‘We werken verder aan onze eigen brandstapel’

© Reuters

Hij is niet snel geneigd tot alarmisme. Toch waarschuwt natuurkundige Hans Joachim Schellnhuber (65) van het Duitse Institut für Klimafolgenforschung dat de toestand van het klimaat dramatischer is dan vijf of tien jaar geleden. Als we op een krankzinnige manier kolen, olie en gas blijven verstoken, zal de aarde vier tot acht graden opwarmen en komen we in een explosieve wereld terecht. Over de top in Parijs maakt Schellnhuber zich weinig illusies. ‘Het is verbazend hoe weinig effect onze kernboodschappen na al die jaren hebben gehad.’

Meneer Schellnhuber, u bent de bedenker van de tweegradengrens. Is het werkelijk afgelopen met de mensheid als de aardatmosfeer nog meer opwarmt?

HANS JOACHIM SCHELLNHUBER: Natuurlijk gaat de wereld niet helemaal onder als de temperaturen met 2,1 of 2,2 graden stijgen. De hoofdzaak is dat we eindelijk een tempolimiet voor de globale opwarming vastleggen. Als we verder op een krankzinnige manier kolen, olie en gas blijven verstoken, landen we bij vier of zelfs acht graden. Dan zouden we in een uiterst explosieve wereld terechtkomen waarin elf miljard mensen niet meer op een vreedzame manier kunnen samenleven.

Vertrouwt u erop dat de klimaattop begin december in Parijs dat proces kan afremmen?

SCHELLNHUBER: Op slechte dagen ben ik echt gedeprimeerd. Maar op goede dagen denk ik, om Angela Merkel te citeren: ‘Wir schaffen das.’ In elk geval wordt het een spannende wedren voor de mensheid. Ons planetaire vehikel, de aarde, zal allicht lelijke deuken oplopen, maar we kunnen de total loss nog voorkomen. Hoe dan ook, op dit moment zie ik kleine sprankjes hoop.

Vanwaar uw optimisme?

SCHELLNHUBER: We stoppen voortdurend directe en indirecte broeikasgasdalingen in de supercomputer van ons instituut: zuiniger waarden, die de afzonderlijke staten voor het begin van de Parijse top hebben toegezegd. Een zo belangrijk land als China heeft beloofd om de uitstoot vanaf 2030 te reduceren. India heeft begin oktober een gigantisch zonne- en windenergieprogramma aangekondigd. Uit al die gegevens berekent een tamelijk slim computermodel dan telkens de nieuwste waarde voor de opwarming van de aarde in het jaar 2100. Tot nu toe gaf deze globale polit-thermometer steeds temperatuurverhogingen van bijna vier graden aan. Maar met de huidige toezeggingen landen we nu op een gemiddelde waarde van 2,7 graden. Vandaar mijn hoop.

Maar in uw nieuwe boek over de klimaatverandering schat u de kans dat we erin slagen de aardopwarming af te remmen op minder dan twintig procent. Waarom zo pessimistisch?

Voor een onderzoeker die zijn ivoren toren verlaat, is er geen zwaardere straf denkbaar dan deelnemen aan een klimaattop

SCHELLNHUBER: Die nuchtere raming heeft met de bestaande klimaatdiplomatie te maken. Aan de meeste klimaattoppen heb ik zelf deelgenomen. Voor een onderzoeker die zijn ivoren toren verlaat, is er geen zwaardere straf denkbaar. Duizenden klimaatdiplomaten reizen naar de meest afgelegen plekken ter wereld en ruziën daar hele nachten over elk woord. Er heerst een atmosfeer van nerveuze verveling. Uiteindelijk is iedereen uitgeput, en het redden van de wereld is weer eens uitgesteld. Je verlaat de kafkaiaanse bijeenkomst met de vraag of er intelligent leven op aarde bestaat.

Moeten we dan een einde maken aan dat circus en de klimaatconferenties afschaffen?

SCHELLNHUBER: Ik vind dat we Parijs moeten afwachten. Als de tweehonderd landen die daar vertegenwoordigd zijn weer tot geen enkele overeenkomst komen, dan moeten individuele staten maar dapper het voortouw nemen, zoals Duitsland met zijn bevordering van hernieuwbare energieën. Zonder de Duitse initiatieven zouden de Chinezen niet zo drastisch begonnen zijn met de productie van zonnecellen. Dat leidde ertoe dat de tarieven met tachtig procent zijn gedaald. Innovaties worden vaak door interventies van de staat op gang gebracht.

Maar nu al is het bijna een graad warmer dan bij het begin van de industrialisering. De broeikasgassen die tot nu uitgestoten werden, zullen de atmosfeer naar schatting met nog eens 0,6 graden opwarmen. Is het niet al veel te laat om het tweegradendoel nog te bereiken?

'We werken verder aan onze eigen brandstapel'
© Reuters

SCHELLNHUBER: De ommezwaai is onwaarschijnlijk, maar blijft realiseerbaar. Misschien komt het einde van het fossiele tijdperk zelfs sneller dan we nu durven te dromen. Als bijvoorbeeld nog meer invloedrijke investeerders hun financiële middelen uit de kolen-, olie- en gasindustrie terugtrekken omdat ze vinden dat die geen toekomst meer heeft, krijg je een sneeuwbaleffect dat het oude systeem snel zal doen verdwijnen. Wie had het tien jaar geleden voor mogelijk gehouden dat energiereuzen als Eon of RWE zouden moeten vechten om te overleven – en zich nu door hernieuwbare energie willen redden? In het klimaatsysteem zijn er momenten waarop je zo’n omslag krijgt, wat voor het maatschappelijk systeem al helemaal geldt.

Het moeilijkst wordt de creatie van een vrij wegverkeer zonder CO2. Wanneer kunnen we rekenen op de doorbraak van de elektrische auto?

SCHELLNHUBER: Dat hangt sterk af van de vooruitgang die in de batterijtechniek wordt geboekt. De lithium-ionenaccu’s die nu gebruikt worden zijn een relatief jonge uitvinding. Veel experts gaan ervan uit dat de accu’s tegen 2020 voor een gehalveerde prijs een verdubbelde opslagcapaciteit zullen bieden.

Wat niet noodzakelijk betekent dat de fabrikanten attractieve elektrische auto’s zullen aanbieden.

SCHELLNHUBER: Helaas niet. Net zoals bij de fotovoltaïsche energie zal het niet gaan zonder slaan en zalven van de staat. Waarom denkt u dat BMW, Renault en VW sinds kort elektrische auto’s op de markt brengen? Uit overtuiging? Nee: de EU dwingt de ondernemingen om de uitstoot van hun wagenparken te verlagen, en daarom moeten ze ook voertuigen aanbieden die helemaal geen CO2 meer uitstoten.

Zouden elektrische auto’s ervan kunnen profiteren dat dieselauto’s wegens de almaar strengere emissievoorschriften ooit onrendabel worden?

SCHELLNHUBER: Hopelijk is dat zo. In de kwestie van de uitlaatgassen heerst een dubbele moraal, zoals het Volkswagenschandaal aantoont. Intussen moeten de autofabrikanten grote middelen inzetten om de stikstofoxiden weg te filteren die weliswaar ongezond zijn, maar die geen planetaire bedreiging vormen. Als er even strenge voorschriften voor de CO2-uitstoot zouden bestaan, zouden we driekwart van alle auto’s direct uit het verkeer moeten nemen.

Ik heb me er altijd over verbaasd dat we meer dan honderd jaar na de uitvinding van de auto nog altijd met vreselijk inefficiënte verbrandingsmotoren onderweg zijn.

Geeft u zelf wel het goede autovoorbeeld?

SCHELLNHUBER: Ja, ik heb een i3 van BMW, een emissievrije stadswagen met elektromotor. Mijn zoontje houdt van die wagen. Aan het optrekken beleef je veel plezier. Ik heb me er altijd over verbaasd dat we meer dan honderd jaar na de uitvinding van de auto nog altijd met vreselijk inefficiënte verbrandingsmotoren onderweg zijn. Maar over enkele decennia zullen de mobiliteitsmiddeleeuwen definitief tot het verleden behoren.

In het meest recente rapport van de wereldklimaatraad IPCC wordt gediscussieerd over een ongewone manier om de opwarming af te zwakken: door het verstuiven van zwavelpartikels moet het zonlicht gedeeltelijk afgeschermd worden. Dat zou leiden tot een afkoeling van de atmosfeer, vergelijkbaar met het effect bij de uitbarsting van een vulkaan. Wat vindt u van die plannen van de ‘geo-ingenieurs’?

SCHELLNHUBER: Fysisch zou dat misschien functioneren, maar in geen geval politiek. Volgens mij is het uitgesloten dat de wereldgemeenschap over zo’n inenting van de atmosfeer tot overeenstemming zou kunnen komen. De Russen en Groenlanders zouden het graag wat warmer hebben, de Indiërs en Marokkanen liever wat frisser. Je kunt ook niet berekenen hoe de regionale neerslagpatronen door die klimatologische loodgieterij zouden veranderen. Het zou ten slotte ontzettend gevaarlijk zijn als afzonderlijke landen zoiets op eigen houtje zouden doen. Dat zou nieuwe conflicten of zelfs oorlogen kunnen uitlokken.

Zou het zinvol zijn om bij de verbranding van kool en gas het CO2 er meteen uit te filteren en definitief op te slaan?

SCHELLNHUBER: Ik heb liever dat broeikasgassen in de grond zitten dan in de lucht. Nieuwe fossiele krachtcentrales zouden daarom enkel nog toegelaten mogen worden als ze het CO2 afscheiden en onderaards opslaan, vergelijkbaar met de installatie van zwavelfilters in kolenenergiecentrales, waardoor de zure regen met succes bestreden werd. Daarbij rijst het probleem: het dumpen van het CO2 zou eerst in proefinstallaties zorgvuldig uitgetest moeten worden.

En dat mislukt omdat milieubeschermers en buurtbewoners zich tegen definitieve CO2-opslagplaatsen verzetten.

SCHELLNHUBER: Hun angst is irrationeel. Een onderaardse kooldioxideopslagplaats levert nauwelijks gevaar op. Het gas is niet giftig en ook niet explosief. We ademen het immers uit. Daarentegen blijkt het in Duitsland niemand te storen dat zich onder de voeten van de Duitsers zowat vijftig gigantische aardgasopslagplaatsen met een opslagvolume van meer dan twintig miljard kubieke meter bevinden! Het daarin opgeslagen methaan is extreem giftig en erg explosief. Als zo’n opslagplaats in de lucht vliegt, zullen er vele doden vallen.

U adviseert kanselier Angela Merkel en recent zelfs de paus in klimaatkwesties. Men krijgt de indruk dat u intussen meer activist dan fysicus bent. Zou het niet doeltreffender zijn uw wetenschappelijke bevindingen nuchter te presenteren en dan de samenleving te laten beslissen wat voor conclusies ze daaruit moet trekken?

Precies omdat ik als expert weet dat we nog maar weinig tijd hebben om een globale tragedie af te wenden, moet ik mijn stem verheffen.

SCHELLNHUBER: Een tegenvraag: als ik als epidemioloog een supervirus op het spoor zou zijn dat de mensheid bedreigt, zou ik dan mijn bevindingen alleen maar in een onbegrijpelijk vaktijdschrift publiceren? Precies omdat ik als expert weet dat we nog maar weinig tijd hebben om een globale tragedie af te wenden, moet ik mijn stem verheffen. Angela Merkel heeft me eens gezegd: ‘Blijf ons, politici, maar verder op de zenuwen werken. Dat is het beste wat u als klimaatonderzoeker kunt doen.’ De pure leer bestaat hoe dan ook niet – elke onderzoeker is alleen al door de keuze van zijn thema’s partijdig. We hadden als instituut ook kunnen beslissen om alleen de positieve kanten van de klimaatverandering te onderzoeken – wat we in de toekomst waarschijnlijk zelfs in sterkere mate zullen moeten doen.

'We werken verder aan onze eigen brandstapel'
© Reuters

Hoe groot is de verleiding om als strijder voor een vermeend goede zaak indicaties te verzwijgen volgens welke de klimaatverandering minder erg zou kunnen uitvallen dan aangenomen?

SCHELLNHUBER: Het gevaar van selectieve waarneming bestaat. Maar ik hoop ten zeerste dat ik voor mezelf streng genoeg ben om nooit voor die verleiding te bezwijken. In de harde school van de theoretische fysica heb ik geleerd dat ik een wetenschappelijk werk maar beter twintig keer kan lezen voor ik het vrijgeef.

Hebt u een neiging tot alarmisme?

SCHELLNHUBER: Wat is dat eigenlijk, alarmisme? Noch professioneel, noch privé vertoon ik een neiging tot paniek. Gelooft u me: ik zou op een morgen dolgraag opstaan om te constateren dat al onze duistere profetieën verkeerd waren. Helaas ziet de situatie er nu dramatischer uit dan vijf of tien jaar geleden. Neemt u maar de jongste waarschuwingen uit het eeuwige ijs. Tot nu toe waren de meeste gletsjeronderzoekers ervan overtuigd dat de zuidpool in z’n geheel nooit zou ontdooien, zelfs niet als het globaal acht of tien graden warmer zou worden. Nu blijkt: in de westelijke antarctis zijn de eerste onomkeerbare desintegratieprocessen al begonnen.

Een soort van apocalyptische studie van uw instituut voorspelde recent zelfs een totaal afsmelten van de antarctis, waardoor de zeespiegel vijftig meter zou stijgen: het einde van alle kuststeden op aarde. Maar die simulatie steunde wel op de gewaagde hypothese dat de mensheid alle mondiale kolen-, olie- en gasvoorraden zou verbranden. Dat gelooft u toch zelf wel niet.

SCHELLNHUBER: Onze studie beschrijft geen waarschijnlijke economische toekomst, daarin geef ik u gelijk. Op geen enkele manier zullen we alle fossiele brandstoffen verstoken. Toch vind ik het wetenschappelijk gerechtvaardigd om zo’n gedachte-experiment uit te voeren: wat zou er gebeuren, als? De berekeningen zijn robuust en spreken de traditionele leer tegen.

Vreest u geen balorige reacties als u de mensen angst aanjaagt?

SCHELLNHUBER: Is het beter dat het kind níét bang is om in de waterput te vallen? In Australië presenteerde ik onlangs de nieuwste resultaten van het klimaatonderzoek voor de bedrijfsleiders van de grootste mijnconcerns ter wereld. Na de voordracht zeiden me meerdere ondernemers: dat realiseerden we ons niet zo! Het is verbazend hoe weinig effect onze kernboodschappen na al die jaren hebben gehad. Dat is het paradoxale: de klimaatverandering verloopt mogelijk te langzaam om nog tegengehouden te kunnen worden. We waarschuwen, en de volgende dag gaat de zon weer op.

Als men andere klimaatmodellen gelooft, zullen zich in onze gematigde streken niet meer en ook geen heviger stormen voordoen. U spreekt die scenario’s tegen. Geeft u soms de voorkeur aan prognoses die in uw concept passen?

SCHELLNHUBER: Nee, maar mijn fysische intuïtie zegt me dat stormen – zeker als ze gepaard gaan met onweders – overal op aarde heviger worden als er meer energie in de atmosfeer wordt gepompt. De natuur zal beslissen wie gelijk heeft.

Een paar weken geleden raasde Patricia over Mexico. Kun je de klimaatverandering verantwoordelijk maken voor deze wervelstorm – de hevigste die ooit over de Stille Oceaan werd gemeten?

SCHELLNHUBER: Je zult nooit kunnen bewijzen dat de CO2-molecule uit uw uitlaat heeft bijgedragen aan het onweer over Mexico. Maar de opwarming van de bovenste oceaanlagen is een belangrijke voorwaarde voor grotere stormkrachten.

Na de millenniumwisseling stegen de temperaturen eerst niet. Pas vorig jaar liepen ze weer op. Waarom bestrijdt u dat de klimaatverandering een pauze heeft ge

nomen?

SCHELLNHUBER: Omdat ik in de meetgegevens geen opwarmingspauze zie! Hier, bekijkt u maar eens heel goed deze temperatuurcurve. Kunt u daar werkelijk een plateau in zien?

Ja, de curve wordt vlakker.

SCHELLNHUBER: Volgens mij doet ze dat niet, vooral als u rekening houdt met de hoge uitschieter door het natuurlijke klimaatfenomeen El Niño in 1998. Dus hebben we hier een subjectief element, wat in de wetenschap overigens helemaal niet zo uitzonderlijk is. Wat me veel meer irriteert, is een ander verschijnsel: tussen 1945 en 1965 was er zelfs een voelbare globale afkoeling. Die kunnen we tot nu toe niet afdoend verklaren. Misschien speelde de Tweede Wereldoorlog daarin een rol, maar dat is speculatie.

Ergens vindt men wel altijd een verklaring voor zulke afwijkende waarden. Zo liepen de temperaturen na de millenniumwisseling niet verder op omdat de zeeën tijdelijk meer warmte uit de atmosfeer opgenomen hebben.

SCHELLNHUBER: Daarmee ben ik het helemaal niet eens. De opwarming heeft zich ook na 2000 doorgezet. Afgezien daarvan geef ik u gelijk wat de natuurlijke schommelingen in het klimaatsysteem betreft. Wat mij in het debat in de vermeende opwarmingspauze stoorde, was dat ze werd misbruikt om het broeikaseffect principieel te betwisten.

Mei 2015 in Dubai
Mei 2015 in Dubai© REUTERS

Dit jaar stevenen we af op een nieuw hitterecord.

SCHELLNHUBER: Inderdaad bereiken we in 2015 vermoedelijk de hoogst geregistreerde gemiddelde temperatuur van de aarde ooit. We werken dus verder aan onze eigen brandstapel.

Als de temperatuur met zeven of acht graden zou stijgen, zouden de eerste hitte-eilanden op aarde ontstaan, waardoor de natuurlijke afvoer van lichaamswarmte niet meer mogelijk zou zijn.

Hoe zou het menselijk leven op deze planeet veranderen als er nooit een rem komt op de opwarming?

SCHELLNHUBER: Als de temperatuur met zeven of acht graden zou stijgen, zouden de eerste hitte-eilanden op aarde ontstaan, waardoor de natuurlijke afvoer van lichaamswarmte niet meer mogelijk zou zijn. Mensen zouden buiten niet meer kunnen overleven. Bij een regionale en seizoensgebonden opwarming van elf tot twaalf graden zouden deze dodelijke zones een geografisch beduidende ruimte omvatten. Pas een paar dagen geleden is een studie verschenen volgens welke vooral de Arabische oliestaten getroffen zouden zijn – een bittere ironie.

De planeet zou op een bepaald moment onbewoonbaar zijn?

SCHELLNHUBER: Althans terzijde van de polen. Natuurlijk zou het er in artificieel beschermde ruimten nog altijd vrolijk toe kunnen gaan. Maar dan huizen we in maanstations op aarde. Aan de Perzische Golf kun je de energieverspillende voorlopers van zo’n technowereld nu al bezichtigen. De mensen daar leven in overwegend totaal geklimatiseerde urbanisaties – met bizarre medische gevolgen. Hoewel in Abu Dhabi de zon het hele jaar door schijnt, lijden de inwoners aan een groot gebrek aan licht. Nergens anders zijn er zo veel mensen met een tekort aan vitamine D. (Olaf Stampf)

Partner Content