Schrijver Ilja Leonard Pfeijffer: 'Wie onsterfelijk wil worden, schrijft nog altijd beter gedichten dan romans'
Schrijver Ilja Leonard Pfeijffer: 'Wie onsterfelijk wil worden, schrijft nog altijd beter gedichten dan romans'
Schrijver Ilja Leonard Pfeijffer: 'Wie onsterfelijk wil worden, schrijft nog altijd beter gedichten dan romans'
Schrijver Ilja Leonard Pfeijffer: 'Wie onsterfelijk wil worden, schrijft nog altijd beter gedichten dan romans'
Schrijver Ilja Leonard Pfeijffer: 'Wie onsterfelijk wil worden, schrijft nog altijd beter gedichten dan romans'
Schrijver Ilja Leonard Pfeijffer: 'Wie onsterfelijk wil worden, schrijft nog altijd beter gedichten dan romans'
Schrijver Ilja Leonard Pfeijffer: 'Wie onsterfelijk wil worden, schrijft nog altijd beter gedichten dan romans'
Schrijver Ilja Leonard Pfeijffer: 'Wie onsterfelijk wil worden, schrijft nog altijd beter gedichten dan romans'
07818912016-11-26 14:26:312016-11-28 07:43:14KnackPas de parutionLong readarticlePeter CasteelsJeroen de PreterPar Jeroen de Preter et Peter CasteelsBoekenKnack.be

Schrijver Ilja Leonard Pfeijffer: 'Wie onsterfelijk wil worden, schrijft nog altijd beter gedichten dan romans'

Peter Casteels - Wekenlang las schrijver Ilja Leonard Pfeijffer dagelijks een rek van circa twee meter poëzie weg. Het resultaat is een bloemlezing die in monumentaliteit niet onder hoeft te doen voor die van zijn voorganger Gerrit Komrij. Een gesprek over valse sentimenten, pseudodiepzinnigheid, de nieuwe lente en het nieuwe geluid.

yesrmgimport newsgate2016-11-27 10:00:00http://www.knack.be/nieuws/boeken/schrijver-ilja-leonard-pfeijffer-wie-onsterfelijk-wil-worden-schrijft-nog-altijd-beter-gedichten-dan-romans/article-longread-781891.htmlhttp://m.knack.be/nieuws/boeken/schrijver-ilja-leonard-pfeijffer-wie-onsterfelijk-wil-worden-schrijft-nog-altijd-beter-gedichten-dan-romans/article-longread-781891.htmlhttp://www.knack.be/nieuws/boeken/http://m.knack.be/nieuws/boeken/
Schrijver Ilja Leonard Pfeijffer: 'Wie onsterfelijk wil worden, schrijft nog altijd beter gedichten dan romans'

Peter Casteels - Wat deden pubers vroeger, toen er nog geen internet was, en het - vrij naar Karel van de Woestijne - misschien nog wel veel triestiger was, als het regende 'in den herfst'?

Peter Casteels - Ilja Leonard Pfeijffer herinnert zich hoe hij als puberende knaap op zulke momenten weleens op avontuur wilde trekken in de ouderlijke bibliotheek. Zo gebeurde het dat een zoektocht naar 'vieze boekjes met veel seks erin' eindigde bij een dichtbundel van Hendrik Marsman. 'Ik herinner me dat ik niet meteen begreep wat het was, ' zegt Pfeijffer, 'maar het fascineerde wel meteen.'

Peter Casteels - Uiteindelijk zou het nog vijftien jaar duren voor Pfeijffer zelf de Parnassus besteeg. En de beklimming bleef niet onopgemerkt. Zijn debuut, Van de vierkante man (1998), was meteen goed voor de C. Buddingh'-prijs. Maar allicht nog mooier was de pauselijke zegen van wijlen Gerrit Komrij. Die vereerde de nog relatief jonge dichter in 2004 met een ruime selectie van zes gedichten in zijn laatste grote bloemlezing van de Nederlandstalige poëzie.

Peter Casteels -

Peter Casteels - Ik had Reve graag mijn maximum van twaalf gedichten toebedeeld, maar weduwnaar Joop Schafthuizen wilde onredelijk veel geld

Peter Casteels - De waardering was en is nog altijd wederzijds. Pfeijffer nam in zijn bloemlezing liefst twaalf gedichten van Komrij op. Maar ook zijn bewondering voor de bloemlezer Komrij is onmiskenbaar. 'Toen de dikke Komrij in 1979 voor het eerst verscheen, had dat het effect van een brandbom', vertelt Pfeijffer. 'Er werd op gereageerd als op een terroristische aanslag. Als ik met mijn bloemlezing ook maar een beetje van dat effect zou kunnen ressorteren, is mijn missie geslaagd.'

Voor uw bloemlezing moest u de Nederlandse en Vlaamse poëzie van de afgelopen honderdtwintig jaar doorploegen. Hoe begint een mens daaraan?

Peter Casteels - ILJA LEONARD PFEIJFFER: Voor deze opdracht heeft de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag mij een werkkamer ter beschikking gesteld. Daar ben ik het afgelopen jaar, met regelmatige onderbrekingen, een paar weken gaan zitten lezen. Ik ben er ook geholpen door de magazijniers van de afdeling collectiebehoud, die dagelijks nieuwe karren met poëzie binnenrolden.

Hoe krijg je meer dan een eeuw Nederlandstalige poëzie - alles samen goed voor circa tienduizend bundels - in een paar maanden tijd gelezen?

Peter Casteels - PFEIJFFER: Door er de vaart in te houden. Ik las van negen uur 's ochtends tot acht uur 's avonds, in een tempo van pakweg twee meter poëzie per dag. Ideaal is het natuurlijk niet, maar het was ook zeker geen straf. Wij mogen best trots zijn op onze poëzie. Ze kan - daar ben ik echt van overtuigd - de vergelijking met de internationale poëzie moeiteloos doorstaan.

In hoeverre verschilt uw bloemlezing met die van Komrij uit 2004?

Peter Casteels - PFEIJFFER: Om recht te doen aan de traditie van Komrij, heb ik geen enkel respect getoond voor reputaties, dus ook niet die van Komrij. Ik heb vooral mijn eigen smaak gevolgd, en die is toch niet helemaal dezelfde als die van hem. Gerrit hield heel erg veel van goed geconstrueerde, intellectualistische gedichten. Ik hecht meer waarde aan de muzikaliteit, en vind die slimme rederijkerij waar hij zo dol op was vaak niet genoeg. Een gedicht mag goed geconstrueerd zijn, maar er moet ook nog wel iets extra's in zitten. Als je de twee bloemlezingen naast elkaar legt, zul je merken dat de puntdichters of de lolbroekdichters in mijn boek veel minder vertegenwoordigd zijn.

Peter Casteels - JOHAN JACOBS

Jonge sla

Peter Casteels - Pfeijffer zei het al: zijn voorganger Komrij zorgde, zeker met zijn allereerste bloemlezing uit 1979, voor groot ophef in de republiek der letteren. Dat ging zelfs zo ver dat de Vijftigers, een groep experimentele dichters waar onder meer Remco Campert en Bert Schierbeek deel van uitmaakten, naar de rechter stapten omdat ze vonden dat hun poëzie in de bloemlezing onvoldoende aandacht had gekregen. Kwatongen beweren zelfs dat kwelgeest Komrij expres hun slechtste gedichten voor zijn bloemlezing had geselecteerd. Opvolger Pfeiffer heeft het naar eigen zeggen zo bont niet gemaakt. Wel geeft hij in zijn voorwoord toe dat hij, 'met pijn in het hart', ook een aantal 'objectief slechte gedichten' in zijn bloemlezing heeft opgenomen. Dat was volgens hem nodig omdat ze nu eenmaal behoren tot ons collectief poëtische geheugen. Of wij mogen weten over welke gedichten het precies gaat? 'Nee', zegt hij. 'Als ik namen had willen noemen, dan had ik dat natuurlijk al in het voorwoord gedaan. Maar wees gerust: veel zijn het er niet.'

Als polemist pleegde u ooit heiligschennis met een essay over de gedichten van de door poëzieliefhebbers vereerde Rutger Kopland. U vond het allemaal veel te braaf en te netjes. Toch hebt u een handvol Kopland-klassiekers in uw bloemlezing opgenomen.

Peter Casteels - PFEIJFFER: Ik heb ooit weleens wat kanttekeningen geplaatst bij die hoge status die hij in Nederland genoot, ja. Ik vond zijn reputatie niet in verhouding met de kwaliteit van de gedichten. Maar Kopland is natuurlijk geen prutser. Hij heeft uiteraard wel een aantal goede gedichten geschreven. Voor de goede orde: Jonge sla hoort daar niet bij. Ik blijf dat een zwak, vals sentimenteel gedicht vinden.

Toch staat het in uw bloemlezing.

Peter Casteels - PFEIJFFER: Ik geef toe: dat is zo'n gedicht dat ik alleen maar heb opgenomen omdat het zo bekend is dat het deel is gaan uitmaken van het collectieve geheugen.

Waarom staat er geen gedicht van Reve in?

Peter Casteels - PFEIJFFER:Reve vind ik een van de belangrijkste dichters uit de 20e eeuw. Ik had hem graag mijn maximum van twaalf gedichten toebedeeld, maar die intentie is gesneuveld op onderhandelingen met de weduwnaar, Joop Schafthuizen. Hij wilde onredelijk veel geld, waardoor de uitgever niet tot een overeenstemming is kunnen komen.

Net als Komrij hebt u één gedicht van uzelf geselecteerd. Kort samengevat is dat gedicht een waarschuwing aan uw vakbroeders en -zusters. 'Wie nu nog durft te schrijven, heeft de dure plicht / iets méér te leveren dan een zesmingedicht / dat met verwondering naar de ontroering kijkt'.

Peter Casteels - PFEIJFFER: Ik vond het wel gepast om, in een bloemlezing van de beste Nederlandse en Belgische dichters, ook zelf even het woord te richten tot de 'lieve dichtertjes van Nederland en België'. In feite is het een soort manifest tegen de vrijblijvendheid van de poëzie. Ik hou van gedichten waarin iets op het spel staat. Liever een gedicht dat faalt in een grootse ambitie dan een gedicht dat vrijblijvend is. Dat is wel iets dat al die 1400 gedichten die ik heb geselecteerd hopelijk met elkaar gemeen hebben: dat ze geen van alle vrijblijvend zijn.

Nog uit uw gedicht: 'Geen deconstructies meer, geen cryptogram, geen quiz/ Wij zullen moeten leren zeggen hoe het is.' Is hier meteen ook verklaard waarom u in Vlaanderen ooit toonaangevende dichters als Erik Spinoy en Dirk Van Bastelaere zo goed als weggegomd hebt?

Peter Casteels - PFEIJFFER: Ik zal er geen geheim van maken dat de stroming waar die dichters deel van uitmaakten, niet mijn favoriete is. Goeie poëzie heeft voor mij ook altijd iets sensitiefs, en dat wordt in die poëzie gemeden alsof het een soort misdaad zou zijn. Ik hou ook niet van poëzie die alleen maar cerebraal is. Achteraf bekeken was het poëzieklimaat in België tijdens de jaren tachtig ook wel verziekt door een grote tweedeling. Aan de ene kant had je de intellectualistische adepten van Van Bastelaere, aan de andere kant de volgelingen van Herman de Coninck, met romantische poëzie die vooral anekdotisch was. Die twee scholen bestreden elkaar op leven en dood, waardoor je extremen kreeg die allebei niet interessant zijn.

Peter Casteels -

Peter Casteels - De toewijzing van de Nobelprijs aan Bob Dylan kan men alleen maar belachelijk vinden

U wijst in uw gedicht ook uzelf met de vinger.

Peter Casteels - PFEIJFFER:Ik heb mij in mijn vroege poëzie weleens schuldig gemaakt aan de idee dat duister als vanzelf ook diepzinnig is. De moed om helder te zijn, heb ik pas later gevonden. Misschien heeft ook mijn verhuizing naar Italië daar iets mee te maken. Het is wel meer schrijvers overkomen dat de confrontatie met het zuidelijke licht hun stijl lichter en luchtiger maakte. Ik wil mezelf nou niet meteen met Goethe vergelijken, maar ook zijn literatuur is totaal veranderd door zijn verhuizing naar Italië. Plots ging hij, op een bijna classicistische manier, helder en gestructureerd schrijven. Verder sluit ik ook niet uit dat ik het product ben van een tijdgeest. In een veilige, stabiele wereld kun je je een duister poëticaal spel permitteren. In een wereld waar reden is tot echte zorgen is het misschien urgenter om helder te zeggen wat je bedoelt.

Afgemeten aan uw bloemlezing beleeft toch minstens de poëzie vandaag weer mooie tijden.

Peter Casteels - PFEIJFFER: Ik vind dat de Nederlandstalige poëzie de laatste tien jaar een heel erg interessante wending heeft genomen, ja. Mogelijk heeft die wending te maken met het feit dat dichtbundels nauwelijks nog verkopen, en dichters voor hun inkomsten bijna honderd procent afhankelijk zijn van optredens. Dat heeft hen de wereld in geschopt. Er was een tijd dat de poëzie overgeleverd leek aan heren met ongewassen overhemd die op een mansarde filosofische gedichten zaten te wrochten die eigenlijk over niets anders gingen dan over de onmogelijkheid van het wrochten van filosofische gedichten. Die tijden zijn voorbij. Het woord is aan een generatie voor wie de voordracht een vanzelfsprekend onderdeel uitmaakt van het bestaan van de dichter. Een gunstig neveneffect lijkt me onder meer dat de huidige generatie elkaar hierdoor voortdurend tegenkomt. Dat maakt dat die dichters continu in concurrentie verwikkeld zijn. Daarmee bedoel ik niet zozeer dat ze elkaar moeten verslaan bij poetryslams, nee, het is eerder dat ze zich aan elkaar optrekken.

Guido Gezelle

Peter Casteels - Toen Komrij in 1979 zijn eerste grote bloemlezing presenteerde, maakte hij niet alleen de Vijftigers boos. Er kwam ook gemor uit Vlaanderen. De Vlaamse dichters vormden in zijn bloemlezing een kleine minderheid, en werden in het voorwoord al weggeklasseerd in een restcategorie waar verder ook 'de zonderlingen, de studenten en de vroeggeknakten' deel van uitmaakten. In de bloemlezing van Pfeijffer is dat wel anders. Wij hebben er geen rekensommetje van gemaakt, maar zeker de jonge Vlaamse dichters en dichteressen komen er bij Pfeijffer niet bekaaid af.

Peter Casteels - 'Omdat de Vlaamse poëzie op dit ogenblik een voorsprong heeft op de Nederlandse', zegt Pfeijffer. 'Het is niet voor niks dat de Frankfurter Buchmesse onlangs geopend werd door de nog piepjonge, maar wel steengoede dichteres Charlotte Van den Broeck. Ook in Maud Vanhauwaert zie ik een groot talent. Ik zag haar een goed jaar geleden optreden tijdens de opening van het Boekenbal, voor een vijandige zaal van uitgevers en schrijvers die zo snel mogelijk aan de drank wilden. Vanhauwaert pakte die vijandige zaal in, iets wat je toch alleen maar lukt als je heel erg goed bent. Vanhauwaert is een mooi voorbeeld van iemand die gepokt en gemazeld is binnen die levendige podiumcultuur. Wellicht speelt die verschuiving ook wel in het voordeel van de Vlamingen. Zij komen uit een traditie waarin het muzikale, speelse en Guido Gezelle-achtige altijd belangrijker is geweest. Op een podium is dat geen nadeel.

Peter Casteels - BelgaIlja Leonard Pfeijffer wint in 2014 de Libris Literatuur Prijs voor zijn roman La Superba.

Uw voorkeur voor het muzikale blijkt ook uit de ruime keuze van songteksten. Zo staan er in uw bloemlezing onder meer teksten van Raymond van het Groenewoud, Thé Lau en Lennaert Nijgh, de tekstdichter van Boudewijn de Groot.

Peter Casteels - PFEIJFFER: Ik ben ze niet uit de weg gegaan, nee. Trouwens: ook een aantal door mij geselecteerde teksten van Annie M. G. Schmidt en de totaal in vergetelheid geraakte Harrie Geelen zijn liedteksten. Ik zie geen enkele reden om dat genre te diskwalificeren. De oudste gedichten die we hebben, zijn songteksten. Zo waren de gedichten van Sappho bedoeld om gezongen te worden. Als liedteksten dan ook nog eens op papier, los van de muziek, kunnen overtuigen, neem ik ze met plezier op.

Een vraag over de Nobelprijs Literatuur dringt zich op.

Peter Casteels - PFEIJFFER: Om de zonet genoemde redenen heb ik er geen enkel bezwaar tegen dat Bob Dylan in aanmerking kan komen. Het feit dat hij zijn eigen teksten zingt - voor zover je dat zingen mag noemen - hoeft een eventuele bekroning niet in de weg te staan. Maar vroeg of laat moet je dan ook over de kwaliteit van die teksten spreken. Als Dylan mee mag doen met de dichters, moet hij ook met de dichters worden vergeleken. En wie die vergelijking maakt, kan de toewijzing van de Nobelprijs alleen maar belachelijk vinden. Er zijn héél veel dichters die betere teksten maken dan Bob Dylan.

Wie had uit uw bloemlezing de Nobelprijs dan wel verdiend?

Peter Casteels - PFEIJFFER: Ik zeg het niet omdat er twee Vlamingen voor me zitten, maar ik heb altijd gevonden dat Hugo Claus die prijs had moeten krijgen.

Mogen wij uw keuze van liedteksten eerder klassiek noemen? In taalcreativiteit moet pakweg een groep als de Jeugd van Tegenwoordig toch niet onderdoen voor veel dichters van nu?

Peter Casteels - PFEIJFFER: Misschien wel, al is mijn ervaring dat er van hiphopteksten niet zo heel veel overblijft als je het stuwende ritme van de performance weglaat en ze op papier zet. Zeker, in elke tekst van de Jeugd van Tegenwoordig vind je wel een goeie vondst, maar daarmee heb je nog geen gedicht dat op zichzelf kan staan.

Zegt de man die 'de kroketten in het restaurant / zijn aan de kleine kant' van Vaandrager wél interessant genoeg vond voor een selectie.

Peter Casteels - PFEIJFFER: (lacht) Dat gedichtje staat daar natuurlijk in de eerste plaats om een reden die ik al noemde: zeker in Nederland maakt het deel uit van het collectieve poëtische geheugen. Los daarvan hoop ik natuurlijk dat mijn bloemlezing precies dát effect zal hebben. Als ze aanleiding geeft tot eindeloze twisten op café, is mijn werk niet vergeefs geweest.

Is dat geen ijdele hoop? Behalve de dichters zelf is er toch nauwelijks iemand die een gedicht nog de moeite van een discussie waard vindt?

Peter Casteels - PFEIJFFER: Ik zou dat pessimisme over de poëzie toch graag relativeren. Oké, er worden vandaag nauwelijks nog bundels verkocht, maar denkt u dat Martinus Nijhoff in zijn tijd een bestsellerauteur was? Wie denkt dat poëzie als een stervende hond in een hoekje ligt te kwijnen, moet eens wat vaker buitenkomen. Elke week is er wel ergens een groot, druk bijgewoond poëziefestival.

Peter Casteels -

Peter Casteels - Ik heb altijd gevonden dat Hugo Claus de Nobelprijs had moeten krijgen

De poëzie is wel goeddeels verdwenen uit het literatuuronderwijs. Als er nog verplichte leeslijsten bestaan, dan bevatten die uitsluitend romans.

Peter Casteels - PFEIJFFER: Ja, al zou je, gemeten aan de vele talenten die vandaag nog altijd opstaan, ook de conclusie kunnen trekken dat dat poëzieonderwijs eerder averechts heeft gewerkt. Ik herinner me dat ik op school een schitterend lyrisch gedicht van Herman Gorter te lezen kreeg. Van ons, de leerlingen, werd dan verwacht dat we in dat gedicht onderwerp en persoonsvorm konden aanduiden. In de meeste gevallen volstaat dat om voor de rest van je leven immuun te zijn voor de charmes van de poëzie.

Hoe moet het dan wel?

Peter Casteels - PFEIJFFER: Begin met hedendaagse poëzie. Laat ze bijvoorbeeld Maud Vanhauwaert lezen, en leer ze de poëzie kennen zoals ze kennismaken met songteksten. Pubers kunnen ervan overtuigd zijn dat een song over hen gaat, ook al begrijpen ze de tekst niet eens voor de helft. Dat wijst erop dat letterlijk onbegrip een ander soort begrip niet in de weg hoeft te staan. Zo is het ook in de poëzie. Poëzie moet niet gelezen worden als een cryptogram. Vaak wordt in het poëzieonderwijs vertrokken van het idee dat een gedicht een puzzeltje is. Dat de dichter het de lezer expres moeilijk heeft gemaakt, en het de opdracht van de leerling is om in ruil voor een hoog cijfer, de betekenis te ontcijferen. Dat werkt niet, en er is bovendien geen enkele dichter die schrijft om zo gelezen te worden.

Nog even over de status van de poëzie. Voor nogal wat dichters - uzelf niet uitgezonderd - lijkt poëzie soms niet meer dan een vingeroefening voor het grote werk, de roman.

Peter Casteels - PFEIJFFER: Mogelijk spelen daarbij financiële overwegingen een rol. Van poëzie kun je niet leven, dus als je een bestaan als auteur wilt opbouwen moet je op een bepaald ogenblik wel romans gaan schrijven. Desnoods zal je uitgever daar wel op gaan aandringen. Per slot van rekening wil die op een gegeven ogenblik ook wel een beetje profijt van zijn investering. Of dat ook iets zegt over de status van de poëzie is natuurlijk een andere vraag. Voor mij is poëzie echt wel het allerhoogste in de literatuur. En het moeilijkste. Zoals ik al zei: poëzie is niet aan te leren. Dat ligt anders bij een roman. Met een beetje scholing en coaching kan iedereen nog wel een passabele roman afleveren, en met wat geluk wordt dat nog een bestseller ook. Maar daar is het een echte schrijver natuurlijk niet om te doen. Een echte schrijver doet het voor niets minder dan de onsterfelijkheid. En wie onsterfelijk wil worden, schrijft nog altijd beter gedichten dan romans.

MEDIUMPZ1581casteels-peterFreelance JournalistCasteelsPeter/assets/451/avatar_230919.jpghttp://www.knack.be/nieuws/auteurs/peter-casteels-1581.htmlhttp://m.knack.be/nieuws/auteurs/peter-casteels-1581.html2327de-preter-jeroenRedacteur Knackde PreterJeroenhttp://www.knack.be/nieuws/auteurs/jeroen-de-preter-2327.htmlhttp://m.knack.be/nieuws/auteurs/jeroen-de-preter-2327.htmlIlja Leonard PfeijfferGerrit KomrijReveHerman de ConinckBob DylanCharlotte Van den BroeckMaud VanhauwaertHugo Claus
Frankfurter Dagboek: het Vlaams van politici en het Duits van schrijvers
Frankfurter Dagboek: het Vlaams van politici en het Duits van schrijvers
Frankfurter Dagboek: het Vlaams van politici en het Duits van schrijvers
Frankfurter Dagboek: het Vlaams van politici en het Duits van schrijvers
Frankfurter Dagboek: het Vlaams van politici en het Duits van schrijvers
Frankfurter Dagboek: het Vlaams van politici en het Duits van schrijvers
Frankfurter Dagboek: het Vlaams van politici en het Duits van schrijvers
Frankfurter Dagboek: het Vlaams van politici en het Duits van schrijvers
07664652016-10-19 09:11:032016-10-19 09:16:22NonePas de parutionNormalarticleBoekenKnack.be

Frankfurter Dagboek: het Vlaams van politici en het Duits van schrijvers

Als niemand maar denkt dat Geert Bourgeois' toespraak typerend is voor de Vlaamse literatuur. Dag 1 op de Frankfurter Buchmesse.

yesMaaike Schwering2016-10-19 09:17:10http://www.knack.be/nieuws/boeken/frankfurter-dagboek-het-vlaams-van-politici-en-het-duits-van-schrijvers/article-normal-766465.htmlhttp://m.knack.be/nieuws/boeken/frankfurter-dagboek-het-vlaams-van-politici-en-het-duits-van-schrijvers/article-normal-766465.htmlhttp://www.knack.be/nieuws/boeken/http://m.knack.be/nieuws/boeken/
Frankfurter Dagboek: het Vlaams van politici en het Duits van schrijvers

Voor sommigen is er nooit genoeg voorbereidingstijd. Al bij zijn aantreden als Vlaams minister-president in juli 2014 wist Geert Bourgeois dat hij een speech mocht houden bij de officiële opening van de Frankfurter Buchmesse van dit jaar. En dan geeft de N-VA'er zo'n slaapverwekkende draai aan zijn betoog? De Vlaamse regering heeft een beleidsnotitie over de Europese Unie aangenomen, ik zal hem even voor u samenvatten. Dát was de teneur. Prioritair dit, subsidiariteitsbeginsel dat. Iedereen wachtte steeds ongeduldiger op de volgende spreker.

Bourgeois kreeg terecht de slechtste pers op de borrel na afloop. Terwijl hij wel degelijk behartigenswaardige dingen had gezegd. Zo was hij de enige die bij alle mooie woorden over het belang van boeken voor een open dialoog in de internationale gemeenschap wees op de stille arbeiders zonder wie geen enkele uitwisseling van ervaringen en inzichten mogelijk is: de vertalers. Zij zijn de bruggenbouwers. Zij stellen lezers in heel Europa in staat om kennis te nemen van elkaars cultuur, waardoor eenheid in verscheidenheid mogelijk wordt.

Onvindbare antwoorden

Iemand als Rainer Kersten zal het met genoegen hebben aangehoord. Hij is al jaren de gelauwerde vertaler van Tom Lanoye, Dimitri Verhulst, Ilja Leonard Pfeijffer en Arnon Grunberg. Hij vertelde voorafgaand aan de opening met smaak over het omzetten van het onnavolgbare Verhulsts in een artificieel Duits, waarvoor hij uit alle dialecten en varianten van zijn taal de mooiste woorden plukt. En toch was hij al blij verrast dat hij - lid van een genegeerde beroepsgroep - een uitnodiging kreeg voor deze bijeenkomst.

Zou iemand dan ook maar enig idee hebben dat de beurtzang waarmee Arnon Grunberg en Charlotte Van den Broeck de opening afsloten in feite Rainer Kerstens Duits was? In een poëtische en filosofische dialoog zochten de middelbare Nederlandse auteur en jonge Vlaamse debutant naar de betekenis van literatuur, hun identiteit, redenen om te schrijven, Europa, een vaderland - kortom, naar dat wat mensen kunnen en willen delen. Met als conclusie: dat alleen de gezamenlijke zoektocht naar onvindbare antwoorden bindt.

Zonder navel, zoals hun bijdrage heette, was een mooie en ontroerende tekst - voorgelezen in een verrassend goed Duits. Grunberg vertelde over zijn ouders: Berlijnse Joden die uit zijn optreden op de Buchmesse de conclusie zouden trekken dat de oorlog niet helemaal verloren was. Van den Broeck weersprak Grunbergs bewering dat zijn laptop zijn vaderland was. Zij zocht een vaderland in een ander, in verbinding, in een ontmoeting die weerhaken slaat. Ze eindigden hun gesprek dan ook in een innige omhelzing.

Ordinaire handel

Direct na de officiële opening werd het Vlaams-Nederlandse paviljoen ingewijd. Je zou zeggen: daar zijn Willem-Alexander van Nederland en Filip en Mathilde van België voor ingevlogen, daar wordt een groots spektakel van gemaakt. Maar bijna iedereen was nog onderweg van de grote zaal in het Congress Center naar het paviljoen of de selecte gezelschap eregasten hadden de opening onderling afgehandeld. Willem-Alexander gaf Filip een boek van Slauerhoff, Filip riposteerde met twee delen Elsschot en dat was dat. Vrijwel iedereen heeft het gemist.

Maar wat gaf het? De kop is er af - zoals Koen van Bockstal, directeur van het Vlaams Fonds voor de Letteren (VFL), tevreden terugblikte op alle plechtigheden. De internationale handel in vertaalrechten waarvoor iedereen naar Frankfurt is afgereisd, kan eindelijk een aanvang nemen. De verkoop van nóg meer Nederlandse en Vlaamse boeken aan Bulgaren, Egyptenaren, wie ook maar belangstelling toont. De aankoop van soms nog maar half voltooide debuut van een nieuwe Amerikaanse thrillerschrijver. Daar draait de Buchmesse immers om.

Iedereen leurt hier met eigen titels, iedereen zoekt commerciële buitenkansjes uit het buitenland. Eigenlijk is het zo ordinair. Maar het is natuurlijk mooier om te denken dat het gaat om de betekenis van de handel, die Bourgeois en andere hoogwaardigheidsbekleders bij de opening benadrukten. Want alleen als boeken over de grenzen worden verkocht, kunnen burgers wereldwijd elkaar leren kennen en begrijpen. Immers: ,Cultuur is vitaal. Cultuur biedt een garantie voor een vrije samenleving. Cultuur is een katalysator van economische groei.'

Ja, ook die wijze woorden zei Bourgeois.

Maarten Dessing

MEDIUMPZGeert BourgeoisArnon GrunbergCharlotte Van den BroeckWillem-AlexanderFrankfurter Buchmesse
Arnon Grunberg: 'Wat je ook doet of zegt, je staat altijd op drijfzand'
Arnon Grunberg: 'Wat je ook doet of zegt, je staat altijd op drijfzand'
Arnon Grunberg: 'Wat je ook doet of zegt, je staat altijd op drijfzand'
Arnon Grunberg: 'Wat je ook doet of zegt, je staat altijd op drijfzand'
Arnon Grunberg: 'Wat je ook doet of zegt, je staat altijd op drijfzand'
Arnon Grunberg: 'Wat je ook doet of zegt, je staat altijd op drijfzand'
Arnon Grunberg: 'Wat je ook doet of zegt, je staat altijd op drijfzand'
Arnon Grunberg: 'Wat je ook doet of zegt, je staat altijd op drijfzand'
07637692016-10-12 16:42:372016-10-13 15:33:04KnackPas de parutionLong readarticleBelgiëBoekenKnack.be

Arnon Grunberg: 'Wat je ook doet of zegt, je staat altijd op drijfzand'

Vlaanderen en Nederland zijn eregast op de Frankfurter Buchmesse volgende week. Auteur Arnon Grunberg en dichteres Charlotte Van den Broeck houden gezamenlijk de openingsspeech. Knack sprak met hen over de twijfels van de schrijver, ironie en meedogenloosheid.

yesrmgimport newsgate2016-10-13 15:30:00http://www.knack.be/nieuws/belgie/arnon-grunberg-wat-je-ook-doet-of-zegt-je-staat-altijd-op-drijfzand/article-longread-763769.htmlhttp://m.knack.be/nieuws/belgie/arnon-grunberg-wat-je-ook-doet-of-zegt-je-staat-altijd-op-drijfzand/article-longread-763769.htmlhttp://www.knack.be/nieuws/belgie/http://m.knack.be/nieuws/belgie/http://www.knack.be/nieuws/boeken/http://m.knack.be/nieuws/boeken/
Arnon Grunberg: 'Wat je ook doet of zegt, je staat altijd op drijfzand'

'Ben jij tevreden?' Charlotte Van den Broeck kijkt Arnon Grunberg aan. 'Het is iets geworden. Ik denk dat we tevreden kunnen zijn.' Op 18 oktober openen Grunberg en Van den Broeck samen de Frankfurter Buchmesse (18-23 oktober) met een tekst die ontstond uit een maandenlange mailuitwisseling. 'Ik zal je niets kwalijk nemen', zo begint hij. En daarna volgen vooral veel vragen.

Van den Broeck: 'Zo begon het ook. Met vragen. De eerste was: wat is seksuele onthechting?'

Grunberg: 'Hoe kwamen we daar weer op?'

Van den Broeck: 'Het was misschien het eerste waar jij aan dacht toen je mij zag?'

Grunberg: 'Nee, er was een reden. Het kwam niet uit het niets.'

Van den Broeck: 'Niet uit een donker achterkamertje van je geest, nee.'

Grunberg: 'Heb ik dat dan?'

Van den Broeck: 'Moeten we daarop doorgaan?'

Grunberg: 'Misschien beter niet.'

***

Het is de tweede keer dat Van den Broeck en Grunberg elkaar ontmoeten. We zijn samengekomen op een tussenstop in Frankfurt, in het gat in de agenda van Grunberg. Het is de ochtend na de voorstelling van The Future of Sex van Wunderbaum waarvoor Grunberg de tekst schreef en waarin hij ook meespeelt. Nauwelijks twee dagen eerder was hij in Berlijn, om de Duitse vertalingen van zijn eigen moederboek Muttermale voor te stellen én het boek van zijn moeder, Ich denke oft an den Krieg, denn früher hatte ich dazu kein Zeit. 'Het was op een boogscheut van de wijk in Berlijn waar zij is opgegroeid. In 1933 was haar Duitse leven voorbij. Ze heeft er altijd naar terug verlangd.'

Charlie Chaplin stierf. Mijn vader nam me mee naar zijn films. Dat was een ontdekking. Dat je zo kon lachen om trieste dingen.

Grunberg

'Ik moet het over mijn ouders hebben', schreef hij maanden eerder aan Charlotte.

We zitten aan de ontbijttafel in Hotel Bristol waar we allemaal overnacht hebben. Grunberg is hees, worstelt met een hardnekkige verkoudheid, te veel vliegtuigen in te korte tijd. 'Je hebt grain', lacht Charlotte. Hij glimlacht, schenkt thee in en drukt een pil uit de strip. Na Frankfurt wacht Wenen, na Wenen wachten Wiesbaden, Kiel, München, Hannover. Het gat in de agenda waarin we ons geduwd hebben, is nauw en begeerd. Na ons zijn er anderen die zich in hetzelfde gat willen nestelen. Ook Van den Broeck wil - nu ze hem ziet - nog een en ander aftoetsen. Het is iets wat je slechts één keer in je leven doet, zo'n Buchmesse openen. Falen is geen optie. 'Komt goed', zegt Grunberg. 'Ik heb het idee dat het tot nu voor ons allebei een bevredigende ervaring was, niet?'

Van den Broeck: 'Het heeft natuurlijk iets artificieels.'

Grunberg: 'Toch voelt het alsof we elkaar vaak hebben gezien.'

Van den Broeck: 'Dat klopt, maar als je al schrijvend communiceert, heb je natuurlijk de tijd om je gedachten te ordenen. Ik kan me voorstellen dat het misschien wat heftiger was geweest als we meer gepraat hadden.'

Grunberg: 'Hadden we dan ruzie gekregen?'

Van den Broeck: 'Misschien wel.'

De eerste keer zagen ze elkaar in Antwerpen, in de bistro van het Centraal Station.

Van den Broeck: 'Het was heel kort.'

Grunberg: 'Ik herinner het me als aangenaam.'

Daar hadden ze een munt opgeworpen. Om te beslissen wie de aanzet zou geven, wie het offensief zou openen, wie de ander met de eerste vraag zou bestoken. Grunberg won. Of verloor. Dat hangt ervan af hoe je het bekijkt. Want hoe doe je dat? Samen schrijven met iemand die je niet kent?

Van: Charlotte Aan: Arnon Onderwerp: Het begin

Grunberg: "'Hoe gaat het?", heb ik gevraagd. Dat leek me wel gepast.'

Van den Broeck: "'Wie ben je?", was minstens zo gepast geweest.'

Grunberg: 'Dat heb ik ook wel ergens gevraagd. Want het klopte: ik kende je niet. Ik vond dat prima.'

Van den Broeck: 'Ze hebben Grunberg eerst gevraagd en dan hebben ze volgens mij een aantal hokjes afgevinkt over de andere persoon: geen man, geen romanschrijver. Dan kom je al snel uit bij een vrouw en een dichter, twee categorieën waarin ik pas. Dat ik jong ben, helpt altijd heb ik gemerkt. Dat ik regelmatig op een podium sta, ook. Bovendien maakt Bart Moeyaert (artistiek intendant van gastlanden Vlaanderen en Nederland, nvdr) er een mooi en bewonderenswaardig punt van op de Buchmesse de veelheid aan genres te tonen en dus ook de achtergebleven kinderen van de literatuur. De poëzie, de graphic novels, zaken waar eigenlijk geen markt voor is, die economisch doodgeboren zijn, maar daarom net heel vrij zijn.'

Karoly Effenberger

Nu klinkt het alsof u wat gegeneerd was door de vraag?

CHARLOTTE VAN DEN BROECK: Dat was ik ook, in zekere zin. Ik denk dat ik lijkbleek was toen ik van het Letterenfonds in Berchem naar huis fietste. Ik had geen idee waarom ze me gebeld hadden, waarom ze me wilden zien. Ik dacht dat het iets vreselijks was, dat ik plagiaat had gepleegd, dat ze mijn boeken zouden verbranden. 'Wil je de Buchmesse openen?', vroeg Koen Van Bockstael, de directeur. Ik heb altijd 'ja' gezegd op alles wat men me vroeg of voorstelde. Nu twijfelde ik. Moet ik dat wel doen, vroeg ik me af. Ben ik hier klaar voor? Kan ik dat? Ik vond dat ik het niet verdiende. Nog niet. Er zijn zo veel coryfeeën. Een schrijver als Stefan Hertmans, die zou dat heel goed doen. Het zou ook logisch zijn om hem te kiezen.

U bent geboren in 1991, drie jaar voordat Grunberg debuteerde met Blauwe maandagen. Hoe goed kent u hem?

VAN DEN BROECK: Vaagweg. Ik heb Tirza gelezen. En dat boek met die blauwe kaft.

ARNON GRUNBERG: Huid en haar.

VAN DEN BROECK: Nee, over die econome.

GRUNBERG: Huid en haar.

VAN DEN BROECK: Het is niet dat ik zijn oeuvre goed ken. Ik kende hem als, ja, als figuur.

GRUNBERG: Wat voor figuur was ik dan volgens jou?

Van den Broeck sluit haar handen rond haar kopje thee en legt daarna haar woorden op tafel als een pokerspeelster haar kaarten. 'Iemand die het debat niet schuwt. Provocatief. Cynisch.'

Als Arnon reageert - nee, antwoordt is een beter woord - doet hij dat opvallend zacht.

GRUNBERG: Ik ben niet cynisch. Scherp, ja. Ironisch. Meedogenloos. Kijk, ik word gedreven door de waarheid. Ik wil weten. Werkelijk alles weten. Als schrijver is het niet slecht om dan meedogenloos te zijn. In het dagelijkse leven moet je compromissen sluiten, beleefd zijn. Je probeert mensen geen pijn te doen. Dat is een goede eigenschap. Als je fictie schrijft, moet je daarvan af. Dan ben je niets met goedheid en lieflijkheid en kun je de wereld laten zien zoals je denkt dat hij echt is. Zonder alle remmingen die we om allerlei begrijpbare redenen inbouwen.

VAN DEN BROECK: Zou je willen dat de werkelijkheid zo is?

GRUNBERG: Zoals ik hem beschrijf in mijn romans?

Van den Broeck knikt.

GRUNBERG: Ik denk dat hij zo is.

Bij de generatiegenoten van Charlotte in Nederland stuit dat op kritiek. 'We gaan voor meer menselijke verhalen', verwoordde auteur Joost de Vries het. Ironie beschouwt hij als uit de tijd. En hij voegde er net niet aan toe: weg met de wereld volgens Grunberg.

GRUNBERG: Ik ga liever uit van hoe het is dan van hoe het zou moeten zijn. Maar wat ik interessant vind aan die kritiek: het gaat niet om een literaire polemiek, het gaat om een wereldbeeld en of we dat wel of niet delen. Ik schrijf over geweld, ik wil naar de kern van geweld omdat het voor mij het fundamentele probleem is van onze cultuur. Mensen die zeggen: het wereldbeeld van Arnon klopt niet, zijn mensen die zich meestal ook niet kunnen voorstellen dat er oorlog is in Europa. Ik kan dat wel. Niet omdat ik oorlog heb meegemaakt, maar door het verleden van mijn ouders ben ik me er heel erg bewust van dat vrede en veiligheid niet vanzelfsprekend zijn. Mijn ouders hebben die omslag meegemaakt. Waarom zou die omslag nooit meer komen? Ik vind het erg gevaarlijk om vrede als evident te beschouwen, om te menen dat oorlog iets van de periferie is. Als je dat denkt, als je zo naar de wereld kijkt, leef je volgens mij heel erg naar binnen gekeerd.

Ik vind schrijven en optreden een goede combinatie. Ik hou ervan mijn publiek te zien

Van den Broeck

VAN DEN BROECK: Die brede blik mis ik soms een beetje bij die generatie schrijvers - waar ik me voor de duidelijkheid niet onmiddellijk toe reken. Als ik columns lees van Daan Heerma van Voss bijvoorbeeld, dan zijn die erg gericht op het individuele, alsof alle belevenissen van de schrijver boeiend genoeg zijn om een verhaal van te maken. 'Is het dat?', denk ik dan. Het is de kunst van de alledaagsheid. Ik weet niet of ik dat boeiend genoeg vind.

Na uw eerste bundel, die rond uw eigen leven cirkelt, zei u: 'Ik moet mijn ik kwijt raken.' Wat bedoelde u daarmee?

VAN DEN BROECK: Ik heb toen ook gezegd dat ik heel lang niet zou schrijven, dat ik eerst wat ouder moest worden en kijken wat ik nog allemaal wilde doen. Dat is me niet gelukt.

GRUNBERG: Ik ben benieuwd naar het antwoord op de vraag. Waarom wil jij je 'ik' kwijt raken?

VAN DEN BROECK: Het is heel makkelijk voor mij om anekdotische gedichten te schrijven, maar hoe vaker ik dat doe, hoe meer dat aanvoelt als een trucje, alsof ik niet genoeg moeite doe en gewoon het effect najaag. In mijn nieuwe bundel heb ik het over ontheemding, dat is mijn grote thema, dat weet ik, dat voel ik en daarvoor wilde ik voorbij het ik en het eigene schrijven. Het is me tot nu niet gelukt om dat volledig los te laten, maar dat is mijn ideaal of mijn wens, dat ik het ego kan overstijgen. Ik vind het sowieso moeilijk om een ego te hebben als schrijver. Waarom zou mijn anekdotiek anderen iets bijbrengen?

GRUNBERG: Op een gegeven moment kun je uitgeschreven zijn, zeker, maar je zit wel vast aan jezelf. Je komt niet los van je eigen bewustzijn en je eigen lichaam, zelfs al ga je over andere mensen schrijven of je verdiepen in andere mensen, dan nog ben jij degene die kijkt en is het geen toeval dat net jij over die mensen schrijft. Je zit met een ego, of je dat nu wilt of niet.

VAN DEN BROECK: Op dit moment lees ik behoorlijk wat filosofische teksten. Wat ik zo wonderlijk vind, is dat het voor mij pure poëzie lijkt. Als je dat wat anders rangschikt op een blad, er wat witregels tussenvoegt, dan heb je gedichten. Net voor ik naar hier reisde, vond ik iets over schuifspanning. Weet je wat dat is? Het is iets uit de fysica, als wind over water trekt, dan zie je hooguit wat rimpelingen, maar in werkelijkheid worden er onderdelen verplaatst en verandert de samenstelling helemaal. Dat is zo'n krachtig beeld en dat bestaat gewoon. Er is zo veel dat je niet eens moet verzinnen.

De werkelijkheid als uitgangspunt. Is dat een onverwachte overeenkomst tussen jullie beiden?

GRUNBERG: De werkelijkheid en wat je beleeft, voeden mijn fantasie. Zoals Charlotte zegt: er is zo veel te zien, zo veel te ontdekken, er zijn zo veel werelden die je niet kent. Een paar weken meedraaien in een slachthuis relativeert alles weer. Het gevaar bestaat dat als je schrijft je leven verengt tot dat schrijven en je meent dat de literaire wereld de hele wereld is.

VAN DEN BROECK: Mijn vriendinnen verbazen zich daar altijd over. Als ze meegaan naar een optreden krijgen ze de kriebels van mensen die menen het leven te verwoorden maar zelf heel cerebraal in dat leven staan. Ik vind het soms moeilijk om me tussen 'ervaren' en 'denken' te plaatsen. Er flitsen zo veel beelden door mijn hoofd. Dat is op zich vermoeiend. Sinds ik schrijf, probeer ik dat bewust te scheiden: deelnemen en reflecteren. Dat lukt niet, maar ik moet dat proberen. Ik wil nog heel lang schrijven en dan moet je je geest ook verzorgen. Op de duur is alles materiaal en dat is geen mooi leven meer. Daarin verschillen we. Arnon staat ervaringsgerichter in het leven. Ik hoef niet alles mee te maken.

GRUNBERG: Ik ben nieuwsgierig. Ik ga het gevaar niet uit de weg. Integendeel.

Door het verleden van mijn ouders ben ik me er heel erg bewust van dat vrede en veiligheid niet vanzelfsprekend zijn

Grunberg

VAN DEN BROECK: Ik heb niet de drang om alles te kennen. Ik hoef niet alle landen van de wereld te zien voor ik sterf.

GRUNBERG: Dat hoef ik ook niet.

VAN DEN BROECK: Ik hoef niet alle drugs uitgeprobeerd te hebben.

GRUNBERG: Niet alle, nee, daar heb ik ook niet zo veel mee geëxperimenteerd. Maar er zijn toch ervaringen die je wilt meemaken, dingen die je wilt beleven, mensen die je wilt ontmoeten omdat je weet: dat is goed voor mijn werk?

VAN DEN BROECK: Ga je dan niet heel utilitair met mensen om? Je leert hen kennen in functie van, niet om wie ze zijn?

GRUNBERG: In Blauwe maandagen heb ik nog wel geschreven dat mensen even vervangbaar zijn als plastic zakken, maar sindsdien ben ik enigszins geëvolueerd. Al blijft het een moeilijk gegeven. Je rekt morele grenzen op. Meestal gaat het goed. Als je met het leger meereist naar Afghanistan, met een psychiater meeloopt, of zoals recent met een slachter, dan gebeurt dat in een professioneel kader. Je hebt die mensen uitgekozen om hun beroep. Dat is intiem, mensen nemen je in vertrouwen, geven je een inkijk in hun binnenste, maar je overschrijdt zelden een grens. Jij wilt hun verhaal, zij hopen dat jij eens een ander verhaal vertelt. Met die embedded projects bots je altijd op een morele grens. Maar utilitair? Nee. Het is de ontmoeting tussen de exhibitionist en de voyeur.

VAN DEN BROECK: Daar hebben we het ook over gehad. We willen allemaal dat ons leven een verhaal is, dat het een begin, een midden en een slot heeft en dat het ergens toe geleid heeft. Het is een manier van betekenis geven. Anders krijg je een erg fatalistisch wereldbeeld. Niets doet er toe. Als schrijver ben je een soort machthebber, je kunt de verhalen opbouwen volgens jouw visie.

GRUNBERG: Of de fictie schuift over de realiteit. Ik heb van die bizarre discussies met mijn zus. In Blauwe maandagen zitten heel veel biografische momenten, maar het blijft een roman, veel is verzonnen. Mijn zus is ervan overtuigd dat ze zaken die ik verzonnen heb, waarvan ik zeker weet dat ze niet gebeurd zijn, heeft meegemaakt. 'Ik heb het in Blauwe maandagen gelezen', zegt ze dan. Het is waar omdat het daar staat.

VAN DEN BROECK: Het grappige en ook een beetje het trieste bij mij is dat veel van wat ik geschreven heb ervaringen zijn geworden. Ik ben acht jaar samen geweest met mijn jeugdlief. Hij zei altijd: 'Waarom schrijf je geen gelukkig liefdesgedicht? We zijn toch gelukkig?' Dat was ook. We waren heel gelukkig. Het is uiteindelijk misgelopen, er bleek veel waarheid te zitten in al die ongelukkige gedichten.

GRUNBERG: Dat is wat ik daarnet bedoelde met die werkelijkheid. Tegen je lief zeg je: 'Ik hou van je', maar hoe het echt zit, dat schrijf je op. Misschien is dat wel goed voor de schrijver om te denken dat de wereld is zoals hij hem ziet.

VAN DEN BROECK: Dan dicht je jezelf erg veel waarde toe.

GRUNBERG: Iedereen die publiceert kent zichzelf een zekere waarde toe. Waarom doe je het anders? Om eerlijk te zijn: ik begrijp jouw worsteling niet.

VAN DEN BROECK: Ik heb het daar moeilijk mee.

Van: Charlotte Aan: Arnon Onderwerp: Angst

Komt dit wel goed? Kan het iets worden? Wat als het niets blijkt? Na anderhalve maand heen- en weer mailen, stuurde Van den Broeck haar twijfels naar Grunberg. 'Er dook een doemscenario in mijn hoofd op. Dat ik op dat podium iets ging zeggen dat vederlicht is en geen gewicht heeft. Ik dacht dat ik onmogelijk iets zou kunnen bedenken dat goed genoeg was voor de gelegenheid.'

Karoly Effenberger

Het antwoord van Grunberg was zakelijk en zonder medelijden. 'Als angst je gaat verlammen, dan kun je niet meer functioneren.' Hij had een goede raad: 'Los het op.'

GRUNBERG: Kijk, ik ben ooit begonnen bij Wim Brands (Nederlandse journalist en presentator, nvdr). Ik moest interviews maken. De laatste keer dat hij me op reportage stuurde, riep hij me na: 'Denk maar niet dat je met iets bijzonders moet terugkomen. Als je dat denkt, wordt het geheid niets.' Het zijn zinnen die ik nooit meer ben vergeten. Als je van jezelf vindt of verwacht dat je iets bijzonders moet maken, dan schiet je in een kramp die slecht is voor het schrijven.

VAN DEN BROECK: De consequentie is dat je het beste maakt wat je op dat moment kunt doen en dat is niet noodzakelijk het allerbeste. Het klinkt misschien vreemd, maar schrijven brengt een verantwoordelijkheid met zich mee.

GRUNBERG: Over welke verantwoordelijkheid heb je het?

VAN DEN BROECK: Om iets te maken dat betekenis heeft voor anderen. Ik zou het erg vinden als ik daarin faal.

GRUNBERG: Een brandweerman heeft een grotere verantwoordelijkheid. Ons falen is altijd minder erg dan dat van de hartchirurg. Er gaat nooit iemand dood.

VAN DEN BROECK: Tenzij de schrijver zelf.

GRUNBERG: Lieve Charlotte, waarom schrijf je?

VAN DEN BROECK: Het is me overkomen. Ik heb veel gelezen en ik merkte dat ik weinig weerstand had tegen teksten. Als ik een roman over oorlog las, kwam dat rechtstreeks bij mij binnen, veel sterker dan als ik een gruwelijk nieuwsbericht zag. Ik ben niet opgegroeid met boeken. Als ik wilde lezen, dan kon dat, maar thuis kon ik geen Hugo Claus uit de kast trekken. Mijn ontmoeting met de literatuur is vertraagd tot stand gekomen. Ik zag mezelf altijd op een podium terechtkomen. Ik vind schrijven en optreden een goede combinatie. Ik hou ervan mijn publiek te zien.

GRUNBERG: Ik niet. Ik vind het heerlijk dat je de mensen niet ziet.

VAN DEN BROECK: En jij? Waarom ben jij beginnen te schrijven?

GRUNBERG: Ook ik wilde eerst spelen, maar de ontdekking van het schrijven was dat je via taal macht kreeg over je omgeving en jezelf. Je maakt iets beschamends mee en op het moment dat je gaat schrijven, overwin je die situatie en gebruik je die anekdote. Of ze nu echt is of niet. Je doet er iets mee. De onmacht wordt macht, je zet verlies om in winst. En dan was er een ander cruciaal moment. Charlie Chaplin stierf. Ik was een jaar of zeven en mijn vader nam me mee naar zijn films. Dat was een ontdekking. Dat je zo kon lachen om trieste dingen. Dat wilde ik ook. Ironie heeft een slechte bijnaam gekregen. Ten onrechte. Het wordt ingezet om buiten schot te blijven, maar voor mij betekent het dat je altijd op drijfzand staat. Wat je ook doet of zegt.

***

'We gaan', fluistert Marianne, de ex van Grunberg in zijn oor. Grunberg kijkt verstoord, er glijdt iets van ontgoocheling over zijn gezicht. 'Nu al?' Hij omhelst Marianne, drukt Maju, zijn petekind tegen zich aan, laat hen los en geeft hen snel nog een zoen. Er komt niet zo gauw meer een gat waarin ze zich samen kunnen terugtrekken. Van den Broeck had het over tijd gehad, hoe ze steeds bezig is met tijd te kopen om te kunnen schrijven. 'Tijd is een probleem', zegt Grunberg. 'Als schrijver verwaarloos je altijd je omgeving, je doet mensen tekort.' Hij wijst over zijn schouder. '"Pas je op je petekind?" werd me gevraagd. Ik zette hem achter de iPad omdat ik moest schrijven. Daar kan ik me schuldig over voelen. Ik heb weinig met hem gespeeld en veel geschreven als hij er was. Het is geen drama, we hebben een goede band, maar het is wel iets waar ik me bewust van ben. Steeds weer denk je: volgende keer spelen we voetbal. Maar dan is hij ineens twaalf en heb je nooit met hem gevoetbald. En toch kun je het schrijven niet laten.'

VAN DEN BROECK: Dan wil je toch dat wat je doet betekenis heeft? Dat bedoel ik ook met die verantwoordelijkheid. Het moet bijzonder zijn. Ik vecht vaak met de tijd. Mijn nieuwe bundel moet klaar zijn op 1 november, maar ik weet dat ik niet alles zal gezegd hebben over ontheemding. Dat is zo'n groot thema. Ik moet nu stoppen, maar zou perfect nog twee jaar kunnen doorschrijven. Natuurlijk kan ik daar in mijn volgende bundel gewoon op doorgaan, maar ik heb toch dat idee dat ik het in zijn geheel moet vatten. Een onzekere schrijver is altijd een beetje megalomaan.

Ik heb niet de drang om alles te kennen. Ik hoef niet alle landen van de wereld te zien voor ik sterf

Van den Broeck

GRUNBERG: Je denkt toch niet dat je het laatste woord over een thema zult zeggen?

VAN DEN BROECK: Nee, maar voor mezelf wel. Een verhaal is af als het verteld is.

GRUNBERG: Zeg je dat een roman makkelijker is dan een gedicht?

Van: Charlotte Aan: Arnon Onderwerp: Ouders

Eén ding had Grunberg zich voorgenomen. Tijdens de opening moest hij iets over zijn ouders zeggen. 'Wat moet je over hen zeggen?' had Van den Broeck gevraagd. Het antwoord is even kort als aangrijpend. 'Dat ik hier sta op deze officiële gelegenheid had allebei mijn ouders ontroerd. Zij waren Berlijnse Joden, geboren in 1916 en 1927. Dat hun zoon in een grote Duitse stad op een officiële gelegenheid het publiek mag toespreken, had hun het gevoel gegeven de oorlog niet geheel verloren te hebben. Het had hun getroost.'

Hier in Frankfurt in de ontbijtzaal vraagt Grunberg aan Van den Broeck. 'Hoe zit het met jouw ouders? Gisteren vertelde je me dat ze niet naar de opening komen. Je zei me ook dat ze je gedichten niet gelezen hebben. Mag ik dat vermelden? Of vind je dat vervelend?'

'Nee', zegt Van den Broeck. Ze vindt dat niet vervelend. Het is een deel van de ontheemding. Alles wat ze doet, heeft ze zichzelf opgelegd. 'Ik voelde me altijd een beetje Mathilda vroeger.' Ze glimlacht.

GRUNBERG: Ik ben nu heel nieuwsgierig naar de ouders van Charlotte. Nu wil ik dadelijk embedded gaan bij haar ouders. Intuïtief weet ik dat het goed is voor mij als schrijver.

VAN DEN BROECK: Afblijven. Dat is mijn materiaal.

***

Als we afscheid nemen, rijdt de vuilniswagen voorbij. Binnenkort staat er poëzie van Van den Broeck op de carrosserie. 'Morgen auf diesen Laken, noch eine letzte Stunde hier.' Haar zin zal door Frankfurt rijden. Een zin die heimwee ademt.

(Tekst Tine Hens)

MEDIUMPZArnon GrunbergCharlotte Van den BroeckNederlandFrankfurtBerlijnWenen
Totaalprogramma ter ere van J.M.H. Berckmans, alias Het Pafke
Totaalprogramma ter ere van J.M.H. Berckmans, alias Het Pafke
Totaalprogramma ter ere van J.M.H. Berckmans, alias Het Pafke
Totaalprogramma ter ere van J.M.H. Berckmans, alias Het Pafke
Totaalprogramma ter ere van J.M.H. Berckmans, alias Het Pafke
Totaalprogramma ter ere van J.M.H. Berckmans, alias Het Pafke
Totaalprogramma ter ere van J.M.H. Berckmans, alias Het Pafke
Totaalprogramma ter ere van J.M.H. Berckmans, alias Het Pafke
06295592015-11-27 10:04:112015-11-27 10:43:15NonePas de parutionNormalarticleFrank HellemansPar Frank HellemansBoekenKnack.be

Totaalprogramma ter ere van J.M.H. Berckmans, alias Het Pafke

Op zaterdag 28 november trekt de Studio in Antwerpen alle registers open om J.M.H.Berckmans, de Vlaamse Céline, te herdenken met een 'psychotisch' bal maar ook met talloze literaire optredens van onder anderen Elvis Peeters, Charlotte Van den Broeck, Benno Barnard en Luuk Gruwez.

yesFrank Hellemans2015-11-27 10:28:00http://www.knack.be/nieuws/boeken/totaalprogramma-ter-ere-van-j-m-h-berckmans-alias-het-pafke/article-normal-629559.htmlhttp://m.knack.be/nieuws/boeken/totaalprogramma-ter-ere-van-j-m-h-berckmans-alias-het-pafke/article-normal-629559.htmlhttp://www.knack.be/nieuws/boeken/http://m.knack.be/nieuws/boeken/
Totaalprogramma ter ere van J.M.H. Berckmans, alias Het Pafke

Verhalenschrijver J.M.H.Berckmans is ondertussen al zeven jaar dood, maar de herinneringen aan zijn rock-'n-roll-optredens als literaire performer samen met Circus Bulderdrang en Vitalski zijn nog springlevend in de Antwerpse scène. Op zaterdag 28 november wordt in de Antwerpse Studio vanaf 20u een groots feest opgezet om Pafke, het Mafke - zoals Berckmans zichzelf graag afficheerde - te eren.

Letteren moeten knetteren

Berckmans zelf zou dit totaalspektakel wel hebben zien zitten. Tijdens zijn leven was hij notoir afkerig van schrijvers die zich met veel sérieux op een podium hesen. Nee, de letteren moesten knetteren - en liefst van al met veel uitzinnige echte én talige muziek. Vandaar dat Berckmans die in de jaren 1990 furore maakte met zijn kort verhalend proza vol muzikale intensiteit - nu verzameld in 'J.M.H.Berckmans' beste' - ook graag zelf muziek maakte op het podium, of bands uitnodigde om met hem de bühne te delen.

Nacht van Pafke

/Vonk & ZONEN en Villanella willen met 'De Nacht Van Pafke' de herinnering levend houden aan Berckmans' woeste energie door in zijn geest muziek en letteren te mixen. Onder anderen Rudy Trouvé, Circus Bulderdrang, Elvis Peeters & Perverted en Marcel Vanthilt komen Berckmans eren. Met als afsluiter een 'psychotisch' boekenbal met dj's Oliver Alex en Bert Lezy.

Daarnaast is er ook veel jong literair geweld dat zijn poëzie ten beste komt geven: van Jeroen van Rooij en Charlotte Van den Broeck tot Lieke Marsman. Bij wijze van antwoord geven dichters én poëziekenners Benno Barnard en Luuk Gruwez tegengas op neoklassieke wijze.

In Knack van deze week had Stijn Tormans een uitgebreide babbel met Stijn Meuris en Kris Verdonck, auteur van een film over J.M.H. 'Doctor Pafke' Berckmans, over het fenomeen Berckmans.

Frank Hellemans

LOW38hellemans-frankis redacteur Boeken van Knack.beHellemansFrankreporter-columnist/assets/5/avatar_2640.jpgFrank.hellemans@roularta.be<p>Frank Hellemans is redacteur Boeken van Knack.be</p>http://www.knack.be/nieuws/auteurs/frank-hellemans-38.htmlhttp://m.knack.be/nieuws/auteurs/frank-hellemans-38.htmlJ.M.H.BerckmansElvis PeetersCharlotte Van den BroeckBenno BarnardLuuk GruwezCircus Bulderdrang