Rudi Rotthier
Rudi Rotthier
Correspondent voor Knack.be in Noord-Amerika.
Opinie

23/08/10 om 11:25 - Bijgewerkt om 11:24

Uitvergroot

De ware omvang van de ramp zal misschien pas over drie maanden duidelijk zijn.

Ik ben zopas in noodgebied geweest in de buurt van de stad Charsadda, niet zover van de grens met Afghanistan. Het gebied werd drie weken geleden door overstromingen getroffen en leeft sindsdien in het puin (meer daarover woensdag in Knack).

Dokter Waheed Shah, een Pakistani die voor Artsen zonder Grenzen werkt, en die ook ervaring had ten tijde van de aardbeving in Kashmir, vindt het een vreemde ramp, in die zin dat het aantal dodelijke slachtoffers in vergelijking met de aardbeving beperkt lijkt te blijven, maar dat de echte ravage pas in de loop van de volgende maanden duidelijk zal worden.

De schaal is zo ondenkbaar groot, de miljoenen getroffenen zullen tot een volgende oogst in leven moeten zien te blijven, het land moet op ongeziene schaal de infrastructuur herstellen. Men zal onder het voortdurend risico van epidemieën leven.

De bewoners die ik sprak lijken ervan uit te gaan dat het lang zal duren eer hun dorp weer overeind zal staan, en dat ze de komende maanden allicht in tenten en scholen zullen doorbrengen.

Het lijkt een ramp met een soort vertragingseffect, aldus de dokter: de ware omvang zal misschien pas over drie maanden duidelijk zijn.

Uit de lokale pers worden ook andere elementen van de ramp duidelijk. Het ontij legt sluimerende tot acute tegenstellingen bloot, vergroot ze uit.

Zo beschrijft The Express Tribune hoe lokale overheden en religieuze groepen hulp en onderdak weigeren aan vijfhonderd families van getroffenen die tot de Ahmadyya groep behoren. De Ahmadyya zijn een islamgroep die echter in Pakistan officieel als niet-moslims zijn bestempeld (omdat ze, na profeet Mohammed, nog een andere profeet zouden erkennen). Recent werden in Lahore twee van hun moskeeën door aanslagen getroffen, en nu wordt ook de ramp gebruikt om hen te belagen. De discriminatie komt voor in verschillende gebieden, aldus de krant: 350 families zijn afkomstig uit DG Khan, 60 uit Muzaffargarh, 65 uit Rajanpur enzovoort.

Het nieuwsitem dat meest inkt doet vloeien heeft echter niks met de watersnood te maken.

Twee jonge broers zijn vorige zondag, onder het toeziend oog van de politie, door een menigte gelyncht in Sialkot, een stad die ongeveer 150 km ten noorden van Lahore ligt.

De toedracht verschilt per krant, maar er moet een overval geweest zijn, waarbij een dode was gevallen. De broers, 15 en 17 (in sommige kranten 19), reden op hun motorfiets (toevallig?) voorbij de plaats van misdaad en werden door een omstander herkend en beschuldigd, waarna de woedende menigte de jongeren begon te slaan. Zelfs kinderen zouden aan de tuchtiging hebben deelgenomen. Toen de broers doodgeslagen waren, werden ze aan hun voeten opgehangen. Van de lynchpartij werd een video verspreid.

Volgens de meeste kranten hadden de broers niks met de overval te maken, maar hadden ze enkele dagen eerder ruzie gemaakt over een cricketwedstrijd met iemand die hen nu uit wraak als de daders had aangewezen.

De toeziende politieagenten en enkele bewoners werden gearresteerd.

Rudi Rotthier

Met dank aan Fonds Pascal Decroos



Onze partners