14/09/11 om 09:41 - Bijgewerkt om 09:41

Premier zonder eigenschappen

'Zeer verstandig, bijzonder vlijtig, maar volstrekt fantasieloos.' Het is de omschrijving die een voormalige klassenleraar van het Ieperse Sint-Vincentiuscollege ooit gaf van zijn oud-leerling Yves Leterme. De beschrijving past als gegoten voor de latere CD&V-politicus Yves Leterme.
'Goed bestuur' was het waarmerk waar Yves Leterme de aandacht mee trok van de Vlaamse kiezer. 'Degelijk bestuur' was de vuistregel die de gewezen auditeur van het Rekenhof en administrateur bij het Europees Parlement hanteerde als Vlaams minister-president. En de voortzetting van dat goed bestuur was ook de verkiezingsbelofte waarmee Yves Leterme in 2007 de Paarse meerderheid brak van de liberale premier Guy Verhofstadt, die zijn tweede regeertermijn letterlijk bijeen had gelogen.
'Wie gelooft die mensen nog', een slagzin die Leterme aangereikt kreeg door journalist en later kortstondig CD&V-senator Paul Vandendriessche, bleek in de verkiezingsdebatten dodelijk voor Paars.

Yves Leterme, zoon van een Franstalige vader en Nederlandstalige moeder, in 1960 geboren in Wervik, passeerde als een komeet langs het Belgische politieke zwerk.
In 1997 belandde hij als opvolger van Paul Breyne, die West-Vlaams gouverneur werd, in de Kamer van Volksvertegenwoordigers. In 1999 werd hij rechtstreeks verkozen. Vier jaar later volgde hij Stefaan De Clerck op als CD&V-voorzitter.
In 2004 werd Leterme, gesterkt door het kartel met de Vlaamsnationalisten van N-VA, Vlaams minister-president. Drie jaar deugdelijk bestuur leverde hem in 2007 een klinkende overwinning op in de federale verkiezingen van 10 juni 2007. Als aanvoerder van de senaatslijst van de Vlaamse christendemocraten behaalde hij net geen 800.000 voorkeurstemmen.
Wat zijn grootste politieke triomf moest worden, werd echter het begin van een gestage politieke verschrompeling. Vandaag, tien jaar na het begin van zijn opmars naar het zo begeerde premierschap, keert Yves Leterme naar de ambtenarij. Want daar komt zijn toekomstige baan van adjunct-secretaris-generaal van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) eigenlijk op neer.

De kracht van zijn 800.000 voorkeurstemmen en het volle gewicht van het kartel CD&V-N-VA heeft Leterme nooit durven aanwenden. In de loop van de zomer 2007 werd hij door MR-voorzitter Didier Reynders meegesleurd in een eindeloze formatieronde. Ook de Vlaamse liberalen gunden Leterme geen millimeter ruimte. 'Leterme mag niet slagen en als hij toch een slaagkans maakt, dan moet het lang duren', was de tactiek die door de inner circle van Open VLD was uitgewerkt. Toch zou Leterme, die, om de termen van een Vlaamse liberaal te gebruiken, de Wetstaat 16 had geroken, zelfs het succesrijke kartel met N-VA laten verdampen om zijn ambitie waar te maken.
De formatie eindigde ermee dat uitgerekend Guy Verhofstadt enkele maanden als interim-premier op de winkel moest passen, tot een bont en blauw gebeukte Leterme na veel politiek geknutsel dan toch een wankele coalitie van CD&V, Open VLD, CDH, MR en PS op de been kreeg. Kleine en grote incidenten zorgden ervoor dat hij eigenlijk nooit ernstig werd genomen.
Luttele maanden na zijn aantreden als premier, in juli 2008, ging het al een eerste keer fout als gevolg van een communautair incident. Leterme nam ontslag, maar keerde weer terug. Doch de beloofde grote staatshervorming en de splitsing van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde, een klus die volgens hem nauwelijks 5 minuten politieke moed vergde, kwamen er niet.
In de bankencrisis toonde Leterme, de cijferman die elk financieel dossier meteen tot de essentie kan herleiden, zich dan weer op z'n sterkst. Toch werd hij ook toen opnieuw door het politieke noodlot overvallen.
Voorzitter Ghislain Londers van het Hof van Cassatie deelde in een brief aan Kamervoorzitter Herman van Rompuy zijn ongerustheid mee over mogelijke politieke tussenkomsten om de uitspraak in een rechtszaak rond de opdeling van Fortis te beïnvloeden. Leterme en zijn regering werden tot ontslag gedwongen. Herman van Rompuy nam enkele maanden de regeringswinkel over, tot hij in november 2009 tot voorzitter van de Europese raad werd gekozen. Waarna Leterme opnieuw terugkeerde als premier en vrijwel prompt opnieuw in een communautaire sukkelstraat belandde. Met de electorale debacle van 13 juni 2010 als gevolg.
Leterme, die in 2004 en 2007 zijn partij de illusie van een wederopstandig had bezorgd, voerde zijn partij terug naar een historisch dieptepunt. Onderweg zou hij ook een pak persoonlijke schade aanrichten.
Dat hij zelf de neergang van zijn partij had voorvoeld, bleek al uit zijn weigering om opnieuw de senaatslijst aan te voeren.

Het verblijf van Leterme in de Wetstraat 16 en de onmacht van zijn coalitie illustreerden de vaststelling die in de zomer van 2007 al werd gedaan: dit land werd de voorbije jaren tot stilstand hervormd. Het ontbrak Leterme aan de nodige politieke fantasie en eigenschappen om de impasse te doorbreken.

Rik Van Cauwelaert

Onze partners