Opinie

01/10/10 om 14:27 - Bijgewerkt om 14:27

The Original Copy

Over de spannende relatie tussen fotografie en beeldhouwkunst vanaf 1839.

The Original Copy

© 2010 The Museum of Modern Art, New York - Thomas Griesel

Het Museum of Modern Art in New York illustreert met deze bijzonder mooie expo dat het opfrissen van het geheugen van de kunst in onze tijd geen overbodige luxe is.

Historisch onderbouwde tentoonstellingen zoals "The Original Copy" dragen bij tot denkbeelden die inzicht bieden in de lange weg waarbij kunst evident en hedendaags werd.

"The Original Copy" is een fantastische expo samengesteld door curator Roxana Marcoci die met 300 foto's niet alleen een inzicht werpt op hoe de fotografie de perceptie van de beeldhouwkunst beïnvloedde maar ook gewoonweg een fascinerend overzicht biedt van het medium fotografie.

De expo is ingedeeld in tien secties waarin de fotografie wordt gepresenteerd als gangmaker langsheen alle radicale breuklijnen in de kunstproductie die parallel lopen met de geschiedenis van de fotografie.

Het begin

In 1839 ziet de fotografie door toedoen van Louis Daguerre het daglicht en is een medium dat te situeren valt met andere uitvindingen zoals de stoommachine en de spoorwegen.

Het zijn mijlpalen die de weg effenen voor het kleiner worden van afstanden en de wereld visueel dichter bij huis brachten. Fotografen infiltreerden al gauw in het domein van de kunsten en dat is op de expo te zien met vroege foto's van Charles Nègre en Stephen Thompson die inzoomden op sculpturen in kathedralen en musea.

De fotografie bestormde de romantische kern van alle voorafgaande esthetische beschouwing die gebaseerd bleef op unieke ervaringen van unieke kunstwerken.

De fotografie werd een "archief-machine" en lokte een democratisering uit van kennis-name over de kunst.

Het is niet vreemd dat vooral de beeldhouwkunst het onderwerp werd van heel wat vroege foto's; een sculptuur is niet mobiel, soms massief en zwaar en met opnames vanuit verschillende standpunten werd die sculptuur als het ware opnieuw heruitgevonden en op een meer intense manier bekeken.

Beweeglijk

Pas met de introductie van de hand-camera in 1920 krijgt de fotograaf meer vrijheidsruimte om te experimenteren met opname-standpunten die aantonen dat de betekenis van een sculptuur wordt beïnvloed door de plaats waar het oog van de toeschouwer zich bevindt.

Dat wordt mooi geïllustreerd bij de inkom van de expo met werk van o.a. de Amerikaanse Louise Lawler die foto's maakt bij verzamelaars en musea van hoe kunstwerken daar worden gebruikt en met elkaar worden gecombineerd.

Hier worden twee foto's op prentkaartformaat met afbeeldingen van sculpturale ensembles uit het atelier van Jan de Cock getoond die in hun "kleinheid" qua afbeelding verwijzen naar de postkaart als toenmalig "eerste" venster op de grote en onbekende wereld.

Naast het werk van Jan De Cock beperkt de schamele Belgische bijdrage zich verder tot één editie "Daguerre's Soup" van Marcel Broodthaers.

De modernen

Veel aandacht gaat uit naar de inventariserende fotografie van Eugène Atget die wordt omschreven als een index en round-up van de Franse cultuur waarna het volop genieten wordt van werk van Auguste Rodin. Rodin nam zelf geen foto's maar dirigeerde zijn intenties aan uitvoerende fotografen die in het voorbeeld van de opname van "De Denker" van Edward Steichen het beeld van de kunstenaar over dat van het beeldhouwwerk afdrukte.

Foto's vanuit meerdere standpunten van expressief gesculpteerde handen van Rodin's beelden accentueren de dramatiek van de sculptuur die weliswaar als geheel buiten beeld blijft.

Constantin Brancusi vroeg zich af waarom er over zijn werk moest worden geschreven, "Waarom niet alleen de foto's publiceren...".

Brancusi was wellicht de eerste beeldhouwer die heel bewust wees op de relatie tussen beeldhouwkunst en beweging. Hij zette in zijn atelier ensembles bij elkaar (groupes mobiles) waar sokkels en sculpturen voor de camera werden geschikt en gefotografeerd met licht en tegenlicht zodat de materialiteit van het beeld verdampte tot een flits die de sculptuur op de foto laat verdwijnen.

Op de expo zijn er prachtige foto's te zien waarbij vooral het bekende "Bird in Space" werd gefotografeerd in haast licht-geënsceneerde theatrale settings. Brancusi had ook een bijzonder alert oog voor het vallen van zachte schaduwen naast zijn kunstwerken...

Meesterlijk

Genie Marcel Duchamp kon hier niet ontbreken en wordt belicht als de kunstenaar die met de fotografie en meer bepaald via de methode van het pochoir (stencilprocédé) de fotografie opnieuw een "unieke" status verleende. In een later stadium van zijn carrière zette hij met de complexe inhoud van "Box in a valise" (1935) de vervaging aan de orde tussen origineel, readymade en multipel.

Het is echt fenomenaal hoe deze tentoonstelling een complex item op een klare manier uit de doeken weet te doen. Na Duchamp is de kunst niet meer wat de kunst is geweest en glijdt ook de expo stilaan af naar de onstuimige jaren zestig waarin alle denkbare experimenten werden vastgelegd via foto of video. Het atelier als veilige plaats van creatie werd grondig in vraag gesteld en de kunstenaars gingen meer en meer het landschap of de stedelijke context in...

De Amerikaan Bruce Nauman van wie hier een prachtige foto wordt getoond van het vuil op de vloer van zijn atelier is een kunstenaar die zijn lichaam als "materiaal" gebruikte voor inmiddels historische video's, wrange sculpturen en rauwe installaties over leven en dood.

Die andere Amerikaan Robert Barry liet in de jaren zestig onzichtbaar gas ontsnappen in het landschap en Gordon Matta-Clark wist een typisch Amerikaans huis in twee te splitten waarbij de foto's nu de witte museummuren sieren als legendarische souvenirs van een tijdelijke urbane sculptuur.

Controle

De kunstenaar als performer komt aan bod met o.a. ontwapenend werk van Bas Jan Ader die op een grappige manier met zijn lijf een schilderij van Piet Mondriaan reconstrueerde. De Amerikaan Dennis Oppenheim suggereerde een curve of een bruggetje door met zijn lichaam tussen twee muurtjes te hangen en Robert Morris assembleerde in 1962 zijn beroemde "box". Het is een kleinsculptuur waarin achter het kleine deurtje in de vorm van een "I" (k) een foto schuilgaat van de naakte kunstenaar.

Hier ontbreekt ook het werk niet van Gilbert & George die zich schminkten met koperkleur om daarna op een sokkel te staan als een levende sculptuur.

Deze tentoonstelling laat zich bezoeken als een open boek waarin hoofdstuk na hoofdstuk kennis te rapen valt die een verfijning uitlokt van het plezier te kijken naar kunst die zich periode na periode in het oog van de storm ophield van de avant-garde. Een prima expo !

"The Original Copy: Photography of Sculpture,1839 to today" loopt nog tot 1 november in het MOMA in NewYork.

www.moma.org

luk lambrecht

Onze partners