24/04/12 om 12:19 - Bijgewerkt om 12:19

Uitputting? Welke uitputting?

Als de overheden de prijsvorming haar normale werk laten doen, raken energiebronnen, grondstoffen of watervoorraden niet uitgeput.

Afrika, zo stellen enkele wetenschappers in de jongste editie van de Environmental Research Letters, zit op een gigantische bel aan vers grondwater: tot honderd keer het volume water dat Afrika bovengronds kan verzamelen. Voor een continent waar naar schatting nog altijd 300 miljoen mensen geen toegang hebben tot veilig drinkwater, gaat het om een ontdekking van buitengewoon belang. Ook in het kader van het heersende debat over de uitputting van grondstoffen, energiebronnen en watervoorraden is deze ontdekking belangwekkend.

Grensverleggend in dit verband waren de rapporten van de Club van Rome. Het eerste rapport dateert uit 1972 en trok hard aan de alarmbel. Als de voorspellingen van toen waren uitgekomen, dan hadden vandaag zowat alle grondstoffen en energiebronnen opgebruikt moeten zijn. En dat is overduidelijk niet het geval. Niet zo lang na dat eerste onheilspellende rapport van de Club van Rome deed Zaki Yamani, de olieminister van Saudi-Arabië in de periode 1962-86, een uitspraak die vandaag veel meer relevantie blijkt te hebben dan de boodschap van de Club van Rome: 'Net zoals het stenen tijdperk voorbij was lang voordat alle voorraden aan stenen uitgeput waren, zo zal ook het olietijdperk voorbij zijn lang voordat alle voorraden ruwe olie aangesproken zullen zijn.'

De uitputting van energiebronnen, grondstoffen en watervoorraden is inderdaad een tamelijk onzinnig concept. Tenminste, als de overheden de prijsvorming haar normale werk laten doen. Neemt de schaarste aan ruwe olie of water toe, dan zal de prijs stijgen. Deze prijsstijgingen zetten twee bewegingen in gang. Enerzijds zal er zuiniger omgesprongen worden met het goed waarvan de prijs stijgt. Anderzijds zal er intensiever naar alternatieven worden gezocht. Onder alternatieven rekenen we hier ook de zoektocht naar nieuwe voorraadkamers van het goed in kwestie. De nu ontdekte watervoorraad onder Afrika is daar een voorbeeld van. Beide bewegingen voorkomen uiteindelijk de totale uitputting van bijvoorbeeld olie- of watervoorraden.

Er kan wel degelijk uitputting optreden, maar dat zal dan nagenoeg altijd te maken hebben met misplaatste overheidsinterventie waardoor de werking van het prijsmechanisme niet haar natuurlijke weg kan volgen. Zo kunnen overheden beslissen om bij een stijgende energiefactuur de prijs voor een deel van of zelfs voor de hele bevolking te drukken via directe subsidiëring. Dit is fout en dom, ook als het over de laagste inkomens gaat. Door die ondersteuning neemt de overheid immers de prikkels weg om iets te doen aan de zware energiefactuur. Het is perfect verdedigbaar, en maatschappelijk allicht wenselijk, om mensen onderaan de inkomensladder te helpen bij een forse escalatie van de energiekosten. Het is echter veel efficiënter die hulp te geven in vorm van algemene inkomenssteun, en niet in de vorm van verlichting van de specifieke energiefactuur.

Of we in de nabije en verdere toekomst geconfronteerd worden met de uitputting van olie-, water- of andere voorraden hangt af van het beleid dat onze overheden voeren. Doen ze dat verstandig, dan is er geen probleem.

Johan Van Overtveldt

Onze partners