21/02/13 om 18:02 - Bijgewerkt om 18:02

Verhoging minimumlonen is asociaal

De gevraagde verhoging van de minimumlonen zal jobs vernietigen en de schepping van nieuwe jobs afremmen. Toch kan de koopkracht van de laagste lonen omhoog. Zelfs tegelijk met een verhoging van de jobcreatie.

Verhoging minimumlonen is asociaal

De nationale betoging van de vakbonden zit er op. Binnen het eisenpakket van de syndicale organisaties naar de regering-Di Rupo toe neemt de roep om een verhoging van de minimumlonen een centrale plaats in. Overleg tussen de sociale partners leidde al tot de optie om een gedeelte van de centen die de sociale partners toegeschoven krijgen van de federale regering aan te wenden voor een verhoging van de minimumlonen.

Het wettelijk opgelegd minimumloon verschilt in België wel van sector tot sector. Klaarblijkelijk aarzelt de regering echter om een globale verhoging van deze minima toe te laten en dat is een correcte houding.

Het belang van dat wettelijk opgelegd speelt per definitie onderaan de loonladder. Vooral ongeschoolde en daardoor ook vaak onervaren werkkrachten zien zich met lage lonen geconfronteerd. De economische realiteit maakt dat finaal de arbeidsproductiviteit bepaalt welk niveau van loonkosten kan gedragen worden. Voor werknemers die omwille van hoge scholing en/of uitgebreide ervaring tot een hoge productiviteit komen, kunnen ondernemingen een hoge loonkosten torsen. Voor mensen met een geringe productiviteit is dat helaas niet mogelijk.

Duwt men de loonkosten van deze laatsten omhoog door het bruto-minimumloon op te trekken, dan kan men er gif op innemen dat er jobs gaan verdwijnen, hetzij door rationalisatie via bijvoorbeeld automatisering, hetzij door verplaatsing van de productie.

Bovendien zal het voor weinig geschoolde en/of ervaren werkzoekenden in die omstandigheden extra moeilijk worden om nog aan een job te raken.

Koopkracht van laagste lonen verhogen

Valt er dan niks te doen aan de koopkracht van de laagste lonen? Jawel, en dit door een eenvoudige ingreep. Verlaag de fiscale druk op de laagste lonen, bij voorkeur door het fiscaal vrijgesteld minimum op te trekken. Zulk een ingreep houdt een toename in van het gedeelte van het bruto-loon waarop helemaal geen belasting verschuldigd is. Bij eenzelfde brutoloon verhoogt men zo onmiddellijk het netto beschikbare loon voor de werknemer. Men kan deze vrijstelling zodanig moduleren dat zij vooral of zelfs uitsluitend slaat op de lagere loonniveaus. De loonkosten te dragen door de werkgever stijgen dus bij zulk een ingreep helemaal niet, het netto loon voor de werknemer wel. De koopkrachtverhoging weegt dan helemaal niet op de bestaande jobs, evenmin op de perspectieven voor bijkomende jobs.

Uiteraard ontstaat er met de verhoging van het fiscaal vrijgesteld minimum een tekort voor de begroting. Maar als men de bruto-minimumlonen optrekt, verhoogt het begrotingsdeficit ook. Het jobverlies dat ontstaat als gevolg van de verhoging van de bruto-minimumlonen veroorzaakt bijkomende uitgaven voor de overheden (bv. hogere werkloosheidsuitkeringen) en leidt tot lagere belastinginkomsten. In beide gevallen is er dus een budgettair gat te vullen maar het aantal jobs in de economie zal hoger liggen bij verlaging van het fiscaal vrijgesteld minimum, wat meteen de deur opent naar een gezondere budgettaire situatie op de langere termijn.

Een bijkomend voordeel van de verhoging van het fiscaal vrijgesteld minimum voor de laagste brutolonen is dat er op deze manier een groter verschil ontstaat tussen de laagste nettolonen en de werkloosheidsuitkeringen. Dit groter verschil komt er niet door de werkloosheidsvergoedingen te verlagen maar wel door de netto-opbrengst uit een arbeid te verhogen. De financiële motivatie om effectief aan de slag te gaan, zal groter worden naar aanleiding van een verhoging van het fiscaal vrijgesteld minimum. Eén van onze meest hardnekkige werkloosheidsvallen wordt alzo minstens gedeeltelijk geneutraliseerd. Verhoogt men de werkloosheidsuitkeringen, zoals de vakbonden vandaag ook eisten, dan komt uiteraard dit effect van de optrek van het fiscaal vrijgesteld minimum te vervallen.

Johan Van Overtveldt

Onze partners