Nick Hannes
Opinie

02/02/07 om 11:00 - Bijgewerkt om 10:59

Verloren paradijs

Verloren paradijs

De littekens van het geweld in Nagorno-Karabach zijn het meest zichtbaar in Shushi, een historische stad met een tragische geschiedenis. Toen het in 1920 onder de voet werd gelopen door Turken en Azeri's, sloeg de Armeense bevolking, 35.000 zielen, op de vlucht. De hele Sovjet-periode lang bleef de stad, slechts tien kilometer van Stepanakert, onder Azerbeidzjaanse controle.

Gelegen op een hoger plateau, was Shushi een strategische post van waar het Azerbeidzjaanse leger de hoofdstad Stepanakert bestookte tijdens de oorlog in Nagorno-Karabach. In '92 veroverden de Karabach-Armeniers de stad, en maakten een einde aan de belegering van Stepanakert. Hiermee kantelde de oorlog definitief in het voordeel van het Armeense kamp. De eerste Armeense tank die Shushi binnen rolde, is nu een oorlogsmonument op een heuvel langs de baan tussen beide steden.
Shushi betaalde een zware prijs voor haar bevrijding. De schade was niet te overzien, de stad was dood.

Vandaag wonen er 5000 mensen in Shushi. Uitsluitend etnische Armeniers, waarvan een meerderheid vluchtelingen en ontheemden.

De entree in de stad zet meteen de toon. Twee zwartgeblakerde woonblokken met gapende gaten wachten op restauratie, of op de sloophamer. Het gelijkvloers is volledig geruineerd, maar boven verraden ramen en waslijnen menselijke aanwezigheid.
Hoger op de achterliggende heuvel roesten pantzervoertuigen weg tussen vernielde gebouwen van wat ooit een sanatorium was.

In de 19de eeuw was Shushi de culturele hoofdstad van de Armeense provincie Artsakh. Vandaag is het "stadscentrum" een leeg kruispunt, zonder verkeer, met slechts enkele winkels en starende mensen.

Langzaam maar zeker wordt er gerenoveerd en gerestaureerd. Twee kerken zijn al klaar. De witte kathedraal van de Heilige Verlosser ziet er zo goed als nieuw uit. Ze staat eenzaam maar fier op een braakliggende lap grond tussen vergeten autowrakken. "Voelt het niet fantastisch", zegt een voorbijganger, "vrij te kunnen bewegen in dit christelijk land?"

Aan de drie Perzische moskees, is nog wel veel werk. De twee mooiste, met betegelde minaretten, zijn bouwvallig en overwoekerd. "Die worden later hersteld", zegt de man. De architectuur is waardevol. Dat trekt toeristen. De derde moskee wordt een conferentieruimte."

Of er nog gebeden zal worden? "Hier zijn geen moslims meer", grijnst de man.

Het ziet er voorlopig niet naar uit dat slaperig Shushi snel een toeristische topper zal worden. Hotel Shushi is het enige hotel in de stad. Met zijn ruime en luxueuze kamers mikt het op kapitaalkrachtige gasten. Armenen in de diaspora bijvoorbeeld. Zij hebben geld, en zij willen mede uit patriottische overwegingen investeren in de herwonnen provincie. Na de oorlog financierden Armenen in het buitenland de aanleg van de "Pan Armenian Highway", een ietwat hoog gegrepen benaming voor de smalle strook asfalt die langs de Lachin-corridor van Goris naar Stepanakert kronkelt. Een nieuwe baan, van noord naar zuid doorheen Karabach, is in de maak.

We slenteren door oud-Shushi. We lopen langs de muren van het Perzische fort, die uitkijken over de canyon beneden. Langs de oude caravansaray en de restanten van stijlvolle herenhuizen. Sommigen zijn opgelapt en bewoond. Shushi is nog slechts een schaduw van wat het ooit geweest moet zijn. Een mens wordt triestig van zoveel destructie.

Onze partners