20/12/11 om 09:25 - Bijgewerkt om 09:25

Vakbonden lijden aan verkiezingskoorts

Donderdag leggen de vakbonden de overheidsdiensten plat uit protest tegen de plannen (die nu snel wet worden) van minister van Pensioenen Vincent Van Quickenborne. Deze staking roept vele vragen en bedenkingen op over de vakbonden, hun werking en hun motivatie. We zetten er vier op een rijtje.

Vakbonden lijden aan verkiezingskoorts

© Belga

1. Vakbonden ondermijnen democratische orde

Eerst en vooral vertoont het gedrag van de vakbonden in dezen een alsmaar duidelijker ondemocratisch trekje. De vakbonden eisen niet enkel dat met hen overlegd wordt, ze voegen er in één adem aan toe dat er ook naar hen moet geluisterd worden. Gebeurt dat laatste niet dan gijzelen ze de rest van de bevolking, leggen ze het land en de economie plat, verhogen ze aanzienlijk het risico op verder verlies aan kredietwaardigheid van ons land en veroorzaken ze finaal een verdere verhoging van de rentelasten op de overheidsschuld. Zo vergroten de vakbonden onvermijdelijk de noodzaak aan wat ze bestrijden, nl. saneren en besparen.

Er lopen wel meer groeperingen en individuen rond die het geheel of gedeeltelijk oneens zijn met het regeerprogramma van di Rupo I. Daar is absoluut niks fout mee, integendeel. Niemand mag echter voorbijgaan aan het feit dat deze regering een parlementaire meerderheid heeft (zij het een flinterdunne in Vlaanderen) en dat respect voor de democratische ordening finaal vereist dat iedereen de genomen maatregelen aanvaardt. De vakbonden leggen duidelijk die regel naast zich neer en ondermijnen alzo de democratische ordening. Het argument dat zij vechten voor het algemeen belang snijdt geen hout. Zij ageren als belangengroep die een alsmaar krimpend gedeelte van de bevolking bestrijkt.

2. Dit pensioenstelsel is niet te handhaven

Ten tweede, elke ernstige analyse van ons huidig pensioenstelsel geeft aan dat we dit naar de toekomst toe niet kunnen handhaven. Zoals de net verschenen studie van de Duitse economen Bernd Raffelhüschen en Stefan Moog, net als die van de Leuvense hoogleraar André De Coster, ondubbelzinnig aantoont, drijft vooral het huidige pensioenstelsel ons naar publieke schuldniveaus die zich ergens tussen de 400% en de 600% van het BBP bevinden. Dat is natuurlijk totaal irrealistisch. Er dient dus ernstig ingegrepen te worden. Wie dat ontkent, kan net zo goed ontkennen dat de zon morgen in het oosten zal opkomen.

De analyse van het onhoudbare karakter van ons pensioensysteem gaat echter verder dan bovengaande vaststelling. Er moeten echt aanpassingen in de uitgavenmechanismen komen (bv. door de pensioenleeftijd te verhogen) want met belastingsverhogingen alleen kan je het onmogelijk redden, niet in het minst omdat de potentiële opbrengsten daarvan op een soms potsierlijke manier overschat worden. Zeker, er zijn misbruiken in de notionele intrestaftrek en, even zeker, is er fiscale fraude. De hamvraag luidt hoeveel middelen je structureel kan betrekken uit de dergelijke bronnen. De vakbonden goochelen hier met bedragen die oplopen tot 8 miljard euro. Dit is echt van de pot gerukt.

Aanpak van de misbruiken in de notionele intrestaftrek mag er niet toe leiden dat men ook de heilzame effecten van deze maatregel gaat ondermijnen. Het verhoogd weerstandsvermogen van ons bedrijfsleven tegen de crisisstorm heeft veel met deze notionele intrestaftrek te maken. Bij de inschatting van mogelijke opbrengst van de bestrijding van fiscale fraude vergeet men constant dat heel veel van de activiteiten achterliggend aan die fraude simpelweg verdwijnen als men er in slaagt ze in het fiscale daglicht te brengen.

3. Verkiezingskoorts bij vakbonden

Ten derde, informele contacten binnen de vakorganisaties bevestigen wat iedereen met zijn ellebogen aanvoelt, nl. dat deze en komende acties van de vakbonden veel te maken hebben met de nu snel dichterbij komende sociale verkiezingen. Geen van de vakbonden wil qua haantjesgedrag onderdoen voor de andere. Het onvermijdelijke gevolg is vertrouwd voor wie deze zaken reeds enige tijd van nabij volgt: onderling opbod en verlies aan maatschappelijke verantwoordelijkheidszin leidend tot zinloze eisen en dito acties.

4. Vakbonden zijn moreel gezag kwijt

Ten vierde, het moreel gezag dat normalerwijze zou moeten uitgaan van werknemersorganisaties is vandaag in hoge mate zoek, zeker wat betreft de christelijke vakbeweging. Via haar holding Arco bezette zij een belangrijke aandeelhoudersstoel bij Dexia, de bank waar speculatieve excessen tot de kunst des huizes verheven werden. Bovendien leende Arco zich tot de uiterst laakbare praktijk van het ter beschikking stellen van

Dexia-aandelen van shorters, iets wat recent vanuit ACW-hoek ten stelligste maar weinig overtuigend ontkend werd. Last but not least zorgde de ACW-zuil voor de nodige wetgeving die er toe leidt dat de belastingsbetaler mee zal opdraaien voor de verliezen die de leden-coöperanten dreigen te gaan leiden. Alhoewel, het Europees verzet tegen deze laatste constructie oogt scherp. In ACW-kringen is men daarover zeer verontrust. Veel vakbondsmilitanten en -werknemers zijn hierover minstens even verontrust als over de pensioenplannen van Q.

Onze partners