01/06/11 om 06:45 - Bijgewerkt om 06:45

Solidair met de banken

Waarom moeten wij solidair zijn met onze armlastige Europese medeburgers, Grieken, Portugezen, Spanjaarden?

Waarom moeten wij solidair zijn met onze armlastige Europese medeburgers, Grieken, Portugezen, Spanjaarden? Wat blijkt? Wij moeten solidariteit betonen niet omdat de burgers in Griekenland, Portugal en Spanje hun hard bevochten sociale verworvenheden fors teruggedraaid zien. Maar omdat die landen grote schulden hebben uitstaan bij ons banken. 'Als wij bijvoorbeeld Griekenland, Spanje of Portugal niet op het droge trekken, zullen onze banken grote verliezen lijden, waarvoor wij uiteindelijk zullen opdraaien.' Die toch wel verrassende uitspraak, deze week te lezen in Knack, is van SP.A'er Frank Vandenbroucke.

Wij draaien nu al geruime tijd op voor de banken die jarenlang met gifkredieten jongleerden en inzetten op bedenkelijke obligaties. Maar dat volstaat kennelijk niet. We moeten nog meer solidariteit betonen, niet met de Grieken, niet met de Portugezen, niet met de schare van werkloze Spaanse jongeren, maar met diezelfde banken die een Ponzisysteem hebben georganiseerd met Grieks, Portugees en Spaans schuldpapier. En wij moeten dat doen uit eigenbelang, zegt Vandenbroucke.

Waarna Vandenbroucke zich zorgen maakt omdat de mensen de Europese Unie blijven zien als een samenwerking op het vlak van begrotingscijfers en loonkostencompetitiviteit. 'Zolang dat zo blijft,' waarschuwt hij, 'zal de weerstand (tegen Europa) blijven bestaan en zal de druk van het nationalistische populisme blijven toenemen.'

Tot die horde van nationalistische populisten behoren, zo te lezen, de Tsjechische president Vaclav Klaus, vorige week nog voor een spreekbeurt in Antwerpen, en diens inleider bij die gelegenheid, N-VA-voorzitter Bart De Wever. Dat hij in het verleden ook al als klimaatontkenner naar buiten trad, maakt dat de Tsjechische president niet meer in de weldenkende Europese salons wordt uitgenodigd.

Een wat opgewonden columnist zette vorige week Klaus in een hok samen met Ratko Mladic, de pas opgepakte Servische generaal die verantwoordelijk is voor de moordpartij in Srebrenica. Een opmerkelijke bewering, want het enige wat Klaus kan worden aangewreven is dat hij in samenspraak - en op diens verzoek - met zijn Slowaakse collega Vladimir Meciar op ordentelijke wijze Tsjecho-Slowakije opsplitste. Met instemming van Slowaken en Tsjechen. En tot gisteren werd geen gestamp van soldatenlaarzen waargenomen in de straten van Praag.

Mladic daarentegen was een creatuur van Europa, dat hem en zijn moordzuchtige kompanen jarenlang liet begaan. Tal van onderhandelaars en andere gezanten werden naar Servië gestuurd om er aan rijk gevulde tafelen te onderhandelen met Mladic en andere schurken.

In uniform gestoken doch licht bewapende vredestichters als Dutchbat werden uitgestuurd en snel weer teruggeroepen, zodat Mladic in Srebrenica zijn moorddadige gang kon gaan.

Het blijft de verdienste van de Amerikaanse president Bill Clinton dat hij, ondanks het diplomatieke verweer in de Europese hoofdsteden, de NAVO onder druk zette, zijn jachtbommenwerpers uitstuurde en de Serviërs op de knieën dwong. En dan nog werden, terwijl de Amerikaanse jachtbommenwerpers warm draaiden, vanuit Franse NAVO-kwartieren de doelwittenlijsten naar de Serviërs gelekt.

Srebrenica is een Europese schande, een EU-schande.

De nationalistische populisten, veelal van erg liberale signatuur, vormen weinig gevaar voor de Europese Unie. Het echte probleem van de Europese Unie werd in 1950 al geformuleerd door de Nederlander Max Kohnstamm, medewerker van Jean Monnet: 'De nationale staten zullen ten bate van de eenheid van Europa moeten afzien van velerlei vormen van economisch dirigisme, waarop men gehoopt had te kunnen steunen bij de opbouw van een verantwoordelijke maatschappij.'

Kohnstamm had het over de nationale staat die zich na de Tweede Wereldoorlog ging inlaten met het sociale welzijn van de burgers - zeg maar de verzorgingsstaat.

Sinds de uitspraak van Kohnstamm werden de burgers voor hun welzijn grotendeels afhankelijk van de verzorgingsstaat. Wat maakt dat zij er groot belang bij hebben dat het sociale systeem, waar ze voor hebben betaald, samen met hun natiestaat overeind blijft en niet wordt vermalen door de ultraliberale machine die de Europese Unie is. Een superstaat die bovendien, om het Duitse Grondwettelijk Hof te citeren, niet eens een politiek systeem tot stand wil brengen dat toelaat op basis van een Europese meerderheidswil een regering te vormen die zich onderwerpt aan de parlementaire controle.

Momenteel weet de EU-burger eigenlijk niet wie over zijn welzijn, over het voortbestaan van zijn sociaal systeem beslist. Laat staan dat hij de Europese kopstukken die zijn verzorgingsstaat aftuigen electoraal kan bestraffen. Dat gevoelen van machteloosheid kan verstrekkende gevolgen hebben.

De Europese socialisten, ooit de gangmakers van de Europese gedachte, zitten daar met een probleem. De enige oplossing die zij voorlopig kunnen bedenken is dat de EU-onderdaan solidair moet zijn met de banken.

Zo'n uitspraak zegt toch wat over de staat van de Europese sociaaldemocratie.

Onze partners