Dirk Draulans
Dirk Draulans
Redacteur bij Knack
Opinie

14/05/12 om 07:07 - Bijgewerkt om 07:07

Radioactieve wolven zijn kerngezond

De wolvenpopulatie rond de vernielde kerncentrale van Tsjernobyl floreert als nooit tevoren.

Er zijn van die onderwerpen waarvan je als schrijver op voorhand weet dat je er de gram van een goed deel van de goegemeente mee over je heen zal halen. De goegemeente die niet altijd goed leest, of die dikwijls vooringenomen is.

Met vossen en wolven heb je altijd prijs. Elk pleidooi voor begrip voor deze prachtige roofdieren, die hun plaats verdienen in een ecosysteem - het hoeft zelfs niet per se een echt natuurlijk ecosysteem te zijn - stuit op dierenhaters die alleen aan zichzelf, en hun kippen en schapen, denken. Alle argumenten dat kippen en schapen slechts een marginaal onderdeel van de voeding van vossen en wolven vormen, worden weggewuifd met de zwakke overtuiging van het beter weten. Vossen en wolven zijn in die visie monsters die bij ons zo goed als uitgeroeid waren, en het ware beter dat dat zo bleef.

Terwijl voor mensen die met de nodige afstand naar onze natuur kijken, vossen en wolven fantastische dieren zijn die hier hun plaats hebben. Hopelijk maken wij het nog mee dat een wolvenfamilie haar thuis vindt in het Nationaal Park Hoge Kempen in Limburg.

Een ander heikel onderwerp is radioactiviteit, net als genetische manipulatie een thema dat automatisch emoties opwekt, woede ook, maar dat vooral getuigt van een volslagen negeren van elke vorm van wetenschappelijke kennis ter zake. Probeer zelfs maar een zweem van nuance in het debat over de schadelijke gevolgen van ongevallen met kerncentrales voor de volksgezondheid te brengen, of je wordt in de banvloek geslagen van zij die menen te weten dat radioactiviteit de baarlijke duivel is, en het einde van de mensheid zal betekenen.

Terwijl volgens recente inzichten het einde van de mensheid, als het al een realistisch toekomstperspectief op korte termijn is, het gevolg zal zijn van de collectieve effecten van ons dagdagelijks gedrag. Ga eens met de fiets naar de bakker, en niet met de auto, in plaats van uzelf wijs te maken dat de ongevallen met de kerncentrales van Tsjernobyl en Fukushima honderdduizenden slachtoffers hebben gemaakt.

Maar bon, volharden in de boosheid is een nuttige eigenschap voor een journalist met een mening, zeker als er een studie opduikt die twee van zijn dada's in één verhaal combineert. Beginnen we met een recent artikel in het vakblad Biology Letters, dat de beweringen aanvecht van enkele ecologen die stelden dat de populaties van vogels als de boerenzwaluw in de voor mensen afgesloten zone rond de centrale van Tsjernobyl drastisch terugvallen als gevolg van radioactiviteit.

Fout, stellen Britse wetenschappers na grondig onderzoek onomwonden. De waargenomen veranderingen in vogelpopulaties zijn het gevolg van veranderingen in hun leefmilieu die niets met radioactiviteit te maken hebben, maar alles met de afwezigheid van mensen - in een zone met een straal van 30 kilometer rond de centrale is menselijke aanwezigheid in principe verboden. Boerenzwaluwen kunnen daar last van hebben. Zelfs bij ons is het zo dat er meer zwaluwen broeden in stallen met vee dan in lege stallen, omdat het vee insecten aantrekt waar de zwaluwen van leven. Minder mensen betekent dus minder vee, en minder vee minder zwaluwen. Zo eenvoudig kan het zijn.

Het onderzoek is het zoveelste in een groeiende rij dat stelt dat de afwezigheid van mensen voordeliger is voor andere dieren dan de afwezigheid van radioactiviteit. Het weghalen van mensen was een zegen voor de fauna rond Tsjernobyl. Het wetenschappelijke topvakblad Science bespreekt in deze context een natuurdocumentaire, waarin de aanwezigheid van wolven in de exclusiezone rond Tsjernobyl belicht wordt.

Wat blijkt, tot spijt van wie het benijdt? Dat de wolvenpopulatie rond Tsjernobyl floreert als nooit tevoren (net als de populaties van zeearenden en reuzenmeervallen - grote dieren die zwaar te lijden hebben van menselijke activiteit). Er zit wel een schokkend shot in de film, waarbij een geigerteller boven een voor wetenschappelijk onderzoek gevangen jonge wolf ver uitslaat en een hoge radioactiviteit aangeeft. Het dier heeft dus effectief te maken met de gevolgen van het kernongeval, maar blijkbaar leidt dat niet tot problemen met de gezondheid of de voortplanting. De wolvenpopulatie gedraagt er zich zoals elke wolvenpopulatie, en lijkt kerngezond.

Een cynische geest zou hier het besluit uit kunnen trekken dat het voor een ongerepte natuur beter zou zijn dat er wat meer kernongevallen gebeuren. Gelukkig is het creëren van grote natuurreservaten (als het Nationaal Park Hoge Kempen) een waardevol alternatief.

Dirk Draulans

Onze partners