De anatomie van stinkdieren is aangepast aan hun speciale afweer

18/07/11 om 16:13 - Bijgewerkt om 16:13

Stinkdieren moeten efficiënt kunnen schieten, ze moeten niet noodzakelijk zo efficiënt kunnen lopen.

De anatomie van stinkdieren is aangepast aan hun speciale afweer

© EPA

Het is een klassieker in de wondere wereld van de speciale afweersystemen: kwetsbare diertjes die giftig zijn, zijn dikwijls ook opvallend gekleurd, om hun giftigheid te afficheren. Het heeft geen zin in gif te investeren als je desondanks toch aangepikt of gebeten wordt, want dan kun je alsnog sterven. Maar als je goed duidelijk maakt dat er best niet aan je gepikt wordt, kun je in leven blijven met je gif.

Volgens het vakblad Evolution is er iets vergelijkbaars gebeurd met stinkdieren en andere beestjes die het van een walgelijke geur moeten hebben om potentiële aanvallers op betere gedachten te brengen. Ook die diertjes zijn dikwijls opvallend gekleurd - het zwartwitpatroon van het stinkdier is er een mooi voorbeeld van.

Een overzicht van de aanpassingen van zoogdieren die stank als afweer ontwikkeld hebben, leert dat het dikwijls beestjes betreft die relatief goed zichtbaar in een open omgeving leven, zodat ze weinig nut hebben van camouflage en alternatieve beschermingstechnieken. Ze laten duidelijk merken dat het beter is uit hun buurt te blijven.

Ze hebben meestal ook een speciale lichaamsbouw, waardoor ze wat onhandig lijken in hun voortbewegingen. Maar hun lichaam is zo aangepast dat ze gemakkelijker de bijtende vloeistof uit hun stinkklieren naar een aanvaller kunnen spuiten als ze in gevaar zijn. Ze moeten dus niet zo efficiënt kunnen lopen, wel efficiënt kunnen schieten. (DD)

Onze partners