Vrije Tribune
Vrije Tribune
Knack.be geeft hier een forum aan columnisten en gastbloggers
Opinie

01/09/12 om 10:46 - Bijgewerkt om 10:46

Vaarwel Ford Genk, welkom vergrijzing

De steun aan de werknemers van Ford Genk werd - foutief - gezien als steun aan de kortzichtige vizie van vakbonden, werkgevers en overheid.

Vaarwel Ford Genk, welkom vergrijzing

© Bart Derwael

Een kleine tien jaar geleden liep ik uit sympathie mee in een betoging om de werknemers van Ford Genk te steunen in onzekere tijden. Om directie en overheid met de macht van het getal het signaal te geven dat er niet aan de fabriek geraakt mocht worden. Dat koste wat kost moest vermeden worden dat duurzame jobs, voor zowel laaggeschoolde arbeiders als hoogopgeleide ingenieurs, op de helling kwamen te staan. Zeker in een regio waar sinds de sluiting van de steenkoolmijnen en de moeizame reconversie, werkgelegenheid voor vooral laaggeschoolde werkkrachten een absolute must was en is.

Ik geef vandaag toe - het wringt al een tijdje - dat ik me toen schromelijk heb vergist. Niet in de steun die ik destijds heb uitgesproken voor de werknemers, maar in de boodschap die ik (en velen met mij) hierbij onrechtstreeks heb gegeven aan vakbonden, werkgevers en overheid. Een kortzichtige visie, aangestuurd door (lokale) politici en vakbonden die niet de moed of het inzicht hadden om hun vizier op de lange of zelfs middellange termijn te richten.

De traditionele automobielsector in ons land is namelijk al vele jaren een eindige zaak. Denk maar aan Renault Vilvoorde of Opel Antwerpen. Tegen de lage lonen en de soms twijfelachtige arbeidsomstandigheden in Oost-Europa en de groeilanden in Azië zijn we in Vlaanderen niet opgewassen. Al een hele tijd niet meer trouwens. De goedbedoelde noodkreten en de niet aflatende strijd voor het behoud van jobs in de klassieke autosector hier bij ons, had al een decennium geleden gepaard moeten gaan met een oproep aan regering en directies voor meer innovatie. Voor de ontwikkeling van de wagen van de toekomst.

Want over enkele jaren zal blijken dat de investeringen in lastenverlagingen, besparingen op personeelskosten en alle andere creatieve financieringsmechanismen die in Limburg en Vlaanderen werden opgezet om tot elke prijs Ford Genk open te houden, in een bodemloze put verdwenen zijn. Geld dat dus tien of vijftien jaar geleden al had moeten worden ingezet op de ontwikkeling en de productie van schonere auto's, gebaseerd op alternatieve energiebronnen (waterstof, elektriciteit, ...). Daar hadden we het verschil kunnen maken en nieuwe werkgelegenheid kunnen creëren. Daar hadden we het soort pionierswerk kunnen verrichten dat ons opnieuw in de markt zou hebben gezet. Maar die boot hebben we ondertussen gemist. En dus dobberen we verder tot het straks definitief einde verhaal is.

Het verdwijnen van de automobielsector in Vlaanderen (ook in Genk) hoeft geen ramp te zijn. De vergrijzing van onze bevolking en de vergroening van onze economie zullen zorgen voor een veelvoud aan uitvoerende jobs, ook en vooral voor lager opgeleiden. In de energiesector (productie windmolens, warmtepompen en gasinstallaties, ...), de bouw (isolatie, renovatie, sociale woningbouw, woon- en zorgcentra, scholen, ...) en aanverwante branches maar vooral in typische dienstensectoren zoals kinderopvang, bejaardenzorg, gezinshulp en verpleging. Volgens voorspellingen zal het aantal ouderen in bijvoorbeeld Limburg (om maar meteen de snelst vergrijzende provincie te noemen), tegen 2025 met 86% toenemen. Het aanbod in de rusthuizen, de service flats en de woon-en zorgcentra kan de vraag nu al niet meer volgen.

Waar wacht men op om voluit de omschakeling te maken van industrie- en exportgerichte sectoren zonder toekomst (staal, automobiel, ...), naar een lokale diensteneconomie (met uitgesproken kansen voor lager opgeleiden) enerzijds en sectoren waar innovatie, onderzoek en hoogtechnologische ontwikkeling centraal staan anderzijds (vooral voor hoger opgeleiden, spin-offs van universiteiten, ...)? Naar jobs dicht bij huis, die niet afhankelijk zijn van internationale multinationals voor wie een regio als Vlaanderen nauwelijks economische, laat staan emotionele waarde heeft.

Het is tijd voor een daadkrachtige en breed gedragen visie over de wijze waarop we onze arbeidsmarkt aan zullen passen aan de realiteit van 2025. Met de blik al op 2050. Niet door brute privatisering van de zorgsector of plotse afbreuk van sociale rechten maar door het juiste kader te scheppen waarin zowel overheid als ondernemingen complementair een antwoord kunnen bieden op de uitdagingen van de toekomst. Waar vakbonden en werkgevers elkaar vinden en waar creativiteit, diversiteit en innovatie de toon zetten.

Dat is in de eerste plaats werk voor onze politici. De bevoegdheden (innovatie, werk, lokale diensteneconomie, wetenschapsbeleid, onderwijs, ...) die we voor dit soort beleid nodig hebben, zitten nu al bij de regio's. Zelfs de Limburgse Investeringsmaatschappij (LRM), die destijds werd opgericht om de economische reconversie na de sluiting van de steenkoolmijnen te ondersteunen, behoort tot het economisch (Vlaamse) overheidsinstrumentarium.

Een alternatief voor de verloren banen van Ford Genk is dus slechts een kwestie van goede wil en politieke moed. Als Vlaanderen wil bewijzen dat wat het zelf doet, beter doet, zal het daarnaar moeten handelen. Want als onze politici het niet doen, doet de vrije markt het wel voor ons. Met alle gevolgen van dien.

Bart Derwael is freelance journalist en publicist

Onze partners