16/04/12 om 11:44 - Bijgewerkt om 11:44

Spanje bloedt, de eurozone kreunt

De gevreesde heisa op de obligatiemarkten manifesteert zich helaas ook. Spanje wordt getroffen door een drietapsraket.

Spanje bloedt, de eurozone kreunt

© AFP

De rente op de Spaanse overheidsschuld stijgt fors, het renteverschil met Duitsland neemt verder toe, zoals ook voor Italië trouwens. De vertrouwenscrisis binnen de eurozone tast nu ook nadrukkelijk de grote landen aan. Enkel imposante én geloofwaardige stappen in de richting van een echte politieke unie kunnen het tij doen keren. De recente akkoorden rond het fiscal compact en het stabiliteitspact (EFSF/ESM) schieten daaromtrent, zoveel mag nu wel duidelijk zijn, tekort.

Spanje ziet zich geconfronteerd met drie elkaar versterkende problemen. Het eerste is dat van de vastgoedcrisis. Spanje kende in de eerste jaren van de euro een enorme vastgoedboom, vooral gedreven door de fors lagere rentevoeten voortvloeiend uit de introductie van de euro. Er werd een overcapaciteit aan huizen en appartementen van minstens 2,5 miljoen stuks opgebouwd. De vastgoedprijzen kwamen al 15% naar beneden vanaf hun top in het derde kwartaal van 2007. De algemene verwachting is dat deze prijzen nog eens minstens 30% zullen dalen vooraleer de markt zich kan herstellen.

Een dergelijke daling van de vastgoedprijzen gaat een ravage aanrichten bij de Spaanse banken, het tweede grote Spaanse probleem. De banken hebben vandaag 400 miljard euro aan leningen gerelateerd aan het vastgoed op hun balans staan. Op 80 miljard daarvan zal zwaar tot volledig moeten afgeschreven worden. Zetten de prijsdalingen zich door dan zal dit bedrag minstens verdubbelen. De regering droeg de Spaanse banken op om 50 miljard bijkomend te reserveren voor verzurende leningen. Die 50 miljard is volstrekt onvoldoende voor de vastgoedschok die de banken in de komende periode te verwerken zullen krijgen.

De Spaanse banken zullen dus hun kapitaal aanzienlijk moeten versterken. De belangstelling daarvoor vanuit de markten is zeer klein zodat de overheid zal moeten inspringen. De Spaanse overheid zit zelf echter tot over haar oren in de financieringsproblemen, het derde grote probleem voro het land van koning Juan Carlos. Tegen de achtergrond van een uitdiepende recessie is het, naar analogie met de ervaring in Griekenland, erg moeilijk om het begrotingsdeficit onder controle te krijgen. Vorig jaar plande Madrid uit te komen op een deficit gelijk aan 6% van het BBP maar werd het uiteindelijk 8,5%. Voor dit jaar ligt na enig gebakkelei met Europa 5,3% als objectief op tafel. Het is erg twijfelachtig of men dit objectief zal halen.

Inzake budgettaire beheersing zit de Spaanse regering met een serieus probleem bij de lagere overheden en bij de staatsondernemingen. Bij deze laatste wordt gevreesd dat ongeveer 50 miljard euro aan schuld moeilijk op normale wijze zal te hernieuwen vallen. Regio's en andere lagere overheden raken steeds verder achterop met hun betalingsverplichtingen. Volgens de Bank of Spain gaat het hier om een bedrag van minstens 40 miljard euro. Dat Andalucië, Catalonia en Baskenland een regering hebben die qua samenstelling verschilt van die in Madrid helpt in dezen zeker niet.

Zoals zo vaak zijn ook in Spanje de banken en de overheden aan mekaar overgeleverd. De Spaanse banken namen de voorbije periode gretig krediet op bij de Europese Centrale Bank (ECB). Zij deden dat onder meer in het kader van 1000 miljard euro aan financieringen ter beschikking gesteld door de ECB in het kader van de zogenaamde LTROs. Via deze weg kochten de banken de voorbije drie maanden bijkomend 40 miljard aan Spaans overheidspapier op. Komt Spanje verder in de problemen, dan daalt de waarde van dit papier en escaleren de verliezen van de Spaanse banken.

Spanje ziet zich aldus geconfronteerd met een drietrapsraket bestaande uit een zware vastgoedcrisis, toenemende bankverliezen en uit de hand lopende publieke financiën. De brandstof van deze raket is het gebrek aan economische groei en aan duurzame tewerkstelling. Spanje heeft de hoogste werkloosheid (zeker op het vlak van jongeren) binnen de eurozone. De Spaanse regering nam reeds enkele moedige beslissingen om de groei en de tewerkstelling aan te zwengelen maar dergelijke maatregelen vergen tijd om doorheen het systeem een positief resultaat te kunnen neerzetten.

De toenemende onrust op de Europese obligatiemarkten raakt nu op de eerste plaats Spanje, van nabij gevolgd door Italië. Ook in niet te best vaarwater zit België terwijl iedereen de adem inhoudt over wat er met Frankrijk gaat gebeuren naar aanleiding van de presidentsverkiezingen. Het algemeen gevoel van onrust ten opzichte van alles wat met de eurozone te maken heeft, hangt zeker ook samen met de manier waarop het Griekse probleem werd aangepakt. Meer bepaald het feit dat men aan de private houders van Grieks papier een forse default opgedrongen heeft terwijl de publieke houders van die schuld (ECB, IMF, ...) onaangeroerd bleven, zindert na op de markten.

Onze partners