Opinie

20/12/10 om 19:51 - Bijgewerkt om 19:51

Over het tweede gezicht van de dingen...

Julien Coulommier (1922) fotografeerde een fonkelend parelsnoer van een oeuvre bij elkaar.

Over het tweede gezicht van de dingen...

Julien Coulommier (1922) fotografeerde een fonkelend parelsnoer van een oeuvre bij elkaar.

Ook met deze fantastische kunstenaar blijft het raden en gissen naar de redenen waarom onze officiële kunstinstituten geen of hoogstens marginale aandacht besteden aan een artistiek corpus dat zich op een consequente manier uitstrekt van de jaren vijftig tot op vandaag.

Met flair en kunde bewijst Julien Coulommier in de mooie ruimtes van galerie De Ziener in Asse dat een goede kunstenaar met zijn én onze tijd blijft meegaan. Het bewijs hiervan levert de kunstenaar met een nieuwe reeks experimenten met digitale fotografie. In een zelfde beeldende logica weet Julien Coulommier het beeld te ontdoen van al te directe herkenning, alhoewel zijn fotografische beelden nooit de werkelijkheid in de registratie verloochenen.

In tegenstelling tot een kunstenaar zoals Serge Vandercam die al snel zijn meest vroege kwalitatieve fotografische werk inruilde voor beter in de kunstmarkt liggende abstract-surreële schilderkunst, bleef Julien Coulommier trouw aan zijn artistieke missie om via het fototoestel de werkelijkheid in alle mogelijke details te "bespieden" en waarvoor een gewoon mens geen aandacht opbrengt.

Retrospectief

De tentoonstelling in galerie De Ziener in Asse schotelt de bezoekers een klein overzicht voor van zijn lange, lange carrière. Er zijn foto's te zien gemaakt vanuit architecturale contexten waarin bijvoorbeeld een zijgevel van een stedelijke rijwoning als een lichtend vlak als het ware zijdelings refereert aan de avant-garde schilderkunst.

Hierbij denken wij aan een kunstenaar zoals Ellsworth Kelly die de compositie van het schilderij liet samenvallen met de contouren van een bestaand en/of al dan niet (op straat) gevonden object. Julien Coulommier wordt soms "kunsthistorisch" geplaagd met een etiket-binding met de zogenaamde "subjectieve fotografie". Een stroming die kwam overwaaien vanuit Duitsland en die vooral werd gepropageerd door de Duitser Otto Steinert.

Het kwam erop neer dat deze 'beweging' zich afzette tegen het hapklare realisme in de fotografie en het "subjectieve" erin poneerde "onderzoek toe te laten omtrent het anekdotische detail".

Subjectief

Dat soort "subjectieve" fotografie belandde in het domein van het oordeelkundig omspringen met details van de werkelijkheid gezien vanuit de foto-mechanische filter van een geaccentueerd spel met licht en schaduwen. Het spreekt vanzelf als wanneer beschrijvende woorden tekortschieten bij het definiëren van een beeld het begrip "poëzie" soelaas biedt. Inderdaad poëzie maar dan in de regelrechte betekenis van het niet-vinden of uitvinden van die woorden die een beeld op een accurate manier (zouden kunnen) "verwoorden".

Het staat als een paal boven water dat de fotografie van Julien Coulommier volstrekt IN de wereld staat maar de visuele verschijningsvorm van zijn werk de toeschouwer in het ongerijmde en het ongewisse laat. Dat laat zich het mooiste zien in zijn foto's afgeleid van de natuur. Ze zijn weerzinwekkend met detailopnames van maïskolven, geknotte bomen en andere abjecte beelden uit de natuur. Het zijn beelden die de andere "aftakelende" kracht en kant van de natuur in beeld brengen:het zijn als het ware hedendaagse vanitas-composities waarin de kunstenaar niet eens op zoek moet gaan naar metaforen ... Het zijn beelden waarin een mens soms andere onderwerpen en dingen kan zien ... of bedenken.

Digitaal

Meer recent is Julien Coulommier gebeten door de virus om met digitale fotografie aan de slag te gaan. Op die manier laat hij de kleur binnen in zijn oeuvre en laat hij door gebruik van allerlei fotopapier de kleuren die uit de printer komen "deviëren".

Het zijn grote kunstenaars die op hogere leeftijd het aandurven om kunst te maken met de nieuwe technologie van die tijd. Julien Coulommier is zo een fantastisch kunstenaar die in de jaren vijftig sterk bevriend geraakte met Marcel Broodthaers en vandaag de veelal spectaculair georiënteerde fotografie een les geeft in bescheidenheid en in een zoeken naar de kracht van het beeld an sich.

Heel mooi is dat hij in 1954 bijvoorbeeld een straatlamp fotografeerde en er een menselijk oog in zag om in 2010 vanuit een revalidatiekamer een digitale foto te nemen met opnieuw een straatlamp als onderwerp doorheen een beregend raam met de cadrage van dreigende buitenlucht.

Julien Coulommier is een kunstenaar van belang.

Luk Lambrecht

As Time Goes By nog tot 23 januari in galerie De Ziener in Asse.

Onze partners