Nick Hannes
Opinie

21/02/07 om 16:00 - Bijgewerkt om 15:59

Tbilisi

We kunnen het niet laten om na elke grensovergang het nieuwe land met het vorige te vergelijken. De mode en de mensen, het verkeer, de infrastructuur en de architectuur, het zijn de uiterlijke kenmerken van een land die meteen opvallen. Het risico op het trekken van voorbarige conclusies is nooit veraf. En toch.

Tbilisi

We kunnen het niet laten om na elke grensovergang het nieuwe land met het vorige te vergelijken. De mode en de mensen, het verkeer, de infrastructuur en de architectuur, het zijn de uiterlijke kenmerken van een land die meteen opvallen. Het risico op het trekken van voorbarige conclusies is nooit veraf. En toch.

Armenie is zo goed als etnisch homogeen, terwijl Georgie een cultureel lappendeken is. De eerste aanblik van Tbilisi is kosmopolitisch en verscheiden.

Het modebeeld in de Georgische hoofdstad is gevarieerd, en kleur dragen is weer toegelaten. Hier zie je "alternatieve" jongeren, met hiphop-broeken, een t-shirt tegen fascisme, gekke petten of een hoed. Er mag al eens onnozel worden gedaan op de roltrap van de metro. En wij worden veel minder aangestaard als eender waar in Armenie.

Grootste ergernis is dan weer het verkeer. Tbilisi is een stad op maat van de auto, met brede lanen en weinig verkeerslichten. Snel en agressief rijden, staat chic. Geblindeerde ruiten, zelfs bij oude Lada's, herleiden wagens tot gevaarlijke objecten waarmee niet te communiceren valt, en waar je maar beter voor opzij springt. Tbilisi heeft nochtans twee efficiente en goedkope metrolijnen (een rit kost slechts 0.10 euro) en veel stadsbussen.

Georgiers zijn godvruchtige mensen en de kerk een instituut met aanzien. Elke rechtgeaarde Georgier slaat onmiddellijk drie kruistekens vanaf dat er ook maar een stukje van een kerk in zicht is.

In de kerken zelf wordt veelal individueel gebeden bij het branden van een kaarsje. In de Sioni-kathedraal, centrum van de Georgisch-orthodoxe kerk, zijn voortdurend twee poetsvrouwen met emmer en spons in de weer, om afdrukken van vingers en lippen van de relikwien, iconen en heiligenbeelden te vegen.

Het is zaterdag. Overal in de stad klinkt getoeter. Aan het ruiterstandbeeld van koning Gorgasalis verzamelen bruidskaravanen. Van hier is het panorama over de oude stad het mooist. Een ideale plek voor huwelijksfotografen.

In de aanpalende Metekhi-kerk worden huwelijken voltrokken. Een pater reciteert minutenlang en met monotone stem uit het heilige boek. Zwaaiend met wierrook gaat hij vervolgens het paar vooraf, dat drie maal omheen het boek loopt, terwijl de getuigen een kroon boven de hoofden houden. Het koppel heeft er alle moeite mee niet in lachen uit te barsten.

Buiten knallen de champagnekurken. Glazen worden ad fundum geleegd en over de schouder in de Mtkvari-rivier gekeild. De vissers beneden aan de rotsen zoeken beschutting.

Wanneer de limousines zijn verdwenen, storten enkele zigeunerkinderen zich op de restjes champagne. Ze gieten de halfvolle bekers in een fles. Na enkele flinke teugen ziet het leven er alweer wat rooskleuriger uit.

Tijdens de laatste jaren van de Sovjet-periode werden koppels getrouwd in het "Huwelijkspaleis", gebouwd in 1984, naar een ontwerp van de Georgische architect Victor Djorbenadze. Op zoek naar de ingang van deze modernistische surrogaat-kerk, volgen we de omheining, voorzien van veiligheidscamera's, tot aan een poort die bewaakt wordt door een veiligheidsagent.

"This is the house of a rich man", antwoordt de agent wanneer we vragen of we binnen mogen.

"Wie dan?"

"That's a secret", zegt de man.

Een geheim? Reisgidsen en het internet leren al snel dat de obscure en steenrijke zakenman Badri Patarkatsishvili in 2002 30 miljoen dollar neertelde voor zijn exclusieve residentie. Sindsdien kan het huwelijkspaleis enkel nog van op afstand bewonderd worden.

Het stinkt, maar het is zalig. Bakstenen koepelconstructies in de oude stad herbergen ondergrondse badhuizen met heet, zwavelhoudend water, recht uit de bodem. Na een kwartier dobberen ben ik zo mak als een lammetje.

Maar dan arriveert de potige mevrouw met haar emmer en spons. Mijn buitenste laag wordt er zonder compassie afgeschraapt. Huidschilfers spoelen weg met het hete water. Ik voel me gezuiverd en gezond. Maar ook zeer dorstig.

Van op de heuvel waakt de zilveren reuzin over de stad. De beker wijn in de ene hand is voor de vrienden. Het zwaard in de andere voor de vijand. Moeder Georgie is te groot om te fotograferen. Als je er net voor staat, verbergt haar boezem haar gezicht.

Onze partners