06/06/12 om 08:13 - Bijgewerkt om 08:13

Sharia4Belgium confronteert Brussel met realiteit

De recente niqabrellen in Molenbeek en eerdere opstootjes in andere Brusselse probleemwijken confronteerden het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest telkens met de harde realiteit: het kan dit soort samenlevingsproblemen duidelijk niet alleen aan.

De recente nikabrellen in Molenbeek en eerdere opstootjes in andere Brusselse probleemwijken confronteerden het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest telkens met de harde realiteit.

Het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest kan duidelijk dit soort samenlevingsproblemen niet alleen aan. Brussel is, hoe groot ook de eigendunk, geen volwaardig gewest. Brussel, een breiwerk van 19 gemeenten, is ook geen stad. Brussel is een groot dienstencentrum dat 's avonds zo goed als leeg loopt en waar een kwart van de mensen dat er achterblijft op en onder de armoedegrens leeft.

Die problemen zijn al tientallen jaren bekend en voldoende in kaart gebracht. 28 procent van de jonge Brusselaars verlaat de school zonder diploma. 30 procent van de jonge Brusselaars - in sommige buurten zelfs 1 op 2 - heeft geen werk. Het gemiddelde inkomen van de Brusselaars ligt zo'n 15 procent onder het nationale gemiddelde.

Maar al die jaren hebben de Brusselse beleidsmakers die sociale kwestie straal genegeerd en zich toegelegd op de onderlinge verdeling en verkwisting van de bekende en verdoken geldstromen vanuit de federale koffers.

Na de door Sharia4Belgium gestuurde opstootjes in Molenbeek tuimelen Franstalige en Brusselse politici plots over elkaar om toch maar met de strafste verklaringen uit te pakken over het hoofddoekenverbod, de invoering van de inburgeringscontracten en het buiten de wet stellen van organisaties als Sharia4Belgium.

Het debat dat jaren geleden al in Vlaanderen losbarstte - en toen werd in Franstalige België wat meewarig gekeken naar het 'verontrustende racisme' benoorden de taalgrens - heeft nu ook Brussel en Wallonië bereikt.

Vooral de liberale MR neemt het voortouw in de strijd tegen wat wordt genoemd 'de middeleeuwse gewoonten binnen een gemeenschap'. Ook premier Elio Di Rupo (PS) tapt uit hetzelfde vaatje en dringt aan op het verbieden van Shariah4Belgium.

Vicepremier Didier Reynders (MR), binnenkort verkiesbaar voor de gemeenteraad van het residentiële Ukkel, sprak zich al uit voor het hoofddoekenverbod, net als MR-voorzitter Charles Michel. Hun partijgenoot Daniël Bacquelaine, leider van de MR-fractie in de Kamer van Volksvertegenwoordigers, deed eerder deze week het multiculturele model af als een mislukking.

Maar de electorale campagne van MR, en intussen ook van PS, legt vooral de Brusselse onmacht bloot. Brussel is geen volwaardig gewest en beschikt niet over de territoriale en financiële middelen om dat ooit te worden.

De enige werkbare oplossing voor Brussel werd na de oorlog al, in 1947, aangereikt door de Luikse liberaal Jean Rey, de latere voorzitter van de Europese Commissie. Jean Rey stelde voor België te hervormen tot een confederatie van gewestelijke staten, Vlaanderen en Wallonië, met Brussel als federale hoofdstad. Die zou dan cultureel en administratief zelfbestuur krijgen; alle andere bevoegdheden zouden toekomen aan de federale overheid.

Brusselaars, zowel Franstalige als Vlaamse Brusselaars, willen echter onder geen beding dat het Hoofdstedelijk Gewest onder Vlaamse en Waalse voogdij komt. Want dat zou, volgens UCL-filosoof Philippe Van Parijs, neerkomen op puur kolonialisme.

Onder Brusselaars is het intussen erg bon ton te praten over de Brusselse eigenheid. Historicus Harry Van Velthoven had het onlangs in het blad Doorbraak over een soortement van 'Brussels nationalisme'. Die Brusselse eigendunk wordt uiteraard gevoed door praatjes als die van gewezen premier Jean-Luc Dehaene, die onlangs in de krant Le Soir Brussel voorstelde als onze enige loopplank naar het internationale niveau.

In een recent gesprek met de zelfde krant zegt VUB-socioloog Eric Corijn: "De rijkdom die Brussel voortbrengt komt anderen ten goede." Dat is een veelgehoorde opmerking in Brusselse kringen, ook al snijdt die geen hout. Want Brussel zelf brengt niets voort en zeker geen rijkdom. Anders hadden de verpauperde en werkloze allochtonen in Molenbeek, Anderlecht, Schaarbeek en Sint-Joost-ten-Node dat wel gemerkt.

Brussel is een werkplaats, een centrum waar ambtelijke en tertiaire diensten zijn gevestigd en waar een goed deel van het overschot op de Belgische betalingsbalans wordt gecreëerd door hooggeschoolden die er dagelijks komen werken, onder meer bij de internationale instellingen die er hun hoofdkwartier installeerden.

De omvangrijke infrastructuur die Brussel in staat stelt om zich als internationale trefplaats voor te wenden, heeft niks Brussels maar wordt door de federale overheid bekostigd.

Of de Brusselaars dat nu fijn vinden of niet: Brussel staat nu al onder de voogdij van de federale staat, en bijgevolg van Vlaanderen en Wallonië.
Van de Brusselse economische activiteit is omzeggens 80 procent met Vlaanderen gelinkt. Om de Brusselse constructie overeind te houden heeft de federale regering niet alleen voor bijkomende financiële middelen gezorgd, maar wordt via de nieuwe bijzondere financieringswet - als die er ooit komt - een bijkomende geldstroom van Vlaanderen naar Brussel opengedraaid.

Brussel leeft al jaren boven zijn stand maar blijft tegen beter weten in de schijn ophouden dat het een volwaardig gewest zou zijn. Er zal meer nodig zijn dan het verbieden van Sharia4Belgium om van Brussel een stad, laat staan een volwaardig gewest te maken.

Rik Van Cauwelaert

Onze partners