'Extreem weer wordt de norm'

03/02/12 om 13:32 - Bijgewerkt om 13:32

In 2011 was de wereldwijde gemiddelde temperatuur 14,52 graden Celsius. Volgens wetenschappers van de NASA was dit het op acht na warmste jaar in een periode van 132 jaar, ondanks de verkoelende invloed van La Niña en relatief zwakke zonnestraling.

'Extreem weer wordt de norm'

© Reuters

Sinds de jaren zeventig is elk decennium warmer geworden. Negen van de tien warmste geregistreerde jaren deden zich voor in de 21ste eeuw. 2011 kenmerkte zich ook door extremen, zoals ernstige droogte en hevige neerslag.

De gemiddelde jaartemperatuur wordt bepaald door een aantal factoren, inclusief de zonneactiviteit en de status van het fenomeen El Niño/La Niña (de opwarming en afkoeling van zeewater bij de evenaar). Broeikasgassen in de atmosfeer, die vrijkomen bij de verbranding van fossiele brandstoffen, zijn echter een dominante factor geworden voor de opwarming van de aarde.

De planeet is nu bijna 0,8 graden warmer dan een eeuw geleden. De jaarlijkse gemiddelden verbergen opvallende temperatuur- en neerslagrecords in veel delen van de wereld. Weersextremen die normaal gesproken uitzonderlijk zijn, maar die de norm kunnen worden als de opwarming van de aarde doorgaat.

Meer neerslag

Wereldwijd was 2011 het op één na natste jaar. Het vorige record dateert uit 2010, dat ook 2005 evenaarde als warmste jaar. Op een warme planeet wordt meer neerslag verwacht. Met elke temperatuursstijging van een graad, neemt de hoeveelheid vocht in de lucht toe met ongeveer 7 procent. Hogere temperaturen kunnen ook heviger stormen uitlokken.

Brazilië begon het jaar met de dodelijkste natuurramp in zijn geschiedenis. In januari viel in een dag alle neerslag die normaal gesproken in een maand. Dat leidde tot overstromingen en landverschuivingen waarbij minstens negenhonderd mensen omkwamen. In dezelfde maand overstroomde in Australië een oppervlak met de omvang van Frankrijk en Duitsland samen. Australië kende het op twee na natste jaar sinds de metingen in 1900 begonnen.

De duurste weerramp van 2011 was de overstroming in Thailand in de tweede helft van het jaar. Een derde van de provincies in het land liep onder water. De schade bedroeg meer dan 34 miljard euro, vergelijkbaar met 14 procent van het Thaise bruto binnenlands product (bbp). De ramp in Thailand was de duurste natuurramp ooit voor een land.

Hoge voedselprijzen

In oktober kwamen meer dan honderd mensen om bij twee stormen - een uit de Pacific en een uit de Caraïben - die Centraal-Amerika teisterden met regen. In het westen van El Salvador viel bijna anderhalve meter regen in tien dagen tijd. En in december trok de tropische storm Washi over de Filippijnen. Washi veroorzaakte overstromingen waarbij meer dan 1200 mensen omkwamen.

Het Atlantische orkaanseizoen telde in 2011 negentien stormen die een naam kregen. Orkaan Irene bracht extreme overstromingen teweeg het noordoosten van de Verenigde Staten in augustus. Voor zeven Amerikaanse staten was 2011 het natste in de boeken, terwijl het voor in staten juist een van de droogste jaren was.

Zoals te verwachten is op een warmere planeet, hebben sommige delen van de wereld te maken gekregen met overvloedige regen, terwijl andere delen te maken kregen met droogte. Een ernstige droogte in de Hoorn van Afrika die begon in 2010, mondde in 2011 uit in een crisis. Gewassen verdroogden, voedselprijzen stegen en er ontstond wijdverbreide ondervoeding. De problemen werden nog verergerd door politieke instabiliteit in de regio. Naar schatting kwamen er meer dan 50.000 mensen om.

Landbouw

In Noord-Amerika verergerde de droogte die in 2010 begon in 2011. Honderden boeren uit het noorden van Mexico hielden in januari van dit jaar een protestmars om hun problemen kenbaar te maken bij de regering. Bijna 900.000 hectare landbouwgrond en 1,7 miljoen dieren gingen verloren door de droogte, de ergste in Mexico in de zeventig jaar dat er gegevens verzameld worden.

In Wichita Falls in Texas was het honderd dagen warmer dan 100 graden Fahrenheit (37,8 graden Celsius). Het vorige record was voor 1980, toen het gedurende 79 dagen warmer werd dan 37,8 graden.

James Hansen, directeur van het Goddard Institute for Space Studies van de ruimtevaartorganisatie NASA, schrijft dat de kans op dergelijke hittegolven "voor de snelle opwarming van de aarde verwaarloosbaar was."

Voor de Verenigde Staten was 2011 het op één na warmste jaar in de geschiedenis. Wereldwijd braken zeven landen hitterecords: Armenië, China, Iran, Irak, Koeweit, de Republiek Congo en Zambia.

Zambia had tegelijkertijd te maken met een kouderecord: in juni werd een temperatuur bereikt van -9 graden Celsius. Koeweit had te maken met de hoogste temperatuur, 53,3 graden. De hoogste temperatuur ooit gemeten op aarde in de maand augustus.

Noordpoolgebied

Ook het Noordpoolgebied had te maken met een warm jaar. In 2011 lag de temperatuur 2,2 graden boven het gemiddelde in de periode van 1951 tot 1980. In de afgelopen vijftig jaar steeg de temperatuur in het Poolgebied dubbel zo snel als elders op aarde, waardoor meer poolijs smelt en de permafrost dooit.

In de zomer gaat momenteel meer ijs verloren dan er in de winter weer aangroeit, waardoor het zee-ijs van in het poolgebied dunner is geworden. Daardoor wordt het nog vatbaarder voor dooi. Wetenschappers verwachten dat de Noordpool uiterlijk in de zomer van 2030 volledig ijsvrij kan zijn.

Als het ijs verdwijnt, wordt minder zonlicht gereflecteerd en komt de donkere oceaan tevoorschijn. Die absorbeert meer zonne-energie, waardoor de opwarming nog sneller kan gaan. Zowel ijs in de oceaan als op het nabijgelegen Groenland gaat dan sneller verloren. Als het ijs op Groenland volledig smelt, kan de wereldwijde zeespiegel 7 meter stijgen. Door de opwarming ontdooit ook de permafrost, waardoor de broeikasgassen CO2 en methaan vrijkomen. Die kunnen de aarde nog sneller opwarmen. (IPS)

Lees meer over:

Onze partners