11/10/11 om 13:57 - Bijgewerkt om 13:57

Stabiliteit is nepargument

Na 2014 vallen alle parlementsverkiezingen misschien ooit nog eens samen. Maar alleen als de politieke partijen dat opportuun vinden.

In 2014 vallen de federale, regionale en Europese verkiezingen voor het eerst in vijftien jaar samen. In 1999 was dat een gevolg van de staatshervorming van 2003, die ook had gezorgd voor de opheffing van parlementaire dubbelmandaten en voor eigen en rechtstreeks verkozen parlementen in de gewesten en gemeenschappen. In 2014 is er een nieuwe 'moeder van alle verkiezingen', simpelweg omdat een federale regeerperiode vier jaar in beslag neemt en omdat het Europees Parlement en de parlementen van de deelstaten om de vijf jaar verkozen worden. Na de vervroegde federale parlementsverkiezingen in 2010, valt het einde van de zittijd van al die assemblees zodoende over drie jaar samen. Anders was dat pas in 2019 het geval geweest.

Het samenvallen van die drie verkiezingen was voor formateur Elio Di Rupo (PS) de laatste hindernis in het eerste luik (de staatshervorming en de politieke vernieuwing) van zijn formatieopdracht. CD&V was tegen, de zeven andere partijen waren voor. De uitkomst is Belgisch want uitgesteld, de uitleg is surrealistisch. Pas na 2104 kan een tweederdemeerderheid in het federale parlement beslissen dat ook haar legislatuurtermijn op vijf jaar wordt gebracht. Daarmee zou dan het ritme van de andere parlementen gevolgd worden, maar de deelstaten kunnen nog altijd beslissen om hun verkiezingen niet op dezelfde dag, maar bijvoorbeeld een week of een maand vroeger of later te organiseren. Of nog anders: terwijl sinds 1999 de regionale en Europese verkiezingen steeds samenvielen, zou dat vanaf 2019 zo zijn voor de federale en Europese verkiezingen. Over die straffe beslissing hebben Di Rupo en de acht onderhandelende partijen dus uren- en dagenlang gediscussieerd.

Terwijl in geen enkele (con)federale staat ter wereld federale en regionale verkiezingen op dezelfde dag plaatsvinden, net met de bedoeling dat de kiezer het beleid op elk niveau apart kan goed- of afkeuren, wordt in België vooral geklaagd dat zo'n systeem de politiek in een permanente staat van verkiezingskoorts brengt en een langetermijnbeleid in de weg staat. Maar in werkelijkheid zijn het de partijen zelf die zich vastrijden in dat hoge electorale tempo. In een samenspel met vooral de visuele media om een gunstige perceptie, putten hun kopstukken zichzelf uit door aan alle parlementsverkiezingen deel te nemen en aan 'level-hoppen' te doen (in 2010 nam 75 procent van de nauwelijks een jaar verkozen Vlaamse parlementsleden alweer deel aan de federale verkiezingen). Verkiezingen op het federale niveau dienen om de machtsverhoudingen op het regionale niveau te beïnvloeden, en omgekeerd. Voor eigen gewin wordt ook graag aan de verkiezingswetgeving gesleuteld (kiesomschrijvingen en -drempels, kandidatuurcumul enzovoort).

Tegen die achtergrond 'de stabiliteit van het beleid' inroepen als hét argument voor samenvallende verkiezingen, is puur nep. Dat er al jaren weinig of niets in huis komt van de vrijwaring van de pensioenen, een grondige hervorming van justitie en fiscus, een doortastend migratiebeleid en een sanering van de overheidsfinanciën, heeft heel andere oorzaken.

Patrick Martens

Onze partners