Nick Hannes
Opinie

09/05/07 om 20:00 - Bijgewerkt om 19:59

Oud Merv

Derde dag op rij regen. En dat in het heetste land van Centraal Azie. Dit is geen woestijn meer. Dit is het verdronken land van Saefthinge.

Oud Merv

We rijden naar Mary in het oosten van het land, 350 kilometer van de Turkmeense hoofdstad. Derde dag op rij regen. En dat in het heetste land van Centraal Azie. Dit is geen woestijn meer. Dit is het verdronken land van Saefthinge. Op lager gelegen punten staat de weg blank.

Langs de baan staan uitgeregende agenten op post, alsof ze verloren zijn gelopen. Sommige geven acht als we passeren, in de veronderstelling dat we VIP's zijn.

Morgen vindt de jaarlijkse bijeenkomst van de Volksraad, Turkmenistans hoogste politieke orgaan, plaats in Mary. Heel wat regeringsfunctionarissen zullen vandaag langs deze weg passeren. De agenten nemen geen risico. Beter een keer te veel groeten dan te weinig.

Er hangt een nerveuze sfeer in het centrum van Mary, de tweede grootste stad van het land. Straten worden verkeersvrij gemaakt om escortes vlot door te laten. Elk kruispunt wordt bewaakt door een geuniformeerde agent. En er staan opvallend veel witte Lada's langs de kant, met telkens twee personen in. Eentje volgt ons stapvoets, op honderd meter afstand.

Wanneer we de bazar inlopen doet een man in maatpak -niemand draagt een maatpak in de bazar- zijn best om niet op te vallen. Om het hem niet te lastig te maken, doen we teken dat we even iets gaan eten.

We ontmoeten enkele journalisten die voor Reuters en AFP de meeting zullen verslaan. Michael Steen, een Engelsman die in Ekeren opgroeide, is Reuters-correspondent in Almaty, Kazakstan.

"Het is moeilijk werken hier als journalist", zegt hij. "Toelatingen om te fotograferen of interviews af te nemen zijn moeilijk te verkrijgen. Mensen in de straat klappen dicht als we hen om hun mening vragen."

Behalve enkele gouden beelden is Mary een nogal kleurloze stad, met de gebruikelijke Sovjet-kenmerken. Dat was ooit anders.

Duizend jaar geleden, Toen Mary nog Merv heette, was het de tweede grootste stad van de islamitische wereld, na Bagdad. Onder leiding van de Seljoeken groeide de provincie Margiana in de elfde en twaalfde eeuw uit tot een bloeiende handelspost langs de zijderoute, met meer dan een miljoen inwoners.

Maar in 1221 was het uit met de pret. Tijdens hun meedogenloze plundertochten omsingelden de Mongoolse horden van Gengiz Khan de welvarende stad. Gengiz' zoon en heethoofd Tolui beloofde de inwoners een vrije aftocht, maar gaf tegelijkertijd elk van zijn soldaten de opdracht de inwoners tot op de laatste man af te slachten.

Merv werd met de grond gelijkgemaakt. Dagen na de search and destroy-operatie keerde een regiment Mongoolse krijgers terug naar de smeulende stad om enkele duizenden overlevers, die intussen hun schuilplaatsen hadden verlaten, alsnog te kelen. Missie volbracht.

Pas na tweehonderd jaar herstelde Merv zich, slechts gedeeltelijk. Maar door de instabiliteit van de regio en de voortdurende annexaties door naburige heersers, verloor "de parel van het oosten" zijn ooit legendarische status langs de zijderoute aan Herat, in het hedendaagse Afghanistan.

Oud-Merv is in een modderpoel herschapen. De restanten van vijf verschillende steden uit vijf verschillende perioden liggen verspreid over een uitgestrekte vlakte, indrukwekkend in zijn leegte. De muren van het oudste fort, Erk Kala uit de zesde eeuw voor Christus, zijn weg geerodeerd tot iets wat op een piste voor motocrossers lijkt.

Van de oudste moskee van Centraal-Azie blijven enkel de funderingen over. Het zevende eeuwse Kyz-kasteel lijkt van chocolade gemaakt, half weggesmolten in de zon.

Het meest intakte monument, of beter het enige gerestaureerde, is het mausoleum van de Seljoekse Sultan Sinjar, dat eenzaam rechtop staat in de kale woesterij van zand en slijk.

Niet de schaarse archeologische restanten van Merv, maar wel de tragische geschiedenis van deze bloeiende maatschappij spreekt tot de verbeelding. Een mens wordt er stil van.

Onze partners