Rudi Rotthier
Rudi Rotthier
Correspondent voor Knack.be in Noord-Amerika.
Opinie

15/08/10 om 21:56 - Bijgewerkt om 21:56

Tourist Street

Er is reden tot enige zorgen voor wie naar Pakistan vertrekt.

Er is reden tot enige zorgen voor wie naar Pakistan vertrekt. Een deel van het land werd door president Obama omschreven als het gevaarlijkste gebied ter wereld.

De stad die ik tot vertrekpunt heb uitgekozen, Lahore, werd de voorbije maanden door gruwelijke bomaanslagen getroffen. Het schrijn van de patroonheilige van de stad werd op een drukke donderdag door zelfmoordbommen belaagd, en in twee moskeeën van de Ahmadyya sekte werden bloedbaden aangericht. In Lahore en elders in het land worden tegen recordtempo mensen gekidnapt en als alles goed loopt tegen losgeld geruild.

En toch is mijn eerste indruk dat het leven redelijk normaal verloopt. Af en toe moeten auto's en riksja's vertragen aan met Friese ruiters beschermde controlepunten. Aan het Hooggerechtshof zijn uitkijktorens opgetrokken, en richten soldaten hun geweren op chaotisch verkeer. En ook andere gebouwen, zoals de universiteit en het National College of Arts (NCA), worden met forse prikkeldraad tegen de boze buitenwereld beschermd. Als de zon niet te fel schijnt, spelen mussen in de prikkeldraad.

Het NCA heeft een wat wufte reputatie. Binnen de muren, wordt gezegd, is alles mogelijk wat in Europa kan. Men doelt dan op dingen als: zoenen in het openbaar, knuffelen tussen de geslachten, en joints roken. 'We zijn ons bewust van het spanningsveld', zegt Suffi Bilal Khalid, die er multimedia doceert, 'vrijheid omringd door prikkeldraad. Is het dan nog wel vrijheid?' Maar het NCA is al door extremisten bedreigd, zowel telefonisch als per brief, en wat doet een mens dan? Om het helemaal absurd te maken is bij een recente zandstorm een muur ingestort. Op die plek is ook de prikkeldraad gesneuveld, wat het voor potentiële terroristen wel heel makkelijk maakt.

Ergens tussen het NCA en het Hooggerechtshof, ligt aan weerszijden van de Mall de wijk Anarkali, een van de oudste bazaarbuurten van Pakistan. De ene kant noemt men Old Anarkali, de andere kant gewoon Anarkali. De wijk is genoemd naar een mogelijks fictieve slavin (Anarkali betekent Granaatappelbloesem) die volgens de legende het hoofd van de kroonprins op hol bracht, totdat diens vader, de beroemde en op andere terreinen tolerante mogol Akbar, haar levend in dit deel van de stad liet begraven.

Door Old Anarkali loopt Tourist Street, een benaming die tegenwoordig nergens op slaat, want toeristen zijn duidelijk afgeschrikt door de recente gebeurtenissen. De straat komt aan het eind van een lange hete dag tot leven, snackbars verkopen roti, dal, en groente, of voor wie het zich kan veroorloven een piepklein stukje vlees. Elders kun je rijstpap kopen, samosa's, en wat men hier dudh soda noemt, een niet eens zo degoutante vermenging van 7UP en melk. Terwijl ik met drie jongemannen sta te kletsen over hun huwelijksvooruitzichten (de ene heeft er zich bij neergelegd dat hij met zijn nicht zal trouwen, die al sinds haar zesde in zijn ouderlijk huis woont, de tweede heeft geen geld voor een huwelijk en de derde is verliefd op iemand van de verkeerde kaste - het kastensysteem speelt ook bij moslims door) horen we achter ons een stoffige plof. Een jongetje dat misschien op een stellage aan het dak van een huis aan het metsen was, is naar beneden gedonderd. Drie hoog, tenzij het uit het open raam van de tweede verdieping is gevallen. Hij is hooguit twaalf, en ligt sprakeloos, perplex, angeliek, maar ogenschijnlijk ongebroken, en in ieder geval zonder uitwendig bloedverlies op bultig asfalt, enkele meters van het huis, enkele meters van ons onderonsje. Zou het kind gesprongen zijn, dat het zover van de huiswand is geland?
Een menigte stroomt samen. Iemand haalt water dat het kind van de kin laat druppen.

Binnen de tien minuten arriveren de hulpdiensten. Het kind, nog altijd halsstarrig stil, maar nu traag hoofdschuddend, wordt weggevoerd.

Als ik een dag later de buren vraag hoe het met het jongetje is gesteld, gaat er een duim fors de hoogte in. Hij zou uit het ziekenhuis zijn ontslagen. Maar de stellage en de metsers zijn verdwenen, en dus ook het jongetje.

Toen ik landde, wist ik, ondanks de bakken goede raad die ik had gekregen, echt niet waar ik aan begon. Maar bijna onmiddellijk kreeg ik de indruk dat ik, althans in Lahore, vrij kon bewegen, gewoon onderhandelen met riksjachauffeurs, rondwandelen, mensen aanspreken en gezellig op straat eten. Ik had erger verwacht in het gevaarlijkste gebied ter wereld.

Rudi Rotthier

Met dank aan Fonds Pascal Decroos

Onze partners