Oudste noordpoolijs smelt sneller

01/03/12 om 16:36 - Bijgewerkt om 16:36

Het oudste en dikste ijs in de Noordelijke IJszee smelt sneller dan het jongere en dunnere ijs. Dat blijkt uit nieuw onderzoek door de NASA.

Oudste noordpoolijs smelt sneller

© Reuters

De laatste dertig jaar is de hoeveelheid meerjarig ijs, ijs dat minstens twee zomers overleeft, elke winter geslonken, blijkt uit Amerikaanse satellietbeelden.

Bekijken we alle zones in de Noordelijke IJszee waar meerjarig ijs minstens 15 procent van de oceaanoppervlakte bedekt, dan gaat dat meerjarige ijs daar gemiddeld met 15 procent per 10 jaar achteruit, zegt NASA-onderzoeker Joey Comiso, auteur van het onderzoek. Bekijken we alleen de zones die volledig door meerjarig ijs zijn bedenkt, dan gaat het meerjarige ijs nog sneller achteruit, met 17 procent per 10 jaar.

Het meerjarige ijs gaat zelfs sneller achteruit dat het zogeheten "eeuwige" ijs waardoor het omgeven is. Eeuwig ijs is ijs dat minstens één zomer heeft overleefd en dat dus jonger kan zijn dan meerjarig ijs (alle meerjarige ijs is eeuwig, maar niet alle eeuwige ijs is meerjarig).

Noordpoolijs nog kwetsbaarder

Door de klimaatwijziging is het jongere, dunnere ijs, dat elke winter gevormd wordt, steeds minder bestand tegen de warmere zomermaanden. Maar het oudste en dikste ijs overleeft de zomer normaal. Als ook dat meerjarige ijs verdwijnt, dan wordt het ijs in de Noordelijke IJszee nog kwetsbaarder tijdens de zomer, zegt Comiso.

"De gemiddelde dikte van de ijskap in de Noordelijke IJszee gaat achteruit omdat ze snel de component verliest die het ijs dikker maakt: het meerjarige ijs", zegt de NASA-onderzoeker. "Tegelijk gaat de oppervlaktetemperatuur in de Noordelijke IJszee omhoog, waardoor het ijsvormende seizoen korter wordt. Het meeste meerjarige ijs en andere ijstypes hebben een aanhoudende koudegolf nodig om dik genoeg te worden in de winter zodat ze het zomerse smeltseizoen overleven en de trend kunnen keren."

Licht herstel

2008 was tot dusver het dieptepunt voor het meerjarige ijs. Toen bleef nog ongeveer 55 procent over van het meerjarige ijs dat de satellieten eind jaren zeventig hadden gezien. Sindsdien heeft zich een licht herstel voorgedaan maar deze winter ging het meerjarige ijs weer achteruit, tot zijn op een na kleinste hoeveelheid.

Voor zijn studie baseerde Comiso zich op satellietbeelden die de NASA en het ministerie van Defensie de voorbije 38 jaar gemaakt hebben. De studie werd gepubliceerd in het Journal of Climate, een publicatie van de American Meteorological Society. (IPS)

Lees meer over:

Onze partners