20/08/13 om 09:17 - Bijgewerkt om 09:17

Vijf bedenkingen bij het einde van de crisis

De crisis is op zijn einde, zo blijkt uit tal van indicatoren voor het economische herstel voor de eurozone die de afgelopen dagen niet uit de media weg te branden waren. Toch is enige gereserveerd op zijn plaats.

De voorbije dagen was het niet uit de hoofdlijnen van het nieuws weg te bannen: het lang verwachte economisch herstel voor de eurozone is eindelijk daar. Na zes opeenvolgende kwartalen van krimp van de economie ging gedurende het tweede kwartaal van 2013 de €-economie er terug met 0,3% op vooruit ten opzichte van het eerste kwartaal. Ook in de VS (+ 0,4%) en Japan (+ 0,6%) kwamen behoorlijke cijfers op de tabellen.

De meeste bewindslui waarschuwden voor vroegtijdige euforie maar toonden tegelijk toch aanstekelijk enthousiasme rond deze positieve cijfers. Gegeven de diverse kanttekeningen te maken bij dit ontluikend herstel lijkt enige positieve gereserveerdheid bij dit laat-zomers optimisme verrechtvaardigd. We vatten én ander samen in vijf punten.

EEN: De onzekerheden rond de cijfers blijven aanzienlijk. Zo heerst er in kringen van de Europese Commissie nogal wat twijfel over het vooropgestelde groeicijfer voor Frankrijk en Portugal. Terwijl de Franse economie er in het tweede kwartaal met 0,5% op zou vooruitgegaan zijn, deed Portugal dat zelfs met 1,1%.

Het valt moeilijk deze knappe cijfers te rijmen met de rest van het nieuws uit en over deze twee economieën. De vrees bestaat dan ook dat later zal blijken dat ofwel deze cijfers voor het tweede kwartaal serieus neerwaarts moeten bijgesteld worden, ofwel de volgende kwartalen geen bevestiging van de opwaartse trend kunnen leveren. Voor het geheel van de eurozone is Portugal niet zo belangrijk maar Frankrijk wel. Het blijft na Duitsland de grootste economie binnen de eurozone. In 2012 vertegenwoordigde Duitsland 26,5% van de euro-economie en Frankrijk 20,6%.

TWEE: Specifiek voor België is de achterstand op Duitsland verontrustend. Onze oosterburen scoorden een imposante + 0,7% gedurende het tweede kwartaal terwijl wij bleven steken op + 0,1%. Historisch gezien loopt de conjunctuur in België iets voor op de Duitse. Dat heeft in hoofdzaak te maken met het feit dat onze bedrijven vaak belangrijke leveranciers van Duitse concerns zijn. Bestellingen bij ons gaan dan ook meestal vooraf aan concrete output in Duitsland.

Wordt de trend aangegeven door de cijfers van het tweede kwartaal bevestigd in de komende periode, dan mag dat als een bijkomend bewijs geïnterpreteerd worden van het feit dat het fundamenteel fout zit met onze internationale concurrentiepositie. Duitse bedrijven bestellen klaarblijkelijk steeds meer bij niet-Belgische leveranciers.

DRIE: Na zes kwartalen van krimp is een stukje herstel van de economie, om het misschien wat gek uit te drukken, bijna onvermijdelijk. De terugval van de economie heeft in hoge mate te maken met consumenten die de knip op de beurs houden, zeker wat betreft investeringsgerichte bestedingen als veranderingen aan het huis, de aanschaf van een nieuwe wagen of computer of vaatwasser ...

Bedrijven vertonen de neiging om hun investeringen zowel als hun voorraden op een laag pitje te brengen. Maar er komt een punt dat men, zowel in de consumenten- als in de bedrijvensfeer, er moet toe overgaan om de uitgestelde bestedingen en investeringen toch minstens gedeeltelijk uit voeren. Als de wagen het echt niet meer doet ... Zulk een inhaalbeweging stut uiteraard de cijfers van de economische groei.

VIER: De blijvend grote structurele problemen van de wereldeconomie maken dat de kans reëel is dat economie niet veel verder komt dan een min of meer uitgesponnen inhaalbeweging van de vraag. De drie meest essentiële van die structurele problemen zijn:

Schuldenbergen: tussen de jaren 1980 en 2008 liep de totale schuld binnen het geheel van de OESO-landen op van, afgerond, 350% van het BBP (Bruto Binnenlands Product) tot 700% van het BBP. Dit percentage moet fors naar beneden of financiële crises zullen slag om slinger opduiken en de economie ontwrichten. We verwijzen hierbij naar wat zich de jongste weken afspeelde met de forse dalingen van de munten van de belangrijkste opkomende landen. Dat veel banken karig blijven met kredieten heeft ook alles te maken met hun exorbitante schuld- en leverage-posities.

Monetaire beleid: vooral de Amerikaanse Fed, de Bank of Japan, de Bank of China en de Bank of England (in mindere mate de Europese Centrale Bank, ECB) pompten de voorbije periode de schepping van vers geld zodanig op dat er vroeg of laat ofwel een omgekeerde beweging zich moet doorzetten (dus hogere rentevoeten) ofwel stevige inflatie zal komen. Hoe dat allemaal zijn beslag moet gaan krijgen, weet vandaag niemand. De bijbehorende onzekerheid voor iedereen is en blijft heel groot.

Eurocrisis: de Europese leiders wekken graag een andere indruk maar inzake de grondige institutionele aanpak van de tekortkomingen van de Europese monetaire unie zijn we nog altijd niet echt ver opgeschoten. Grote struikelblok blijft de enorme terughoudendheid van landen als Italië, Spanje en vooral Frankrijk om op een significante en definitieve manier afstand te doen van nationale bevoegdheden over, bijvoorbeeld, het bankentoezicht en het begrotings- en schuldbeleid. Er blijft dus heel veel onzekerheid over waar het nu met die monetaire unie naar toe gaat en gegeven het economisch belang van de eurozone werkt die onzekerheid ook wereldwijd behoorlijk negatief in op de economische groei.

VIJF: Dit punt zal voor velen verrassend klinken: het economisch herstel dreigt meer een vloek dan een zegen te worden. Politici, zo kwam de voorbije jaren voortdurend aan het licht, nemen pas moeilijke beslissingen als ze onder heel zware druk staan. Valt die druk weg, dan wordt er steevast gegrepen naar een aanpak van voor zich uit schuiven. Herstel van de economie is typisch zo een factor die aanleiding geeft tot decompressie in de politieke besluitvorming, ook op nationaal vlak.

Zeker omtrent elk van de onder het vorige punt aangehaalde structurele problemen zou het opnieuw hervallen in een kick the can down the road-houding nefast zijn. Na één of enkele kwartelen van herstel zal de economische machine zich dan onvermijdelijk terug naar lagere toerentallen bewegen.

Onze partners