24/02/13 om 09:40 - Bijgewerkt om 09:40

Verkiezingen bieden weinig perspectief op uitweg uit diepe crisis in Italië

Linkse zege, rechtse zege of nieuwe verkiezingen. De kans op een perspectiefvolle uitslag in de Italiaanse verkiezingen lijkt erg klein.

Verkiezingen bieden weinig perspectief op uitweg uit diepe crisis in Italië

© AFP

"Te veel clowns en te weinig hervormingen", zo luidde de titel boven een recente Bloomberg-analyse omtrent de Italiaanse verkiezingen van dit weekend. Het gezaghebbende weekblad The Economist plaatste een week eerder een echt vallende toren van Pisa op haar cover met daarbij de vraag: "Wie kan Italië redden?". Sombere perspectieven overheersen met het oog op de uitslag van de stembusgang in Italië want geen van de mogelijke uitkomsten van deze verkiezingen lijkt een uitweg te bieden uit de diepe sociale, financiële en economische malaise waar het land van pizza en pasta in verkeert.

Na Duitsland en Frankrijk is Italië de derde grootste economie van de eurozone. Voor de goede gang van zaken binnen de kwakkelende monetaire unie valt het reilen en zeilen binnen de Italiaanse economie en staatshuishouding dus wel wat belangrijker uit dan wat er gebeurt in Griekenland, Portugal en zelfs Spanje.

De Italiaanse economie is ziek, zelfs doodziek. In de jaren voor de crisis van 2008-09 haalde Italië niet eens de helft van de economische groei in de rest van de eurozone. Sedert 2008 kromp de economie met 8% en ook voor dit jaar blijft het land diep in recessie (opnieuw - 1% volgens het IMF). De werkloosheidsgraad beloopt 11,2%, de jeugdwerkloosheid 36,6%. Te hoge loonkosten hebben de internationale competitiviteit van de Italiaanse ondernemingen zwaar ondermijnd. Het Italiaans economisch systeem staat bol van de beschermde posities en de foute regulering. Samen met Griekenland is Italië het enige land binnen de eurozone waar het gemiddelde inkomen van de bevolking nu lager ligt dan bij de start van de monetaire unie in 1999.

Het manifest gebrek aan groei en groeipotentieel maakt de problematiek van de publieke financiën in Italië extra prangend. Het land mag dan als één van de weinige binnen de eurozone kunnen uitpakken met een positief primair begrotingssaldo (overheidsinkomsten groter dan de overheidsuitgaven zonder de rentelasten op de overheidsschuld), het finale begrotingstekort kwam voor 2012 uit op 3% van het BBP en voor dit jaar zal het haast zeker terug verder oplopen.

De overheidsschuld die eind vorig jaar aftikte op 127% van het BBP is op die van de VS en Japan na in nominale bedragen de hoogste van de wereld, namelijk afgerond 2000 miljard euro (ter vergelijking: dit is ruim vijf keer het BBP van België). Als de twijfels rond Italië echt toeslaan op de geld- en kapitaalmarkten zal de Europese Centrale Bank (ECB) alle aankoopregisters moeten opentrekken om de zaak een beetje onder controle te kunnen houden.

In het zog van de verkiezingen zouden die twijfels wel eens snel kunnen opduiken. Er bieden zich essentieel drie mogelijkheden aan voor wat betreft de post-electorale scenario's: een linkse regering, een rechtse regering en geen regering als gevolg van een zodanige verkiezingsuitslag dat een minimaal geloofwaardige regering niet op de been kan gebracht worden. Dit scenario leidt dan onvermijdelijk tot nieuwe verkiezingen, een evolutie die menigeen zal doen nadenken over de mogelijke onregeerbaarheid van het land. Weinig perspectieven jagen financiële markten meer de kast op dan dat van een potentieel onregeerbaar land.

De kans op een patstelling na deze verkiezingen neemt toe naarmate de groep rond komiek Beppe Grillo meer stemmen haalt. Grillo verkondigde immers luid en onvoorwaardelijk dat zijn groep onder geen beding zal deelnemen aan welke regering dan ook. Tegen de achtergrond van deze stellingname is het zonder meer bevreemdend dat bijna 20% van de Italianen toch op de bonte bende van Beppe zou stemmen. Een betere illustratie van de vijandigheid van vele Italianen ten aanzien van hun politiek bestel is moeilijk te vinden.

Ook de twee andere scenario's kunnen niet echt hoopvol stemmen. Het gaat dan om een zege van ofwel links, ofwel rechts. Een simpele meerderheid voor één van beide blokken is uitgesloten. Er zal altijd met derden moeten onderhandeld worden, meer bepaald met de politieke formatie rond huidig eerste minister Mario Monti. De groep rond Monti scoort echter maar slapjes - 15% van de stemmen zou al een groot succes zijn - zodat het perspectief van een meerderheid op basis van links + Monti of rechts + Monti ook al niet zo evident lijkt.

Een overwinning van de linkerzijde gegroepeerd rond Pier Luigi Bersani zou het hervormingsbeleid schuchter in gang zet door premier Mario Monti minstens doen stilvallen. Van verdere hervorming van de arbeidsmarkt komt bij een zege van de zwaar door de vakbonden gedomineerde linkerzijde zeker niks meer in huis. De reeds torenhoge belastingdruk zal door links, naar het voorbeeld van François Hollande in Frankrijk, ook nog verder opgedreven worden. Een clash met Europa en Duitsland is dan onvermijdelijk.

Zonder verregaande hervorming van de arbeidsmarkt en met nog hogere belastingen dan nu al het geval is, kan de Italiaanse economie onmogelijk tot significante economische groei komen. De werkloosheid zal alsmaar structureler worden, de begrotingstekorten zullen blijven en de overheidsschuld zal verder toenemen.

Een overwinning van rechts met Silvio Berlusconi als centrale figuur lijkt zeer onwaarschijnlijk maar met Il Cavaliere weet men helaas nooit. De kans op een ernstig beleid onder zijn directe of indirecte leiding is even groot als de kans op een dopingvrije wielersport. Heel snel zal het dan naar een herhaling gaan van de situatie die we in de loop van 2011 kenden: fors oplopende rentes op Italiaans staatspapier waardoor de begroting verder ontwricht wordt en de solvabiliteit van het land smelt als sneeuw voor de zon. Wat we tot nu toe leerden kennen als "crisis in de eurozone" zal dan al snel blijken een gezondheidswandeling geweest te zijn.

Onze partners