Rudi Rotthier
Rudi Rotthier
Correspondent voor Knack.be in Noord-Amerika.
Opinie

13/09/10 om 13:38 - Bijgewerkt om 13:38

Suiker

Het Suikerfeest begon in gespreide slagorde.

Het Suikerfeest begon in gespreide slagorde. Het grote deel van het land zag de nieuwe maan van de nieuwe maand pas in de nacht van vrijdag op zaterdag, maar de meerderheid van de provincie Khyber Pakhtunkhwa vierde al op vrijdag het einde van de vasten.

In Islamabad is de openbare viering een saaie bedoening. Mensen keren naar hun plek van herkomst terug, en de hoofdstad is leeg, de winkels zitten dicht (ik dacht dat ik na dertig dagen eindelijk overdag een kopje thee zou kunnen drinken, maar blijkt nu dat het nog wel een dag of twee zal duren eer de snackbars en de coffeeshops weer opengaan).

Mensen delen suikergoed rond, vrouwen laten de handen met hennamotieven versieren. Mensen omhelzen kennissen. Er wordt gegroet: 'Eid Mubarak.' Vrouwen vegen de straten schoon.

Grijsaard Nadeem heeft al in zijn moskee de speciale gebedsessie meegemaakt. Hij zit in de schaduw van zijn kruidenierswinkeltje, is tussen 1976 en 1980 in de buurt van het Duitse Stuttgart als losse arbeider geld gaan verdienen, en heeft met de opbrengst zijn winkeltje gefinancierd.

Hij wil zijn roestig Duits op me uitproberen, maar schakelt gauw over op minder geroest Engels.

Is het een goed Suikerfeest?

'Het is een zorgelijk Suikerfeest. Geen enkel land zou het makkelijk hebben met de rampen die ons treffen: de aardbeving van 2005, de vele aanslagen, en nu een overstroming die qua schaal alles overtreft wat we hebben gekend. Daarbij komt dat onze leiders geen idee hebben hoe ze met die zaken om kunnen gaan. Onze politici regeren in de veronderstelling dat de dingen kunnen blijven zoals ze zijn. Ze houden mensen arm, en worden verkozen door die armelui een aalmoes toe te stoppen. Ze denken er niet over na hoe ze hun land kunnen opbouwen. Er zijn twee dingen nodig: geboortebeperking en onderwijs. De rest regelt zichzelf wel. Maar nu hebben de arme mensen zodanig veel kinderen en zijn ze zo arm dat ze een gewillige prooi worden voor degenen die aanslagen en oorlog willen organiseren.'

Aanslagen die, denkt hij stellig, door buitenlandse inlichtingendiensten worden georganiseerd.

Ziet hij iemand die wel het land wil opbouwen?

Ietwat onverwachts blijkt hij een kiezer te zijn van Jamaat-e-Islami, de belangrijkste van de moslimpartijen.

Die partij is toch tegen geboortebeperking?

'Nee, er zijn ook leden die stelling nemen ten voordele van familieplanning. En de partij is ten minste niet corrupt.'

De invoering van sharia ziet hij als alleen maar voordelig. 'Je moet wel weten wat je met sharia bedoelt. Mensen denken: handen van de dief afhakken. Maar hij die steelt uit honger wordt volgens de sharia niet bestraft. Alleen dieven in een maatschappij zonder behoeftigen worden zo bestraft, wanneer het misdrijf echt uit kwade wil geschiedt, en zonder verzachtende omstandigheden.'

Ik denk niet de plannen van Jamaat-e-Islami zo beperkt zijn.
'Misschien niet, maar zo is sharia wel bedoeld.'

Wat vindt hij van de Amerikaanse predikant die Korans wil verbranden.

'Ik weet dat het om één persoon gaat. Ik zeg niet: dat moet ik alle Amerikanen verwijten. Ik heb in Duitsland bijna alleen goede ervaringen gehad. Dan zeg ik toch niet: Europeanen zijn racisten. Ik zou wel willen dat Pakistani's evenmin over één kam geschoren worden. Mensen denken misschien: Pakistani's zijn terroristen. Maar voel je je hier minder dan heel welkom? Heeft er al iemand een onverdroten woord tegen jou gezegd? Zijn er straten die verboden zijn?'

Neen. Maar het zou me daarentegen niet verwonderen dat er ergens een betoging tegen de Koranverbranding wordt georganiseerd die ook westerlingen viseert.

'Mensen zijn soms dom. Maar als je de slotsom maakt, valt het met de bewoners van Pakistan wel mee. Aan het bewoners zal het niet liggen dat het land achter blijft. Ik denk soms: die zijn vertederend goed. Te goed. Al doen ze niet erg hun best als het op zakat (aalmoezen, rr) aankomt. Dat zou beter kunnen.'


Rudi Rotthier

Met dank aan Fonds Pascal Decroos



Onze partners