Eva Brems (UGent)
Eva Brems (UGent)
hoogleraar Mensenrechten aan de UGent
Opinie

20/06/13 om 09:13 - Bijgewerkt om 09:13

Prins Laurent in Israël: bomen planten of families ontwortelen?

Volgens Groen-Kamerlid Eva Brems is het bezoek van prins Laurent aan de Israëlische ngo verre van onschuldig: 'Dat wordt in Israël en ook daarbuiten gezien als een politiek statement. Op die manier trachten ze legitimering te krijgen voor hun projecten'

Prins Laurent krijgt het vaak zwaar te verduren. Het internet staat bol van de lijstjes met blunders van onze milieu- en diervriendelijke prins. Maar als het om Laurents reis naar Israël gaat op uitnodiging van het Joods Nationaal Fonds (JNF) is het in de eerste plaats minister van Buitenlandse Zaken Didier Reynders (MR) die geblunderd heeft. En niet voor het eerst, want Reynders plantte eerder zelf een boompje voor deze bedenkelijke organisatie.

Laten we even terugkeren naar de vorige politieke rel met Laurent in 2011. Prins Laurent reisde deels op kosten van president Joseph Kabila naar Congo, ondanks een uitdrukkelijk verbod van premier Yves Leterme (CD&V). Daarop kwam de regering overeen dat de prins voortaan toestemming behoefde van de minister van Buitenlandse Zaken voor zijn reizen, waardoor de politieke verantwoordelijkheid bij de regering in plaats van de prins kwam te liggen. Bovendien waren enkel nog privé-contacten voor zijn milieuorganisatie GRECT toegelaten.

Conform die regels gaf Reynders toestemming voor de huidige trip omdat hij de reis beschouwt als een privé-reis aan het Joods Nationaal Fonds (JNF), een 'erg gerespecteerde en historische stichting', enkel en alleen in het kader van 'milieuactiviteiten'. Ik wil enkele serieuze vraagtekens plaatsen bij de reactie van onze minister. Ofwel is hij slecht geïnformeerd - wat we problematisch moeten vinden - ofwel ziet hij geen graten in de activiteiten van de organisatie, en dat zou pas echt verontrustend zijn.

Het JNF werd in 1901 opgericht met als doel het opkopen van land voor Joden. In 1960 kwam door een hervorming alle grond van de organisatie, goed voor 13% van de totale grond in Israël, onder de paraplu van een nieuwe overheidsdienst, de Israel Land Administration (ILA). Daarmee kreeg de overheid 93% van het Israëlisch grondgebied in direct beheer, wat haar een uitzonderlijk machtige rol gaf in de toekenning, planning en ontwikkeling van het land.

In ruil voor deze deal werd overeengekomen dat het JNF ongeveer de helft van de raad van bestuur van het ILA mocht benoemen, en dat het ILA haar gronden zou beheren volgens de statuten van het JNF: 'Verkoop, verpachting of ruil kunnen slechts plaatsvinden als zij dienen voor de inplanting van Joden in het land.'
Arabische Israëli's of bedoeïenen worden dus rechtstreeks gediscrimineerd als niet-Joden, ook al zijn ze Israëlisch staatsburger. Via haar onderaanneming Himanuta koopt het JNF bovendien gronden op in bezet gebied, in het bijzonder Oost-Jeruzalem, waardoor ze meewerkt aan de uitbouw van nederzettingen, die door de EU en België conform het internationaal recht als illegaal bestempeld worden.

De gevolgen van de discriminatiepolitiek zijn duidelijk. Sinds 1948 heeft het JNF al meer dan vijftig bossen geplant op vernietigde Palestijnse dorpen. Het 'terugclaimen' van Israëlische grond voor Joden is de eerste doelstelling van deze organisatie, en minstens even belangrijk als het bevorderen van een 'groene' omgeving. Soms is er van ecologie trouwens weinig te merken. In het Bedoeïnendorpje Al-Araqib, dat tot op heden al ruim vijftig keer is verwoest, werden olijfbomen van de dorpsbewoners omgehakt om ze door naaldbomen van het JNF te vervangen.

De situatie in de Negev is momenteel de duidelijkste illustratie van dit beleid. Door het 'Prawerplan' zullen 35 niet-erkende dorpen van meer dan dertigduizend bedoeïenen vernietigd worden. Mochten ze onderhevig zijn aan de criteria voor de Joodse rurale gebieden, dan zouden deze dorpen probleemloos erkend worden. Pure discriminatie dus. Daarom riepen in 2012 zowel het Europese Parlement als het VN-Comité voor de Uitbanning van Rassendiscriminatie de Israëlische regering op om het plan te herroepen.

Dat is niet gebeurd, integendeel. Het JNF mag er zelfs het 'Blueprint Negev'-project uitvoeren. Terwijl het 250.000 Joodse Israëli's naar de streek zal lokken, worden de bedoeïenen van hun land verjaagd. Zo zouden de bewoners van het dorp Wadi Na'am naar Segev Shalom moeten verhuizen, vlakbij een chemische fabriek waar hun traditionele veeteelt onmogelijk zou zijn. Als het echt duurzaamheid predikt, waarom gaat het JNF dan niet in dialoog met de lokale gemeenschappen, en waarom brengt het de bebossingsprojecten niet ten goede aan de bedoeïenen?

Dat een Belgische prins contacten heeft met het JNF, wordt in Israël en ook daarbuiten gezien als een politiek statement. Of Laurent dat nu zo bedoelt of niet, dit is geen privézaak. Het is de uitdrukkelijke tactiek van het JNF om ambassadeurs, politici en royalty uit te nodigen. Op die manier trachten ze legitimering te krijgen voor hun projecten en onrechtstreeks ook voor de manier waarop die tot stand komen. Het zegt genoeg dat de Zuid-Afrikaanse ambassadeur in Israël, toch iemand die iets kent van segregatie en discriminatie, expliciet afstand heeft genomen van deze organisatie.

Dit is niet slechts de zoveelste blunder van Laurent, die wellicht slecht geïnformeerd was. Door het bezoek van Laurent kwam aan het licht dat in het verleden Vlaams minister-president Kris Peeters (CD&V), Yves Leterme en zelfs minister Reynders, in hun officiële functie deelnamen aan JNF activiteiten. Deze bezoeken suggereren steun aan het discriminerende beleid en de ontoelaatbare praktijken van deze organisatie en de Israëlische regering. Ze ondergraven bovendien het publieke discours dat ons land hanteert omtrent de mensenrechten en de illegale nederzettingspolitiek in Israël.

Het is mijn hoop dat dit incident de aanleiding vormt om deze organisatie niet langer te legitimeren, en vooral om de Israëlische regering op te roepen het discriminerende Prawerplan te herroepen. Als dat het gevolg is van de heisa, mogen we Laurent deze keer dankbaar zijn voor zijn blunder.

Onze partners