt tot de huisarts en de arts - psychiater. Die psychiater kan dan twee dingen doen: psychofarmaca voorschrijven of psychotherapie verlenen. In de praktijk merken we echter dat de druk op de psychiaters zo groot wordt (er studeren er elk jaar minder en minder af) dat het haast onmogelijk voor hen wordt om psychotherapeutisch te werken. Het gevolg is dat de patiënt vaak blijft hangen bij de huisarts met zijn psychische klachten, die al helemaal geen weet heeft van psychologische behandelingen of psychotherapie, maar enkel medicatie kent. En dan zijn we verwonderd dat er zoveel consumptie is van psychofarmaca? Nergens in het KB 78 lezen we iets over klinisch psychologen of psychotherapeuten. Terwijl dit in de ons omringende landen als sinds jaar en dag een gereglementeerd gezondheidszorgberoep is.

Hoe belangrijk is een dergelijke wettelijke regulering van het beroep van klinisch psycholoog? Itinera stelt dat het hoog tijd is om het taboe rond psychische problemen te laten sneuvelen. Dat is een mooie stelling. Maar hoe ga je die waarmaken als uit een andere studie van de Waalse socialistische mutualiteit blijkt dat: '90 % van de mensen met psychische problemen die geen hulp zoeken doen dat niet omwille van het stigma, maar blijken dat niet te doen omdat men geen vertrouwen heeft in de 'psy's' (psychologen, psychotherapeuten).'

Het uitblijven van een erkenning voor de klinisch psychologen zorgt voor ronduit Kafkaiaanse toestanden. Huisartsen willen graag verwijzen en samenwerken met psychologen, maar hebben geen manier om met hen te overleggen. Het RIZIV heeft een aantal concrete voorstellen klaar liggen om psychologische behandelingen terug te betalen, maar kan hier niet verder mee gaan omdat men enkel erkende zorgverstrekkers mag terugbetalen. Psychologen mogen niet deelnemen aan E-Health (het elektronisch communicatieplatform van de overheid) omwille van hun niet-erkenning, waardoor communicatie met andere zorgverstrekkers over hun patiënten bijzonder lastig is.

In afwachting van een wettelijke reglementering nemen de psychologen het roer dan maar in eigen handen. De Belgische Federatie van Psychologen heeft op zijn website een lijst gepubliceerd van erkende psychologen, zodat het makkelijker wordt voor huisartsen en patiënten om de 'psycholoog in het dorp' te vinden.

In afwachting van een eigen 'orde van psychologen' heeft de Federatie een eigen deontologisch orgaan opgericht waar patiënten terecht kunnen bij vragen of klachten rond het ethisch handelen van een psycholoog. De Federatie bekijkt rechtstreeks met de mutualiteiten hoe ze de drempel kan verlagen voor psychologische hulpverlening door middel van vb. de aanvullende verzekering. We hopen daarmee toch bij te kunnen dragen aan de zoektocht naar hulp voor psychisch problemen.

Koen Lowet

Onze partners