Ewald Pironet
Ewald Pironet
Senior writer van Knack
Opinie

29/03/10 om 17:38 - Bijgewerkt om 17:38

Therapeutische hardnekkigheid

Eindelijk geeft de Vlaamse regering het ook toe: er is geen toekomst meer voor Opel Antwerpen.

Eindelijk geeft de Vlaamse regering het ook toe: er is geen toekomst meer voor Opel Antwerpen. Ze gaat nu 'actief op zoek naar nieuwe investeerders'.

De Vlaamse regering heeft jarenlang er alles aan gedaan om Opel Antwerpen open te houden. Wie vroeg of er een alternatief scenario, een 'plan B' bestond, werd vriendelijk wandelen gestuurd. Viceminister-president Ingrid Lieten (SP.A), bevoegd voor onder meer Innovatie en Overheidsinvesteringen, zei eind januari nog in Knack dat ze zich nog steeds niet neerlegde bij de sluiting van Opel Antwerpen: 'Zolang het personeel en de vakbonden van Opel Antwerpen nog hoop hebben, moeten wij hen steunen. Dat is onze plicht als Vlaamse regering. Wat moeten we anders? De publieke opinie laten weten dat het schip gezonken is?'

Met de mededeling vorige week dat ze 'actief op zoek gaat naar nieuwe investeerders' heeft de Vlaamse regering dus toch moeten toegeven dat het schip gezonken is. Opel Antwerpen heeft geen toekomst meer. Er wordt een 'reconversiegroep' opgericht met vertegenwoordigers uit de bedrijfswereld, financiële instellingen en de Antwerpse haven. Opdracht: nieuwe industriële activiteiten aantrekken of ontwikkelen op de Opelterreinen.

Dat de Vlaamse regering zo lang geloofde in de overlevingskansen van Opel Antwerpen is een vorm van therapeutische hardnekkigheid: het was al langer duidelijk dat de patiënt geen kans op overleven had, maar toch werden kosten noch moeite gespaard om hem in leven te houden. En aan alle betrokkenen werd hoop gegeven. Nochtans was het al drie jaar geleden duidelijk dat de dagen van Opel Antwerpen geteld waren. Het is altijd een beetje vervelend om uit eigen werk te citeren, maar begin mei 2007 verscheen op deze plek een opiniestuk over Opel
Antwerpen onder een titel die weinig aan de verbeelding overlaat: 'In memoriam'. Opel had toen net beslist om de volgende generatie Astra's niet in Antwerpen te produceren en een echt alternatief was er niet. Voor iedereen die een beetje de autosector volgt, dus ook voor de vakbonden, moet het toen al duidelijk geweest zijn: het doodvonnis over Opel Antwerpen was getekend.

Nu gaat de Vlaamse regering dus op zoek naar investeerders. Die moeten verleid worden met de uitstekende locatie en de hard werkende en goed opgeleide werknemers. De Vlaamse regering zal duidelijk maken dat ze graag opleidingssteun en waarborgen verstrekt. En er zal gewezen worden op het voordeel van de notionele-intrestaftrek.

Of er opnieuw een autofabriek komt, is zeer de vraag: op dit moment lijkt geen enkele autofabrikant geïnteresseerd. Ook niet uit China. En van het luchtkasteel van een eigen Vlaamse groene auto wordt gelukkig niet meer gesproken. Misschien dat er een andere industriële activiteit opgestart kan worden? Dat klinkt evenwel eenvoudiger dan het is, nu de economie nog herstelt van de crisis. Grootste kans is dat de Opelfabriek omgebouwd wordt tot een logistiek centrum: het is een toplocatie aan de haven en het Antwerps Gemeentelijk Havenbedrijf heeft een voorkooprecht op de gronden. Deze oplossing heeft wel een groot nadeel: het aantal jobs is er eerder beperkt.

Het lot van Opel Antwerpen mag dan al na de uitspraken van de Vlaamse regering voor iedereen overduidelijk zijn, dat betekent nog niet dat aan de onzekerheid en het lijden van de Opel-werknemers een einde is gekomen. Welk vooruitzicht op een nieuwe baan hebben ze? Het was dan ook verstandiger geweest als de Vlaamse regering al veel eerder werk had gemaakt van een plan B voor Opel Antwerpen.

Ewald Pironet

Onze partners