04/01/11 om 14:01 - Bijgewerkt om 14:01

Veertig jaar omerta

De katholieke moraal van biechten voor begane zonden maakt geestelijken blind voor misdrijven. Ook de veelgeprezen kanunnik François Houtart is na veertig jaar door de mand gevallen.

Toen vorige week via de krant Le Soir bekend raakte dat de 85-jarige Belgische kanunnik François Houtart veertig jaar geleden zijn neefje heeft misbruikt, stond de wereld even stil. De andersglobalisten die Houtart wilden voordragen voor de Nobelprijs voor de Vrede zagen hun icoon voor de solidariteit van zijn voetstuk donderen. Houtart, internationaal gelauwerd om zijn sociale engagement, bleek een van hen. Een van de honderden geestelijken die seksueel misbruik maakten van weerloze kinderen.

Hij deed het, voor zover bekend, twee keer, veertig jaar geleden. Vier decennia lang zweeg Houtart, en met hem het instituut van de kerk. Zo gaat het al jaren, zo niet eeuwen binnen de kerk.

Houtart was nochtans een man uit één stuk. Of zo leek het tenminste. Hij streed tegen sociale onrechtvaardigheid wereldwijd. Hij wist zelfs, als priester, het evangelie en het marxisme met elkaar te verzoenen en werd daardoor ook door linkse activisten aanvaard. Hij was godsdienstsocioloog, bevrijdingstheoloog. Hij reisde de wereld rond en was een oud-strijdmakker van Ho Chi Minh, Dom Helder Camara, Fidel Castro en Jozef Cardijn, en een bezieler van het Wereld Sociaal Forum.

En toch was hij ook een pedofiel.

Kan een mens zijn pedofiele daden met individuen verdringen en dan des te solidairder zijn met de mens in zijn collectiviteit? Zou zijn misdaad hem gedreven hebben? Of had hij het gevoel dat de Almachtige hem vergeven had voor wat hij had gedaan?

Pedofilie in de kerk is bijzonder complex. Het is een perverse vorm van machtsmisbruik, die bij sommigen voortvloeit uit een diepe frustratie. Volgens de kerkelijke literatuur kan pedofilie ook resulteren uit een onrijpe seksuele ontwikkeling, waarbij priesters in een puberaal stadium blijven steken en niet in staat zijn tot een normale relatie met volwassenen. Bij Houtart lijkt dat op het eerste gezicht niet echt het geval.

Bij sommige van zijn aanhangers kan Houtart zelfs op erkenning blijven rekenen. 'De bekentenissen doen niets af aan het openbare leven van de moedige professor', schreef Eric Goeman, de voorzitter van de jury die de kanunnik de Jaap Kruithofprijs toekende om zijn inzet. Tegelijk betreurt Goeman Houtarts daden: 'Dat juist een andersglobalistische activist als Houtart ook een zware misstap tegenover die zwaksten en stemlozen heeft begaan, stemt tot nadenken over de tegenstellingen die in één mens kunnen wonen.'

Goeman heeft natuurlijk wel gelijk. Eén misdrijf mag een mens niet afmaken. Maar de dader moet dan wel gestraft worden. En daar zit het hele probleem van de pedofilie in de kerk. De kinderen kunnen of durven zich niet te verdedigen. De kerk stopt de zaak in de doofpot. En de daders blijven ongestraft.

Pedofilie in de kerk moet grondig worden aangepakt. De afschaffing van het celibaat is mogelijk een eerste stap. Maar dat zal niet volstaan. De hele katholieke traditie van biechten en vergiffenis, die mensen toelaat om met zichzelf in het reine te komen zonder enige vorm van confrontatie, straf of schadevergoeding, moet in vraag worden gesteld. Ze moet vertaald worden naar de hedendaagse maatschappij, die niet conform is met dat soort weinig transparante vorm van vereffening. Het katholieke denken moet op dat vlak worden herdacht.

Ingrid Van Daele

Onze partners