26/01/13 om 10:56 - Bijgewerkt om 10:56

PS-senatoren doen aan goedkope politieke recuperatie

Premier Elio Di Rupo heeft groot gelijk zich, zij het eerder subtiel, te distantiëren van het voorstel van de PS-sentoren rond bedrijfssluitingen.

PS-senatoren doen aan goedkope politieke recuperatie

© Belga

Het valt op, zo stelde onlangs een eminent deelnemer aan het sociaal overleg in België, dat als je met Waalse vakbondsmensen praat, woorden als, bijvoorbeeld, "klassenstrijd", "uitbuiting" en "kapitalistisch profitariaat" voortdurend vallen. Ook de senatoren van regeringspartij PS zitten blijkbaar heel dicht bij deze marxistische visie op maatschappij en economie.

De PS-senatoren willen dat er een wet komt die aan een rechter toelaat om in te grijpen bij de sluiting van een grote onderneming en om zelfs eventueel op te leggen aan het sluitend bedrijf om te verkopen aan een eventuele overname-kandidaat.

Los van beschouwingen omtrent eigendomsrecht en eventueel andere juridische problemen die in het kader van zo een wet zouden kunnen opduiken, kan alvast gesteld worden dat de sociaal-economische gevolgen van wat de PS-senatoren willen desastreus zouden zijn.

De frustratie en angst van de mensen direct en indirect getroffen door de ontslagen bij Arcelor Mittal in Luik vallen licht te begrijpen. Het is immers de zoveelste klap voor het sociaal reeds zwaar getroffen Wallonië. Waar veel minder begrip kan voor op gebracht worden, is de reactie van de politieke elite in Wallonië.

De verontwaardiging die ze uitgebreid ten toon spreiden, mist geloofwaardigheid. Het was al (veel) langer bekend dat als gevolg van de economische crisis, de gehavende concurrentiepositie van ons land en de structurele verschuivingen in de vraag naar staal de toekomst van de AM-vestiging in Luik in het gedrang was. Nu doen alsof het allemaal out of the blue op de Waalse hoofden neerkomt, ruikt sterk naar goedkope politieke recuperatie van een stuk menselijke ellende.

Wat de PS-senatoren nu willen, komt op geen enkele manier tegemoet aan de sociaal-economische noden van Wallonië en België. Hoeveel internationale investeerders gaan zich nog gemotiveerd voelen om hier miljoenen euro's te komen investeren als de wet voorziet dat op een bepaald moment een rechter zal beslissen hoe het nu met die investering verder moet? Bitter weinig, daar kan gif op ingenomen worden. Er zit een fundamentele contradictie tussen de vraag van de PS-senatoren en het verlangen om, bijvoorbeeld naar Limburg toe, aantrekkelijke nieuwe investeerders aan te trekken.

De gevolgen van het voorstel van de PS-senatoren doen sterk denken aan de gevolgen van onze hoge ontslagvergoedingen. Die bieden een zekere bescherming aan diegenen die een job hebben hoewel de ontslagen er uiteindelijk toch komen als de rendabiliteit van de gedane investeringen onherstelbaar aangetast blijkt te zijn. Hoge ontslagvergoedingen belemmeren in belangrijke mate de creatie van nieuwe jobs. Investeerders en ondernemers beseffen immers dat die hoge ontslagvergoedingen het hen moeilijk maken om snel en adequaat te reageren als het economische klimaat keert. De hoge ontslagvergoedingen in België zetten investeerders in ons land er toe aan te kiezen voor meer kapitaalsintensieve productiemethodes.

Als het voorstel van de PS realiteit zou worden, dan zouden we het ondernemingen die vandaag in België (of Wallonië) gevestigd zijn inderdaad een stuk moeilijker kunnen maken om te sluiten of sterk af te slanken. Hierdoor zouden we dan echter heel ons economisch weefsel vastpinnen op de producties van gisteren en eergisteren. Bovendien zou een dergelijke wet investeerders in nieuwe sectoren en activiteiten sowieso naar de buurlanden jagen. Het voorstel van de PS-senatoren zou met andere woorden een algemene verarming organiseren.

Zeker in Wallonië zou men nu toch stilaan moeten gaan beseffen dat de visie die schuil achter het verlangen van de PS-senatoren onze maatschappij, en zeker de werklozen in Wallonië, geen stap verder helpt. Integendeel, de put waar men al inzit, wordt alzo enkel dieper.

Er dient ernstig gewerkt te worden aan het investeringsklimaat en aan het concurrentievermogen. Het is fout zich te wentelen in uitspraken als die van Waals minister-president Rudy Demotte dat "Wallonië vanaf 2008 sterker groeide dan de andere regio's". Vergelijk Wallonië met Vlaanderen vertrekkend vanaf 2009, 2007, 2006, 2005, ... en de vergelijking valt telkens in het nadeel van Wallonië uit.

Eerste minister Elio Di Rupo heeft overschot van gelijk zich te distantiëren van het voorstel van de senatoren van zijn partij. Het valt trouwens toch ook wel op dat in Vlaanderen niemand van de regeringspartijen met zulk een voorstel kwam aandraven na de sluiting van Ford in Genk. Eens te meer moeten we te midden deze onaangename sociaal-economische realiteit vaststellen dat de kloof tussen Vlaanderen en Wallonië steeds verder uitdiept.

Johan Van Overtveldt

Onze partners