25/07/12 om 10:42 - Bijgewerkt om 10:42

Politiek zelfbedrog

Geloven de Europese politici écht dat ze goed bezig zijn? De greep van de politieke besluitvorming op de ontwikkeling van de eurocrisis wordt hoe langer hoe zwakker.

Politiek zelfbedrog

© Reuters

Ivo Belet, europarlementariër van CD&V, is een bijzonder aimabel man. Dat bleek ook tijdens het debat dat ik met hem voerde op Terzake rond de crisis binnen de eurozone. Wat mij in zijn argumentatie echter het meest opviel, is zijn overtuiging dat Europa al erg belangrijke stappen gezet heeft om de eurocrisis definitief te bedwingen. Veel Europese en nationale politici komen regelmatig met een gelijkaardig verhaal op de proppen. Dat is zeer merkwaardig want wie naar de naakte feiten en gegevens kijkt, kan niet anders dan verbaasd zijn.

Wat is nodig om tot een duurzame en goed werkende monetaire unie te komen? In essentie twee elementen: enerzijds een hechte politieke unie tussen de participerende lidstaten en anderzijds zo flexibel mogelijke arbeidsmarkten binnen elk van de lidstaten. Deze voorwaarden hebben niks met ideologie of politieke voorkeur te maken maar alles met onontkoombare logica. Is er aan die twee voorwaarden niet voldaan, dan loopt het altijd fout met die monetaire unie, zo leert onder meer de geschiedenis ten overvloede.

Waar staan we vandaag in Europa inzake die twee basisvoorwaarden? Wat de flexibele arbeidsmarkten betreft, heeft een land als Duitsland de voorbije tien jaar de weg getoond. In vele andere landen, waaronder het onze, wordt het Duitse voorbeeld weggehoond. Te veel mensen moeten aan te lage lonen werken, zo luidt het dan. Het feit dat Duitsland nu qua jobcreatie ver boven alle andere eurolanden uittornt en via deze weg ook tot een veel gezondere toestand van de publieke financiën gekomen is, komt in het anti-Duitse discours niet aan de orde. De Franse president Hollande en zijn regering nemen de ene maatregel na de andere om de al niet veel voorstellende flexibiliteit van de Franse arbeidsmarkten verder aan banden te leggen. Qua flexibilisering van de arbeidsmarkten gaat het binnen de eurozone eerder de slechte dan wel de goede kant op.

Wat betreft de tweede noodzakelijke voorwaarde voor een duurzame monetaire unie, nl. de vorming van een politieke unie, doet Europa, met mensen als president Herman Van Rompuy op kop, erg haar best. De vraag is echter of dat "best doen" ook tot resultaten leidt en het antwoord op die vraag is een genuanceerd "nee". De grote stap vooruit naar een volledige politieke unie à la de Verenigde Staten is vandaag in Europa absoluut niet haalbaar wat maakt dat men moet pogen om op deelterreinen tot unie-achtige toestanden te komen. Hoe scoort men met deze deelbenadering?

Er is, zo stellen mensen als Belet, nu een project van bankunie. Fout. Er is een project om tot Europese reglementering van de grootbanken te komen. Prima, maar dat is lang geen bankenunie. Om daartoe te komen, zijn er minstens twee bijkomende elementen nodig, nl. een depositoverzekering geldend voor en gedragen door alle lidstaten en de oprichting van een Europees resolutieorgaan. Met dit laatste bedoelen we een instituut dat voor de hele eurozone de bevoegdheid heeft om tussen te komen bij kwakkelende banken en daar, los van de nationale politiek, orde op zaken te stellen. Zelfs indien we tot een efficiënte Europese bankenreglementering komen (op zich een behoorlijk heroïsche hypothese) dan zijn we nog altijd mijlenver verwijderd van een echte bankenunie (die je inderdaad nodig hebt om tot een duurzame monetaire unie te komen). Er moet substantiële afstand van nationale soevereiniteit komen en daar zijn landen als bijvoorbeeld Frankrijk absoluut niet toe bereid.

De budgettaire unie of fiscal compact dan. Dat is toch een significante stap in de richting van een budgettaire unie? De fiscal compact die nu voorligt, is een stevige stap vooruit ten aanzien van het vroegere Stabiliteitspact maar is nog lang geen budgettaire unie. Zo blijft de reële mogelijkheid om via een politieke meerderheidsbeslissing de regels van het begrotingsspel opzij te zetten. Ook het ankercriterium, nl. het zogenaamde cyclisch neutrale budgetsaldo, is een begrip met grote rekbaarheid in functie van puur politieke/nationale behoeften. Het cyclisch neutrale budgetsaldo is het begrotingsresultaat uitgezuiverd voor de impact van de economische gang van zaken. Kort door de bocht: als het economisch goed gaat, moet je een begrotingsoverschot neerzetten. Gaat het economisch slecht dan mag je in deficit gaan. De berekening van het cyclisch neutraal budget is no hard science. Zet vijf economen samen en je krijgt zes verschillende resultaten.

Europa doet haar best maar staat in termen van het bezweren van de crisis binnen de eurozone echt nog niet ver (en dan drukken we ons beleefd uit). Toch blijven belangrijke Europese beleidsverantwoordelijken al te vaak doen alsof de einde van de tunnel echt wel in zicht komt. Ook het spelletje om voortdurend nep-schuldigen aan te duiden, gaat onverminderd door. Zo had Ivo Belet het in Terzake weer eens over de vicieuze spelletjes van de Amerikaanse ratingbureaus en foetert Europees president Herman Van Rompuy in Het Laatste Nieuws eens te meer tegen de Angelsaksische pers die alleen maar de ondergang van de euro wil.

Zijn een aantal Europese beleidsverantwoordelijken er echt van overtuigd dat ze heel goed bezig zijn of voeren ze een show op in een poging om bijvoorbeeld wat tijd te winnen?

Het eerste zou ronduit beangstigend zijn want het wijst op een totaal foute inschatting van de ernst van deze crisis. Voor het tweede kunnen we beperkt begrip opbrengen met dien verstande dat het duidelijk moet zijn dat er nauwelijks tijd overblijft om tijd te winnen. De realiteit is vandaag immers reeds dat de politieke besluitvorming hoe langer hoe minder greep heeft op de ontwikkeling van deze diepe crisis.

Johan Van Overtveldt

Onze partners