Hubert van Humbeeck
Hubert van Humbeeck
Commentator bij Knack
Opinie

08/11/11 om 07:54 - Bijgewerkt om 07:54

Voor de bom valt

De atoombom van Iran beroert weer de geesten. Bombardeert Israël straks toch de kerninstallaties waardoor het zich bedreigd voelt?

Als het om plannen gaat die met de verdediging van het land te maken hebben, zijn politieke leiders in Israël doorgaans uiterst discreet. Vorige week deed zich toch een zeldzaam incident voor, waarbij ze elkaar over een militaire kwestie in het publiek in de haren vlogen. Oppositieleidster en voormalig minister van Buitenlandse Zaken Tzipi Livni verweet haar politieke rivaal en eerste minister Benjamin Netanyahu op de tribune van het parlement dat hij zonder overleg een aanval plant op de nucleaire installaties van Iran. 'Praat daarover toch eerst met de generaals', zei ze. De legertop en de inlichtingendienst vinden zo'n aanval geen goed idee. Dat is ook hoe de Amerikaanse beschermheer van Israël erover denkt.

Dat de discussie nu oplaait, heeft er ook mee te maken dat het Internationaal Agentschap voor Atoomenergie (IAEA) deze week een nieuw rapport over het Iraanse kernprogramma publiceert. De vrees bestaat al enkele jaren dat Teheran aan een atoombom werkt. De Verenigde Naties proberen het land met sancties tot meer transparantie te dwingen. Als de informatie van de krant The Washington Post klopt, dat Iran op een zucht staat van de bouw van een bom, dan blijven meer en zwaardere sancties niet uit.

Israël is zelf natuurlijk ook niet echt transparant over zijn eigen kernwapens. Maar het mag zich vragen stellen bij wat Iran van plan is. Toch is het hoogst onwaarschijnlijk dat het nucleaire installaties in Iran zal aanvallen, zoals het dat vroeger wel deed in Syrië en Irak. Er is om te beginnen op dit moment in het land zelf geen eensgezindheid over de operatie. Tegelijk kan Tel Aviv zijn plan moeilijk uitvoeren zonder de diplomatieke en militaire steun van de Verenigde Staten, en die zijn ondertussen nog altijd betrokken bij twee andere conflicten in de regio. Iedereen weet dat een aanval op Iran onmiddellijk gevolgen heeft in Irak, waar de sjiitische meerderheid het nu voor het zeggen heeft. Die onderhoudt stevige banden met de ayatollahs in Teheran. Maar ook Syrië zou in een conflict worden betrokken en, via Hezbollah en Hamas, ook Libanon en de Palestijnse gebieden. Bovendien valt de export van olie uit de Arabische Golf stil als Iran de smalle Golf van Hormuz blokkeert.

De Amerikanen zijn sinds hun avontuur in Irak voorzichtig. Ze geven er daarom, samen met de Israëlische generaals en de geheime dienst, de voorkeur aan om te proberen om de vooruitgang die Iran op nucleair vlak boekt met andere middelen af te remmen. Het Iraanse kernprogramma werd vorig jaar, bijvoorbeeld, aangevallen door een computervirus dat veel schade aanrichtte. Het komt ook voor dat kerngeleerden in Teheran een ongeluk krijgen of slachtoffer worden van een aanslag. Als de Israëlische rechterzijde nu weer met een opzichtig bombardement dreigt, heeft dat misschien ook te maken met het diplomatieke offensief van de Palestijnen in de Verenigde Naties. Op een moment dat de situatie in de hele regio door de Arabische Lente onzeker is en Israël diplomatiek in het defensief is gedrukt. Tzipi Livni zei in het parlement ook dat Netanyahu eigenlijk geen vrede wil met de Palestijnen. De premier verspeelt met zijn houding heel snel het krediet dat Israël nog in de wereld heeft.

Hubert van Humbeeck

Onze partners