Noordpoolijs bereikt historisch minimum

10/12/12 om 06:36 - Bijgewerkt om 06:36

Het noordpoolijs heeft in 2012 alle records gebroken. Het ijs in de Noordelijke IJszee bereikte op 16 september van dit jaar een absoluut minimumrecord.

Noordpoolijs bereikt historisch minimum

© Reuters

De ijsoppervlakte was toen 3,41 miljoen vierkante kilometer groot. Nooit eerder sinds het begin van de satellietmetingen in 1979 was het noordpoolijs zo gekrompen. Het vorige record, 4,17 miljoen vierkante kilometer, was in september 2007 gevestigd.

Het record zat er al een tijd aan te komen. De wetenschappers merkten dat de hoeveelheid noordpoolijs dit jaar maand na maand kleiner was dan het gemiddelde voor de periode 1979-2000. In juni dook de hoeveelheid ook onder die van de junimaand in het recordjaar 2007.

Op 26 augustus al verbrak het noordpoolijs het absolute minimumrecord van 2007, een minimum dat vijf jaar geleden pas in september werd gevestigd.

In september, aan het einde van de zomer, is de hoeveelheid ijs traditioneel het kleinst. Maar dit jaar smolt het ijs zo snel dat het record al in augustus voor de bijl ging.

Het was alleen nog wachten hoever het ijs nog zou smelten. Het nieuwe minimumrecord werd dus op 16 september gevestigd.

Klimaatwijziging
Als oorzaak van de smeltrecords wijzen wetenschappers naar de klimaatwijziging. Een factor die meespeelt, is dat de hoeveelheid meerjarig ijs, ijs dat minstens twee zomers overleeft, de laatste dertig jaar elke winter is geslonken, zegt NASA-wetenschapper Joey Comiso

Door de klimaatwijziging is het jongere, dunnere ijs, dat elke winter gevormd wordt, steeds minder bestand tegen de warmere zomermaanden. Maar het oudste en dikste ijs overleeft de zomer normaal. Als ook dat meerjarige ijs verdwijnt, wordt het ijs in de Noordelijke IJszee nog kwetsbaarder tijdens de zomer, zegt Comiso.

Ondertussen groeit het ijs weer snel aan, maar te traag om de enorme achterstand in te lopen.

Walrus sneller naar kust Het smelten van noordpoolijs heeft ook gevolgen voor de plaatselijke fauna. Het dwingt de walrus bijvoorbeeld sneller naar de kust. Doordat het ijs vroeger gaat smelten in de zomer, arriveren de dieren vroeger op hun noordelijke voedselgronden. Wanneer het ijs in de herfst helemaal weg is, zoeken ze hun voedsel dichter bij de kust en komen ze massaal aan land. De walrus leeft in principe op drijfijs en eet voornamelijk schelpdieren.

De ringelrob, een kleine zeehond, dreigt nog deze eeuw twee derde van zijn leefgebied te verliezen, zeggen onderzoekers van de Universiteit van Washington. Door de klimaatwijziging wordt de sneeuw op het zee-ijs steeds minder dik. De ringelrob bouwt holen in de sneeuw om zijn jongen in groot te brengen. De sneeuw moet daarvoor minstens 20 centimeter diep zijn, en dat wordt steeds vaker een probleem. Het gebied waar de sneeuw minstens 20 centimeter dik is, zal tegen het einde van deze eeuw met bijna 70 procent gekrompen zijn. (IPS/TE)

Lees meer over:

Onze partners