Van parasitaire platworm over zombieslakken tot zoogdier zonder tepels: 5 vreemde voortplantingsvormen

04/10/14 om 07:29 - Bijgewerkt om 07:29

Het leven is een strijd. Als dier kan je dus maar best inventief zijn. Hun speciale voortplantingstrategieën hebben deze vijf diersoorten alvast geen windeieren gelegd.

Van parasitaire platworm over zombieslakken tot zoogdier zonder tepels: 5 vreemde voortplantingsvormen

De 'zombieslak'. © National Geographic

Parasitaire platworm

De leucochloridium paradoxum is een parasitaire platworm met een opvallende levenscyclus. Het dier leeft in de cloaca van vogels. Dat klinkt saai, ware het niet dat de eitjes van de worm het dier samen met de uitwerpselen van de vogel verlaten. Als de eitjes in zoet water terecht komen, gaan de larven van de worm op zoek naar een slak. Eenmaal ze die zijn binnengedrongen, nemen ze het lichaam en de hersenen van de slak over. Ze vullen de tentakels van de zombieslak op tot een soort van pulserende koplampen. Voor vogels zien die eruit als een smakelijk tussendoortje, en na een korte reis door het lichaam van de vogel zit de worm weer gezellig in de cloaca, waar hij zich kan voortplanten en eitjes leggen.

Een rug als bijenkorf

De pipa behoort tot de familie van de tongloze kikkers, en leeft in Zuid-Amerika. De kikker leeft vaak in troebel water en heeft heel kleine ogen. Hij vindt zijn weg dankzij gevoelige 'sensoren' aan de poten. De rug van de kikker ziet er een beetje uit als de honingraten van een bijenkorf, en speelt een cruciale rol bij de voortplanting. De eitjes worden namelijk in de rug bewaard, en de eerste levensfase leven de dieren ook in de rug van de moeder. Als ze klaar zijn om hun eigen weg te gaan, en de huid om hun huid te veel begint te spannen, wurmen ze zich een weg naar buiten. Dat klinkt vies, en dat is het ook. Zeker voor wie lijdt aan trypofobie (angst voor voorwerpen met kleine gaatjes).

Zwanger mannetje

Zeepaardjes spreken tot de verbeelding. Zonder maag en zonder tanden lijken ze door het water te zweven, terwijl ze voortdurend aan het eten zijn om voldoende voedingsstoffen binnen te krijgen. De meeste soorten zijn monogaam, en in tegenstelling tot de meeste vissen, zorgen ze ook echt voor de kleintjes. Opvallend is dat het mannetje de eitjes ontwikkelt in een soort buidel, en dat later het vrouwtje haar eicellen in de buidel inbrengt, waar ze bevrucht worden. Dat brengt met zich mee dat het de vrouwtjes zijn die met elkaar om de gunsten van het mannetje wedijveren, terwijl het bij de meeste dieren net omgekeerd is.

Zoogdier zonder tepels

Nog een dier waarbij het vrouwtje het initiatief neemt om te paren, is het vogelbekdier. Het kleine zoogdier was lange tijd een raadsel voor biologen. Want het dier heeft een snavel, een cloaca, en legt eieren, maar het dier heeft ook een vacht en is een zoogdier. Het is een verre verwant van de mierenegel. Na de paring graaft het vrouwtje een ingewikkeld broedcomplex van takken, natte bladeren en modder. In een van de kamers in het gangenstelsel legt ze harde, reptielachtige eieren. Opvallend is dat vogelbekdieren wel zoogdieren zijn maar geen tepels hebben. De melk vloeit dan ook uit de talgklieren op de buik van de moeder, waar de jongen ze oplikken.

Koekoek

Waarom een ei uitbroeden als je dat kan laten doen? Het is de ingesteldheid van de koekoek. Deze vogel met een zang die zijn naam verklaart, maakt op listige wijze gebruik van de goedgelovigheid van andere vogels. Het wijfje zoekt eerste een aantal nesten uit van kwikstaarten, kleine karekieten of een heleboel andere soorten die in hetzelfde gebied broeden. Dan legt ze in elk nest één ei. Is het nest bezet, dan leidt het mannetje soms de getroffen vogel af, zodat het vrouwtje rustig haar ei kan leggen. Eenmaal dat gedaan is, kiepert ze een van de oorspronkelijke eieren uit het nest. Op het moment dat het jong uit het ei komt, verdraagt hij geen gezelschap. In een mum van tijd duwt hij alle andere eieren en jongen over de rand. Vanaf dan hoeft hij enkel te wachten hoe hij volgepropt wordt met voedsel door zijn nieuwe ouders. Meestal wordt de koekoek groter door de jongen die hem voeden, waardoor het nest afbreekt. Dan moet het jong wat verderop gaan zitten om eten te krijgen.

Lees meer over:

Onze partners